Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 23/36637/GA, 22 oktober 2024, beroep
Uitspraakdatum:22-10-2024

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          23/36637/GA

Betreft  [klager]

Datum  22 oktober 2024

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen de interne overplaatsing van afdeling B3 naar afdeling A2.

De beklagcommissie bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Grave heeft op 3 oktober 2023 het beklag ongegrond verklaard (GO-2023-546). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

Klagers raadsvrouw, mr. M.W. Bouwman, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsvrouw en de directeur van de PI Grave (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

Op 20 augustus 2023 is klager opeens te kennen gegeven dat hij zou worden weggeplaatst van de afdeling waar hij verbleef. Op 21 augustus 2023 is hij intern overgeplaatst. Er is geen sprake geweest van gedrag dat de overplaatsing zou kunnen rechtvaardigen.

Klager is niet gehoord en er is hem geen schriftelijke beslissing uitgereikt. Hij is overgeplaatst zonder dat hij zich heeft kunnen verweren en ook zonder te weten wat de reden voor de overplaatsing was. Nadien heeft klager kennisgenomen van de reactie op het klaagschrift van 29 september 2023. Daarin is aangegeven dat navraag bij het afdelingshoofd leerde dat klager voor onrust en spanning op de afdeling zorgde. Medegedetineerden zouden onafhankelijk van elkaar hebben aangegeven dat klager voor onrust zorgde. Ook zou hij door het keukenpersoneel moeten worden aangespoord tot het verrichten van werkzaamheden.

Klager snapt niet waarom niet eerst met hem in gesprek is gegaan of waarom hem niet eerst een waarschuwing is gegeven. De overplaatsing is voor hem ingrijpend, omdat hij op de nieuwe afdeling veel meer beperkingen ervaart.

Klager verzoekt om aan hem een tegemoetkoming toe te kennen.

Standpunt van de directeur

De directeur heeft in beroep geen standpunt kenbaar gemaakt.

3. De beoordeling

Het toewijzen van een verblijfsruimte aan gedetineerden (en daarmee het intern overplaatsen van die gedetineerden naar een andere verblijfsruimte) is geregeld in artikel 16, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). De Pbw stelt geen (formele) eisen aan een dergelijke beslissing. Dat neemt niet weg dat een beslissing tot interne overplaatsing van een gedetineerde zorgvuldig tot stand dient te komen. Van belang is dat gemotiveerd aan de over te plaatsen gedetineerde kenbaar wordt gemaakt (zodat voor hem voldoende duidelijk is) waarom hij (intern) wordt overgeplaatst.

Klager heeft onweersproken gesteld dat hem alleen is medegedeeld dat hij werd overgeplaatst naar een andere afdeling. Pas in reactie op het door klager ingediende beklag heeft de directeur toegelicht waarom hij is overgeplaatst. Het is daarom naar het oordeel van de beroepscommissie niet aannemelijk geworden dat klager ten tijde van de interne overplaatsing op de hoogte was van de reden van zijn overplaatsing.

De directeur heeft in de reactie op het klaagschrift op 26 september 2023 uitgelegd waarom klager intern moest worden overgeplaatst. Kort gezegd heeft de directeur via meerdere personen vernomen dat klager voor onrust op de afdeling zorgde en dat hij moest worden overgeplaatst om de orde, rust en veiligheid op de afdeling te kunnen waarborgen. Dat kan de beroepscommissie goed volgen.

Omdat klager niet direct op de hoogte is gebracht van de reden van zijn overplaatsing, zal de beroepscommissie het beroep gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en het beklag alsnog gegrond verklaren. Omdat de rechtsgevolgen van de bestreden beslissing niet meer ongedaan zijn te maken, komt klager een tegemoetkoming toe. De beroepscommissie zal deze vaststellen op €10,-, omdat de bestreden beslissing – ondanks dan dat klager niet op de hoogte was van de reden van zijn overplaatsing – inhoudelijk goed te volgen is.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog gegrond. Zij kent aan klager een tegemoetkoming toe van €10,-.

 

Deze uitspraak is op 22 oktober 2024 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. J.M.C. Louwinger-Rijk, voorzitter, mr. M.F.A. van Pelt en mr. F. Sieders, leden, bijgestaan door mr. M. Olde Keizer, secretaris.

 

secretaris         voorzitter

Naar boven