Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 08/2952/GA, 6 februari 2009, beroep
Uitspraakdatum:06-02-2009

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 08/2952/GA

betreft: [klager] datum: 6 februari 2009

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 3 november 2008 van de beklagcommissie bij het huis van bewaring (h.v.b.) De Geerhorst te Sittard,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 16 januari 2009, gehouden in de penitentiaire inrichting Vught, is [...], unit-directeur bij de locatie De Geerhorst, gehoord.
Hoewel voor klagers vervoer naar de zitting was zorggedragen, heeft hij daarvan – wegens ziekte – geen gebruik gemaakt.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft het uit de verblijfsruimte verwijderen en opbergen in de fouillering van een aantal foto’s.

De beklagcommissie heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Klager heeft zijn standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagcommissie, in beroep niet toegelicht.

De directeur heeft in beroep zijn tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
Klager verbleef op de bijzondere zorgafdeling. Het personeel komt op die afdeling met enige regelmaat in de verblijfsruimten van de daar verblijvende gedetineerden. Bij klager vielen deze foto’s op voor het personeel. De reden was dat die foto’s
afbeeldingen zijn van het meisje dat als slachtoffer in klagers strafzaak een rol speelt. Gelet daarop werd geoordeeld dat het niet gepast was om klager toe te staan die foto’s onder zich te laten houden. De foto’s zijn daarop van de verblijfsruimte
gehaald en in klagers fouillering opgeborgen. In dit geval was het oordeel dat er sprake was van een beheersrisico. Klager verbleef weliswaar op een kleine afdeling en van de daar regulier verblijvende gedetineerden werden op zich geen problemen
verwacht indien zij kennis zouden nemen van die foto’s, omdat de afdeling echter ook gebruikt wordt om – bij leegstand – arrestanten onder te brengen, werd het beheersrisico te groot geacht. De reacties van de arrestanten zijn voor de directeur
onvoldoende in te schatten. In een geval als het onderhavige gaan er al snel verhalen rond over klager. Dit soort foto’s bij een oudere man op cel kunnen immers vragen en een verkeerd beeld oproepen, temeer nu klager de feiten niet wenst te verbloemen
of stil te houden.

3. De beoordeling
Uit de inlichtingen van de directeur komt naar voren dat de betreffende foto’s zijn verwijderd uit klagers verblijfsruimte omdat deze volgens de directeur een beheersrisico konden opleveren voor de afdeling waar klager verbleef. De beroepscommissie
acht
die inschatting van de directeur aannemelijk. De betreffende foto’s zouden immers, in combinatie met het strafbare feit waarvan klager wordt verdacht en de omstandigheid dat op klagers afdeling ook zogenaamde arrestanten geplaatst kunnen worden, kunnen
leiden tot een verstoring van de orde en rust op de afdeling. Daarin is het niet ondenkbeeldig dat die foto’s in een dergelijk geval zouden kunnen leiden tot een gevaar voor de veiligheid van klager. Gelet daarop moet worden geoordeeld dat de
beslissing
van de directeur om die foto’s te verwijderen van klagers verblijfsruimte niet onredelijk of onbillijk kan worden geacht. Het beroep is daarom ongegrond en de uitspraak van de beklagcommissie zal worden bevestigd, met aanvulling van de gronden.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie, met aanvulling van de gronden.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.J. van Oostveen, voorzitter, mr. M.A.G. Rutten en mr. J.P. Balkema, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.M.J.D. Maes, secretaris, op 6 februari 2009

secretaris voorzitter

Naar boven