Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 24/38767/GA en 24/38794/GA, 29 januari 2026, beroep
Uitspraakdatum:29-01-2026

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          24/38767/GA en 24/38794/GA

Betreft  [klager]

Datum  29 januari 2026

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op de beroepen van de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught (hierna: de directeur) en [klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld, omdat hij niet is gepromoveerd naar het plusprogramma.

De beklagcommissie bij de PI Vught heeft op 22 januari 2024 het beklag gegrond verklaard en daarbij geen tegemoetkoming aan klager toegekend (VU 2023/1150). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

De directeur heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld (24/38767/GA).

Klagers raadsman, mr. M.M.J.P. Penners, heeft namens klager beroep ingesteld tegen het niet toekennen van een tegemoetkoming (24/38794/GA).

De beroepscommissie heeft de directeur, klager en zijn raadsman in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van de directeur

Een gedetineerde komt wettelijk gezien niet in aanmerking voor promotie naar het plusprogramma indien het Openbaar Ministerie (OM) een maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) tegen hem vordert. Binnen de PI Vught wordt een lijst gehanteerd met alle gedetineerden voor wie dit geldt. Klager stond op deze lijst, omdat het OM in het voorgeleidingen­formulier heeft aangegeven dat er sprake is van een vordering tot het opleggen van de ISD-maatregel. Daarnaast heeft de reclassering positief geadviseerd omtrent de oplegging van een ISD-maatregel aan klager, zo blijkt uit het reclasseringsrapport van 24 juli 2023.

Vrijwel altijd volgt na een voornemen tot het vorderen van de ISD-maatregel daadwerkelijk de vordering hiervan en de veroordeling tot die maatregel. Mocht blijken dat aan klager geen ISD-maatregel zal worden opgelegd, dan wordt hij van de lijst gehaald en komt hij in aanmerking om te promoveren naar het plusprogramma, mits hij voldoet aan de overige voorwaarden.

Standpunt van klager

Klager is benadeeld doordat de directeur het promoveren niet heeft beoordeeld. De mentor van klager kan weliswaar zijn advies hierover hebben geuit, maar dit betekent niet dat de volledige beoordeling achterwege kan blijven. Klager verzoekt om een tegemoetkoming.

 

3. De beoordeling

Relevante informatie en toetsingskader

Op grond van artikel 1e, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (hierna: de Regeling) zijn gedetineerden tegen wie het OM de ISD-maatregel vordert uitgesloten van promotie of het plusprogramma.

In de toelichting op dit wetsartikel staat dat voorlopig gehechte gedetineerden die bekend staan als veelplegers en waarvan het OM plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders bij de strafrechter vordert, van promotie worden uitgesloten. Deze groep voorlopige gehechten blijft in het basisprogramma voor de duur van de voorlopige hechtenis. De wetgever merkt hierbij zijdelings op dat in het Huis van Bewaring (HvB), waaronder een inrichting voor preventief strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen, ingevolge artikel 1, aanhef en onder j van de Regeling, geen plusprogramma wordt aangeboden (Stcrt. 2014, nr. 4617).

In paragraaf 1.3 van de ‘Productspecificatie Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD)’ (d.d. 2 augustus 2021) staat:

  1. “Op basis van de landelijke definitie voor zeer actieve veelplegers/stelselmatige daders worden personen aangemerkt als potentiële ISD-kandidaten.
  2. In het regionaal casusoverleg, bijv. het Veiligheidshuis, bespreken de netwerkpartners (justitie, zorg en gemeenten) de individuele casussen en wordt bepaald voor wie bij een volgende aanhouding een ISD-maatregel zal worden geadviseerd.
  3. De Reclassering stelt tijdens de inverzekeringstelling een vroeghulprapport op ten behoeve van de voorgeleiding bij de Rechter-Commissaris (RC) waarin met argumenten omkleed een ISD-traject wordt geadviseerd. Het Openbaar Ministerie (OM) meldt op het voorgeleidingsformulier dat betrokkene een zgn. pré-ISD’er betreft, waarvoor de ISD-maatregel gevorderd zal worden.
  4. De RC beveelt de inbewaringstelling. De pré-ISD’er wordt door de selectiefunctionaris op grond van het voorgeleidingsformulier geplaatst in een HvB bij een ISD-inrichting. Tijdens de preventieve hechtenis stelt de reclassering een adviesrapport op en kan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) een trajectconsult uitvoeren. In het Huis van Bewaring wordt de pré- ISD’er door het ISD- personeel voorgelicht over de inhoud van de maatregel en wordt erop ingezet de pré-ISD’er te motiveren tot acceptatie en deelname aan re-integratie activiteiten mocht het tot een veroordeling tot de ISD-maatregel komen.”

In de Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers, zoals deze ten tijde van het indienen van het klaagschrift gold (Stcrt. 2013, nr. 35061), staat onder meer vermeld dat de officier van justitie de vordering van de ISD-maatregel overweegt als de verdachte een stelselmatige dader betreft. Een stelselmatige dader is een persoon die op grond van artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht in aanmerking komt voor de ISD-maatregel en die bovendien voldoet aan de definitie van een zeer actieve veelpleger.

Overwegingen van de beroepscommissie

De beroepscommissie leidt uit het klaagschrift af dat het beklag is gericht tegen de beslissing om klager niet te promoveren naar het plusprogramma. Van een individuele beslissing daartoe van de directeur is de beroepscommissie echter niet gebleken.

Uit het voorgeleidingenformulier volgt dat de officier van justitie omstreeks 19 mei 2023 kenbaar heeft gemaakt te overwegen tegen klager de oplegging van de ISD-maatregel te vorderen. Klager is daarmee geclassificeerd als ‘pré-ISD’er’ tijdens zijn voorlopige hechtenis. De directeur heeft op basis daarvan bepaald dat klager op grond van artikel 1e, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling van rechtswege is uitgesloten van promotie.

Naar het oordeel van de beroepscommissie valt de gedetineerde aan wie de officier van justitie kenbaar heeft gemaakt te overwegen oplegging van de ISD-maatregel te vorderen redelijkerwijs óók onder het bereik van artikel 1e, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling, hoewel formeel (nog) geen sprake is van een vordering als bedoeld in artikel 311, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. De beroepscommissie betrekt bij dit oordeel de tekst van artikel 1e, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling en de samenhang die de (aanleiding tot de) besluitvorming rondom de voorgeleiding en de formele vordering van de ISD-maatregel in de praktijk kent.

Het beklag moet dan ook worden opgevat als gericht tegen een algemene regel. Hiertegen staat geen beklag open, tenzij die algemene regel in strijd is met hogere wet- of regelgeving. Daarvan is geen sprake. De beklagcommissie had klager daarom niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag.

Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie het beroep van de directeur gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en klager alsnog niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag.

Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie het beroep van klager tegen het niet toekennen van een tegemoetkoming ongegrond verklaren.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep van de directeur gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn beklag (24/38767/GA).

De beroepscommissie verklaart het beroep van klager ongegrond (24/38794/GA).

 

Deze uitspraak is op 29 januari 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. D.R. Sonneveldt, voorzitter, mr. dr. R.S.T. Gaarthuis en mr. S.M. Krans, leden, bijgestaan door mr. I.J.M.W. van der Sanden, secretaris.

 

secretaris         voorzitter

Naar boven