Nummer 23/31596/GA
Betreft [klager]
Datum 19 mei 2025
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
[klager] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft – voor zover in beroep aan de orde – beklag ingesteld tegen het uitblijven van een gesprek tussen klager en zijn mentor, afdelingshoofd, casemanager en de arbeidsmeester.
De beklagcommissie bij de locatie Norgerhaven te Veenhuizen heeft op 13 januari 2023 het beklag ongegrond verklaard (Nh-2022-423). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.
Klagers raadsman, mr. J.W. Vedder, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en de directeur van de locatie Norgerhaven (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.
2. De standpunten in beroep
Standpunt van klager
Klager stelt dat hij niet meer mocht deelnemen aan de arbeid omdat hij een boek aan het lezen was tijdens de arbeidsuren. Klager heeft op een later tijdstip met het desbetreffende personeelslid besproken dat hij graag terug wilde naar de arbeid. In een later gesprek stelde de directeur dat klager er zelf voor had gekozen om niet deel te nemen aan de arbeid, en dat hij had afgetekend. Hierdoor is klager vier weken uitgesloten van arbeid en is hij gedegradeerd. Aan klager is toegezegd dat er een gesprek plaats zou vinden tussen hemzelf en zijn mentor, het afdelingshoofd, de casemanager en de arbeidsmeester. Ondanks herhaaldelijke verzoeken heeft er niet tijdig een gesprek plaatsgevonden. Klager mocht weliswaar vanaf 31 oktober 2022 weer deelnemen aan de arbeid, maar het bedoelde gesprek vond plaats op 8 november 2022 en pas nadat klager op 3 november 2022 een klacht had ingediend. Als het gesprek eerder had plaatsgevonden, zou klager tien dagen eerder hebben kunnen deelnemen aan arbeid.
Klager verzoekt om aan hem een tegemoetkoming toe te kennen.
Standpunt van de directeur
De directeur stelt dat klager de gronden uit de beklagprocedure in beroep herhaalt, en persisteert daarom bij zijn aangevoerde gronden in de beklagprocedure.
3. De beoordeling
Ontvankelijkheid van klager in beklag
Klager heeft zich erover beklaagd dat het door hem verzochte gesprek met zijn mentor, het afdelingshoofd, de casemanager en de arbeidsmeester niet tijdig heeft plaatsgevonden, ondanks herhaalde verzoeken daartoe.
Uit de stukken blijkt niet dat de directeur het gesprek expliciet heeft geweigerd (en daarmee klagers verzoek heeft afgewezen). Ingevolge artikel 60, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet kan worden geklaagd over een verzuim of een (impliciete) weigering om te beslissen. Het nemen van een beslissing wordt geacht te zijn verzuimd of geweigerd, indien niet binnen de wettelijke of, bij het ontbreken daarvan, binnen een redelijke termijn een beslissing is genomen.
Het is niet de bedoeling dat een gedetineerde te snel na het verzoek beklag instelt tegen het feit dat er nog niet op is beslist. De directeur moet immers enige tijd hebben om het probleem te onderzoeken en op het verzoek te beslissen. Van een verzuim of weigering is dan ook (nog) geen sprake. Het verschilt per zaak wat als een redelijke termijn kan worden gezien.
Voor het beslissen op een verzoek om een gesprek met zijn mentor, het afdelingshoofd, de casemanager en de arbeidsmeester bestaat geen wettelijke termijn. In dit geval kan een gedetineerde beklag indienen tegen een verzuim of weigering om te beslissen vanaf veertien dagen na het doen van het verzoek (vergelijk RSJ 1 september 2023, 23/31635/GA).
Uit de stukken volgt dat klager op 25 oktober 2022 een gesprek heeft gehad over het deelnemen aan de arbeid en dat hij daarbij is weggelopen. Vervolgens – zo begrijpt de beroepscommissie – heeft klager verzocht om een nieuw gesprek met zijn mentor, het afdelingshoofd, de casemanager en de arbeidsmeester. Klager heeft op 4 november 2022 geklaagd dat de directeur heeft verzuimd en/of heeft geweigerd om te beslissen op zijn verzoek om een gesprek. Hoewel de precieze datum van klagers verzoek niet bekend is, leidt de beroepscommissie uit de stukken af dat op 4 november 2022 de hiervoor bedoelde termijn van veertien dagen, rekenend vanaf 25 oktober 2022, nog niet was verstreken.
Daarom zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en klager alsnog niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag.
4. De uitspraak
De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn beklag.
Deze uitspraak is op 19 mei 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. D.R. Sonneveldt, voorzitter, mr. dr. R.S.T. Gaarthuis en mr. S.M. Krans, leden, bijgestaan door mr. L. Veerkamp, secretaris.
secretaris voorzitter