Nummer 24/39110/GA
Betreft klager
Datum 11 september 2025
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
klager (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beklag ingesteld over de wijze waarop de urinecontrole op 15 juni 2023 is afgenomen.
De beklagrechter bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Nieuwegein heeft op 15 februari 2024 het beklag ongegrond verklaard (NM-2023-651). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.
Klagers raadsman, mr. P.T.P. van der Made, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en de directeur van de PI Nieuwegein (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten. De beroepscommissie heeft daarnaast aanvullende vragen gesteld aan de directeur, met als doel de situatie ter plaatse (bijvoorbeeld door middel van foto’s) beter inzichtelijk te krijgen. De directeur heeft daar niet op gereageerd.
2. De standpunten in beroep
Standpunt van klager
De wijze waarop de urinecontrole op 15 juni 2023 is afgenomen is in strijd met de wet. Op grond van artikel 30, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) in verbinding met artikel 29, vierde lid, van de Pbw dient een urinecontrole op een besloten plaats te worden verricht. De plaats waar de urinecontrole van klager op 15 juni 2023 werd verricht was echter niet besloten, want de deur stond open en personeel en medegedetineerden liepen voorbij. Het praktische bezwaar van de directeur, inhoudende dat de deur niet kan worden gesloten in verband met de veiligheid, staat niet in verhouding tot het belang van klager, te weten zijn privacy.
Klager verzoekt om aan hem een tegemoetkoming toe te kennen.
Standpunt van de directeur
De deur stond gedeeltelijk open ten tijde van de betreffende urinecontrole. De urinecontroles worden verricht in de cellen bij de Binnenkomstafdeling Delinquenten (BAD). Het direct visueel toezicht vindt plaats door een medewerker die in de deuropening van de betreffende cel staat. De deur van deze ruimte kan niet gesloten worden wanneer een medewerker toezicht houdt, omdat de celdeur niet van binnenuit kan worden geopend. Het sluiten van de deur vormt een risico voor de veiligheid van de medewerker. Als er personen langs de afnameruimte willen lopen, dient er gewacht te worden totdat de betreffende afname is afgerond. Als niet gewacht kan worden, dient de deur een stukje gesloten te worden, zodat de betreffende persoon langs kan lopen zonder dat de privacy van de gedetineerde wordt geschaad. Hoewel de deur niet geheel gesloten kan worden is de directeur van mening dat de privacy van klager gewaarborgd wordt. Tot slot is de situatie zoals door klager geschetst, inhoudende dat medegedetineerden zicht op hem hadden, onvoldoende aannemelijk geworden.
3. De beoordeling
De beroepscommissie is van oordeel dat het beklag is gericht tegen een algemene situatie die niet specifiek klager betreft. De wijze waarop de urinecontroles worden verricht geldt immers voor alle gedetineerden in de inrichting. Daarom is het beklag vergelijkbaar met een beklag tegen een algemene regel. Daartegen staat volgens vaste jurisprudentie van de beroepscommissie alleen beklag open, als er sprake is van strijd met (hogere) wet- of regelgeving.
Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Pbw kan een gedetineerde verplicht worden urine af te staan. In artikel 30, tweede lid, van de Pbw is artikel 29, vierde lid, van de Pbw van overeenkomstige toepassing verklaard op de urinecontrole. In dit laatstgenoemde artikel is – voor zover in beroep van belang – bepaald dat de afname van urine op een besloten plaats wordt verricht.
De beroepscommissie stelt op basis van de inlichtingen van de directeur en wat de beklagrechter ambtshalve bekend is het volgende vast over de ruimte waar de urinecontroles worden verricht:
- De urinecontroles worden verricht in de cellen bij de BAD. De gang waar deze cellen zich
bevinden is beperkt toegankelijk. Er zijn voornamelijk medewerkers van de inrichting aanwezig.
- Het direct visueel toezicht op de urinecontrole vindt plaats door een medewerker die in
de deuropening van de betreffende cel staat. De deur van de cel is daarbij gedeeltelijk geopend. De gedetineerde is hierbij niet of nauwelijks zichtbaar.
- Als er personen langs de betreffende cel willen lopen, dient er gewacht te worden
totdat de afname is afgerond. Als niet gewacht kan worden, dient de deur een stukje gesloten te worden, zodat de betreffende persoon langs kan lopen.
De beroepscommissie stelt bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een ‘besloten plaats’ als bedoeld in artikel 29, vierde lid, van de Pbw voorop dat moet worden beoordeeld in hoeverre de ruimte waarin de urinecontrole wordt verricht van buitenaf zichtbaar is (overeenkomstig RSJ 24 september 2015, 15/388/GA en RSJ 27 september 2016, 16/0185/GA). Niet zozeer is de vraag aan de orde of, en in hoeverre de gedetineerde zelf zichtbaar is. De beroepscommissie is van oordeel dat – nu is gebleken dat de deur van de cel tijdens de urinecontrole gedeeltelijk geopend is – geen sprake is van een ‘besloten plaats’ als bedoeld in voornoemd artikel. Gelet op het voorgaande concludeert de beroepscommissie dat de urinecontrole die klager op 15 juni 2023 heeft moeten ondergaan, in strijd met het bepaalde in de Pbw, niet op een besloten plaats is verricht. De omstandigheid dat een medewerker ten tijde van de urinecontrole in de deuropening stond en de omstandigheid dat de gang waar de cellen zich bevinden beperkt toegankelijk is, doet aan het voorgaande niet af. De beklagrechter heeft klager terecht ontvangen in zijn beklag.
De beroepscommissie zal het beroep gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagrechter vernietigen en het beklag alsnog gegrond verklaren. De beroepscommissie ziet aanleiding klager een tegemoetkoming toe te kennen en bepaalt de hoogte daarvan op € 7,50.
4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagrechter en verklaart het beklag alsnog gegrond. Zij kent klager een tegemoetkoming toe van € 7,50.
Deze uitspraak is op 11 september 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit
mr. J.T.W. van Ravenstein, voorzitter, mr. A.B. Baumgarten en mr. R.A.E. van Noort, leden, bijgestaan door mr. I.J.M.W. van der Sanden, secretaris.
secretaris voorzitter