Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 24/38728/GA, 20 juni 2025, beroep
Uitspraakdatum:20-06-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Winkel  v

Nummer    24/38728/GA

Betreft       [klager]

Datum       20 juni 2025

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van [klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek om enkele artikelen, waaronder veganistische vleesvervangers, aan te schaffen bij een buitenwinkel.

De beklagcommissie bij de locatie Esserheem te Veenhuizen heeft op 19 januari 2024 klager niet‑ontvankelijk verklaard in zijn beklag (Eh 2023-343). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman mr. A.S. Sewgobind en de directeur van de locatie Esserheem (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

Klager persisteert bij zijn in beklag ingediende gronden. Hij hangt een overwegend veganistische levensstijl aan, waarbij hij niet voldoende in staat wordt gesteld om deugdelijke vleesvervangers te bestellen. Deze wil hij graag bestellen bij de buitenwinkel. \

Uit de Regeling model huisregels penitentiaire inrichtingen (hierna: de Regeling) blijkt dat de directeur eigen huisregels met betrekking tot de winkel mag opstellen, uitgezonderd het recht op aankoop van artikelen die niet in het assortiment van de inrichting te verkrijgen zijn. Dit kan dus in de buitenwinkel. Dit is ook in lijn met jurisprudentie van de beroepscommissie. Uit deze jurisprudentie blijkt dat er geen discussie bestaat over het recht om producten uit de buitenwinkel te bestellen. Er bestaat enkel discussie over het bestellen van bepaalde producten uit de buitenwinkel. In RSJ 20 januari 2021, R-19/3080/GA, wordt het belang van het bestellen van producten in de buitenwinkel benoemd, zodat de directeur wél aan zijn wettelijke zorgplicht kan voldoen.

Klager verzoekt om de directeur op te dragen klager in staat te stellen om een verzoek te doen tot het bestellen van producten uit de buitenwinkel.

Standpunt van de directeur

De directeur persisteert bij zijn in beklag ingenomen standpunt. Ter zitting van de beklagcommissie heeft klager aangegeven wekelijks vis te eten. Naast het eten van vis heeft klager kenbaar gemaakt ook eieren en zuivel te eten (wat ook blijkt uit klagers bestellijst van de winkel). Daarom is het assortiment van de winkel voldoende toereikend om een overwegend veganistische leefstijl aan te houden. Bij de maaltijdverstrekking wordt rekening gehouden met klagers eetwens. Klager wordt in de inrichting voorzien van primaire levensbehoeften. Het bestellen van producten bij de buitenwinkel is dan ook niet noodzakelijk.

Conform de huisregels van de Penitentiaire Inrichting (PI) Veenhuizen werkt de winkelvoorziening met een vaste winkellijst. Hiervan afwijken is niet mogelijk.

 

3. De beoordeling

Ontvankelijkheid van klager in beklag

Het beklag is gericht tegen de afwijzing van klagers verzoek om enkele artikelen, waaronder veganistische vleesvervangers, aan te schaffen via een buitenwinkel. Klager geeft onbestreden aan dat het afdelingshoofd het verzoek heeft afgewezen. Dit is een beslissing namens de directeur waartegen beklag openstaat op grond van artikel 60, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw).

Gelet hierop zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en klager alsnog ontvankelijk verklaren in het beklag. De beroepscommissie zal het beklag als eerste en enige instantie inhoudelijk beoordelen.

Relevante wet- en regelgeving

In artikel 44, derde lid, van de Pbw is bepaald dat de directeur er zorg voor draagt dat bij de verstrekking van voeding zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de godsdienst of levensovertuiging van de gedetineerden. In het vijfde lid staat dat in de huisregels regels worden gesteld omtrent de aankoop door gedetineerden van andere gebruiksartikelen dan die welke door de directeur ter beschikking worden gesteld.

In paragraaf 3.7 in de bijlage van de Regeling staat het volgende: “U heeft, binnen door de directeur te stellen grenzen, recht op aankoop van artikelen die niet in het assortiment van de penitentiaire inrichting te verkrijgen zijn/buitenwinkel”.

In paragraaf 3.7 van de huisregels van de PI Veenhuizen staat: “De winkelvoorziening verloopt via de winkelvoorziening In-Made. De winkel In-Made werkt met een vaste winkellijst. Hiervan afwijken is niet mogelijk”.

Uit bijlage III van de huisregels van de PI Veenhuizen (‘Regelgeving winkelvoorziening In-Made’) volgt: “Artikelen, die niet op de lijst vermeld zijn kunnen niet aangeschaft worden”.

Inhoudelijke beoordeling van het beklag

Als onderbouwing van de afwijzing verwijst de directeur naar de huisregels van de PI Veenhuizen waarin is bepaald dat afwijking van de reguliere winkellijst niet mogelijk is. Tevens verwijst de directeur onweersproken naar het eetpatroon van klager; hij eet wekelijks vis, eieren en zuivel. Gelet hierop meent de directeur dat het assortiment van de winkel toereikend is.

Naar het oordeel van de beroepscommissie zijn de huisregels in strijd met het bepaalde in paragraaf 3.7 van de bijlage van de Regeling. Anders dan in de Regeling is voorgeschreven, is de aankoop van artikelen in een buitenwinkel op grond van de huisregels, zo begrijpt de beroepscommissie, in het geheel niet mogelijk. De directeur geeft weliswaar aan dat er een veganistische vleesvervanger in het assortiment van de inrichtingswinkel verkrijgbaar is, maar klager heeft in zijn verzoek aangegeven enkele artikelen te willen bestellen die niet in het assortiment van de inrichtingswinkel aanwezig zijn. Hoewel klager niet nader heeft gespecifieerd welke artikelen dit zijn, is de beroepscommissie van oordeel dat klager de mogelijkheid moet krijgen om, binnen de gestelde grenzen van de directeur, artikelen van de buitenwinkel aan te schaffen (vergelijk RSJ 19 april 2021, R-19/5008/GA, en RSJ 18 maart 2021, R-19/4200/GA).

Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie het beroep gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en het beklag alsnog gegrond verklaren. Nu klager inmiddels niet meer in de locatie Esserheem verblijft, zal zij de directeur niet opdragen een nieuwe beslissing te nemen.

De beroepscommissie ziet daarnaast geen aanleiding om aan klager een tegemoetkoming toe te kennen, aangezien de directeur klagers verzoek in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. De beroepscommissie neemt daarbij in aanmerking dat de directeur terecht verwijst naar de omstandigheid dat klager slechts gedeeltelijk een veganistische levensstijl aanneemt en dat, gelet daarop, de hem via de inrichtingswinkel geboden artikelen voldoende zouden moeten zijn. Klagers stelling dat dit onvoldoende is, heeft hij onvoldoende onderbouwd. Tevens heeft hij niet gespecificeerd welke (veganistische) artikelen volgens hem niet aanwezig zouden zijn in de inrichtingswinkel. Daarbij komt dat de directeur onweersproken heeft aangegeven dat er een veganistische vleesvervanger in het assortiment van de inrichtingswinkel verkrijgbaar is.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie, verklaart klager alsnog ontvankelijk in zijn beklag en verklaart dit beklag gegrond. Zij kent klager geen tegemoetkoming toe.

 

Deze uitspraak is op 20 juni 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. D.R. Sonneveldt, voorzitter, mr. dr. R.S.T. Gaarthuis en mr. S.M. Krans, leden, bijgestaan door mr. S.J.S. Uiterweerd, secretaris.

 

secretaris                                                                                voorzitter

Naar boven