Nummer 24/40187/GM
Betreft [Klager]
Datum 14 oktober 2024
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
[Klager] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beroep ingesteld tegen het medisch handelen van de inrichtingsarts van de Penitentiaire Inrichting (PI) Alphen te Alphen aan den Rijn (hierna: de inrichtingsarts). Klager beklaagt zich erover dat zijn hartklachten niet serieus zijn genomen doordat zijn klachten alleen op afstand zijn beoordeeld en hij niet tijdig voor het spreekuur is opgeroepen.
De medisch adviseur bij het ministerie van Justitie & Veiligheid heeft bemiddeld. Het bemiddelingsverslag bevindt zich in het dossier.
De beroepscommissie heeft klager, de inrichtingsarts van de PI Alphen en het hoofd zorg gehoord op de (digitale) zitting van 6 september 2024.
2. De standpunten in beroep
Standpunt van klager
Klager had op 16 januari 2024 hartklachten. Door een arts is op afstand, dus zonder dat die arts klager heeft gezien, gezegd dat de situatie niet ernstig is. Eerder heeft een cardioloog tegen klager gezegd dat als hij last van zijn hart krijgt, er gelijk hulp moet komen. Dat gebeurde niet. Klager meldde zich bij een PIW-er die opmerkte dat klagers hart snel sloeg. Klager had ook contact met een medewerker van de medische dienst, van wie hij te horen kreeg dat hij een dag later bij de inrichtingsarts zou worden ingepland. Maar ook dat is niet gebeurd.
Standpunt van de inrichtingsarts
De medische dienst is op de hoogte van klagers klachten en er is ook uitgebreid onderzoek bij hem gedaan, ook door de cardioloog. Het betreft een onschuldige hartritmestoornis en hoewel het vervelend voor klager kan zijn, is geen sprake van een acuut probleem. Op basis van het dossier is het begrijpelijk dat een arts niet direct naar klager is toegegaan, aangezien geen sprake was van een acute spoedsituatie, maar van uitstelbare zorg.
De medische dienst heeft klager op 17 januari 2024 niet opgeroepen. Na het indienen van de klacht is direct actie ondernomen en is klager alsnog voor het spreekuur ingepland. Het is vervelend voor klager dat tegen hem is gezegd dat hij zal worden opgeroepen, terwijl dit vervolgens niet is gedaan.
In het medisch dossier is niet goed bijgehouden wat er in dit geval is gebeurd. Tijdens een artsenvergadering is klagers klacht besproken en is het belang benadrukt van het goed bijhouden van het medisch dossier. In de PI wordt gebruikgemaakt van de Siilo app waarmee op een directe en veilige manier patiëntgegevens met andere zorgprofessionals kunnen worden gedeeld. In Siilo is de melding dat klager de volgende dag moest worden gezien opgenomen, maar die melding is vervolgens niet gezien door de dienstdoende arts. Om die reden is klager ten onrechte niet opgeroepen voor het medisch spreekuur, terwijl dit wel aan hem is beloofd.
3. De beoordeling
Waartegen is het beroep gericht?
Klager klaagt erover dat zijn hartklachten niet serieus zijn genomen. Op basis van zijn beroepschrift en wat hij op de zitting heeft aangevoerd, ziet het beroep meer concreet op twee onderwerpen. Het eerste punt is dat klager vindt dat er medische hulp ingeschakeld had moeten worden toen hij op 16 januari 2024 hartklachten had. Het tweede punt is de omstandigheid dat klager vervolgens niet is opgeroepen om door de inrichtingsarts te worden gezien, terwijl dit wel was toegezegd.
Het inschakelen van hulp op 16 januari 2024
Hoewel de beroepscommissie begrijpt dat de situatie op 16 januari 2024 voor klager beangstigend is geweest, is er naar het oordeel van de beroepscommissie niet onzorgvuldig gehandeld. Uit eerder medisch onderzoek bestaande uit onder andere een hartfilmpje en een 24 uurs elektrocardiogram (een holteronderzoek), is naar voren gekomen dat bij klager sprake is van een onschuldige hartritmestoornis. Toen klager op 16 januari 2024 hartklachten meldde is er contact opgenomen met de dienstdoende huisarts die mede op basis van het hartfilmpje en het holteronderzoek de situatie als niet acuut heeft beoordeeld en heeft besloten dat klager niet direct hoefde te worden gezien. Naar het oordeel van de beroepscommissie is die handelwijze niet onzorgvuldig te noemen.
Het handelen van de inrichtingsarts op dit punt kan dan ook niet worden aangemerkt als in strijd met de norm zoals bedoeld in artikel 71f, derde lid, onder a. of b., van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). De beroepscommissie zal het beroep daarom in zoverre ongegrond verklaren.
Opgeroepen worden voor de inrichtingsarts
Aan klager is toegezegd dat de inrichtingsarts hem zou oproepen om hem de volgende dag, op 17 januari 2024, te zien. Dit is echter niet gebeurd. De reden daarvoor is dat de melding voor de oproeping niet goed is doorgekomen. In het medisch dossier staat niet vermeld dat klager de volgende dag zou worden opgeroepen. Het hoofd zorg heeft op de zitting toegelicht dat gebruik is gemaakt van Siilo, een beveiligde app voor berichtenverkeer tussen zorgprofessionals, en dat daarin wel een melding voor een oproep is gemaakt maar dat de dienstdoende inrichtingsarts die melding niet heeft opgemerkt. Klager is uiteindelijk pas op 6 februari 2024 door een verpleegkundige en op 8 februari 2024 door de inrichtingsarts gezien. Dat is te laat en niet zorgvuldig, wat de inrichtingsarts ook heeft erkend. Het handelen van de inrichtingsarts moet op dit punt worden aangemerkt als in strijd met de norm zoals bedoeld in artikel 71f, derde lid, onder a. of b., van de Pbw. De beroepscommissie zal het beroep daarom in zoverre gegrond verklaren. De beroepscommissie ziet aanleiding om aan klager een tegemoetkoming toe te kennen. Zij zal deze vaststellen op €25,-.
4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond, voor zover dit ziet op de medische zorg die op 16 januari 2024 in verband met klagers hartklachten is geleverd.
De beroepscommissie verklaart het beroep voor het overige gegrond. Zij kent aan klager een tegemoetkoming toe van €25,-.
Deze uitspraak is op 14 oktober 2024 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter, drs. M.I. van Baar-Vroon en drs. P.J.M. van Puffelen, leden, bijgestaan door mr. A. de Groot, secretaris.
secretaris voorzitter