Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 25/48319/SGA, 15 mei 2025, schorsing
Uitspraakdatum:15-05-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          25/48319/SGA

Betreft verzoeker

Datum 15 mei 2025

 

Uitspraak van de voorzitter van de beroepscommissie van de RSJ op het verzoek van

verzoeker (hierna: verzoeker)

 

1. De procedure

Verzoekers raadsvrouw, mr. J.A.J. Brahm, vraagt namens verzoeker om schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging van de beslissing van de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) Nieuwegein (hierna: de directeur) van 6 mei 2025 tot verzoekers ontslag van de arbeid.

De voorzitter heeft kennisgenomen van het klaagschrift (beklagkenmerk nm2025-455).

De directeur is (twee keer) verzocht te reageren op het schorsingsverzoek. Er is echter geen reactie ontvangen.

 

2. De beoordeling

De voorzitter stelt voorop dat bij een verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een beslissing van de directeur slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling. De zaak kan dus niet ten gronde worden onderzocht. De voorzitter beoordeelt alleen of de beslissing waartegen beklag is ingesteld in strijd is met een wettelijk voorschrift of dat deze zodanig onredelijk of onbillijk is dat er een spoedeisend belang is om op dit moment de (verdere) tenuitvoerlegging van die beslissing te schorsen. Naar het oordeel van de voorzitter is dat het geval. De voorzitter overweegt daartoe als volgt.

In paragraaf 3.2.4 van de huisregels van de PI Nieuwegein is opgenomen: “Wanneer u meer dan 2 maal zonder opgaaf van reden niet bij de arbeid verschijnt wordt u van de arbeidslijst afgehaald”. Namens verzoeker is aangevoerd dat in zijn arbeidsovereenkomst niet is opgenomen dat eenmalige ongeoorloofde afwezigheid ontslag tot gevolg heeft en dat meerdere personeelsleden hem hebben medegedeeld dat ongeoorloofde afwezigheid in ieder geval niet twee keer mag voorkomen, maar dat bij eenmalige ongeoorloofde afwezigheid geen ontslag volgt.

Op basis van de stukken is de voorzitter niet gebleken dat verzoeker eerder ongeoorloofd afwezig is geweest van de arbeid. Gelet daarop, op dat wat uit de huisregels volgt en nu er geen inhoudelijke reactie van de directeur op het schorsingsverzoek is ontvangen – waardoor de voorzitter ervan uitgaat dat de directeur zich met het verzoek kan verenigen –, zal het verzoek worden toegewezen.

 

3. De uitspraak

De voorzitter wijst het verzoek toe en schorst de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing met onmiddellijke ingang tot het moment waarop de beklagcommissie op het onderliggende beklag heeft beslist.

 

Deze uitspraak is op 15 mei 2025 gedaan door mr. A.M.G. Smit, voorzitter, bijgestaan door mr. L. van der Linden, secretaris.

 

secretaris        voorzitter

Naar boven