Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 23/36280/GA, 7 mei 2024, beroep
Uitspraakdatum:07-05-2024

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          23/36280/GA

Betreft  [klager]

Datum  7 mei 2024

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) Lelystad (hierna: de directeur)

 

1. De procedure

[klager] (hierna: klager) heeft beklag ingesteld tegen een disciplinaire straf van zeven dagen opsluiting in een andere verblijfsruimte dan een strafcel, zonder televisie, waarvan vier dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie maanden, vanwege verbale agressie richting een medegedetineerde, ingaande op 15 mei 2022.

De beklagrechter bij de PI Lelystad heeft op 14 september 2023 het beklag met betrekking tot 15 mei 2022 gegrond verklaard en met betrekking tot 16, 17 en 18 mei 2022 inhoudelijk ongegrond en wegens vormverzuim gegrond verklaard, en daarbij aan klager een tegemoetkoming toegekend van €7,50 (PL-2022-376). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

De directeur heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft de directeur, klager en zijn raadsman mr. K.A. Moors in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van de directeur

De directeur kan zich niet vinden in de overweging van de beklagrechter dat de disciplinaire straf met terugwerkende kracht is opgelegd. De disciplinaire straf is opgelegd op 15 mei 2022 om 14:00 uur en is vervolgens direct ingegaan. Klager is voorafgaand aan het nemen van de beslissing gehoord, te weten op 15 mei 2022 vóór 14:00 uur. Het feit dat de schriftelijke mededeling gedateerd is op 16 mei 2022 betekent niet dat de disciplinaire straf met terugwerkende kracht is opgelegd. Op 16 mei 2022 is de schriftelijke mededeling door de administratie opgemaakt. Het opmaken van de schriftelijke mededeling en de uitreiking daarvan mag plaatsvinden op de dag volgend op de dag waarop de beslissing is genomen.

Standpunt van klager

Klager heeft geen standpunt in beroep kenbaar gemaakt.

 

3. De beoordeling

De beklagrechter heeft het beklag, voor zover de disciplinaire straf betrekking heeft op 15 mei 2022, gegrond verklaard wegens oplegging van de disciplinaire straf met terugwerkende kracht. De beroepscommissie stelt vast dat het beroep van de directeur enkel is gericht tegen het oordeel van de beklagrechter dat de disciplinaire straf met terugwerkende kracht is opgelegd.

Uit het schriftelijk verslag volgt dat klager op 14 mei 2022 omstreeks 15:45 uur zich verbaal agressief jegens een medegedetineerde heeft geuit door hem uit te schelden voor onder andere “vieze verrader” en “vieze kankerhond”. Uit de inlichtingen van de directeur komt naar voren dat hij op 15 mei 2022 vóór 14:00 uur bij klager langs is geweest om hem – naar aanleiding van het schriftelijk verslag – te horen. Na het hoorgesprek met klager is de directeur diezelfde dag overgegaan tot oplegging van de disciplinaire straf. De disciplinaire straf is op 15 mei 2022 om 14:00 uur ingegaan.

Hoewel de schriftelijke mededeling van de disciplinaire straf van 16 mei 2022 dateert en ook die dag door de directeur is ondertekend, acht de beroepscommissie voldoende aannemelijk geworden dat de disciplinaire straf op 15 mei 2022 – na het hoorgesprek met klager – door de directeur is opgelegd. Dat de schriftelijke mededeling van de disciplinaire straf op 16 mei 2022 is opgemaakt en is ondertekend, maakt naar het oordeel van de beroepscommissie in dit geval dus niet dat de disciplinaire straf met terugwerkende kracht is opgelegd.

Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie het beroep gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagrechter vernietigen, voor zover in beroep aan de orde, en het beklag in zoverre alsnog ongegrond verklaren.

 

3. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagrechter, voor zover in beroep aan de orde, en verklaart het beklag in zoverre alsnog ongegrond.

 

Deze uitspraak is op 7 mei 2024 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. A. van Holten, voorzitter, mr. E. Dinjens en mr. S. Woudman-Bijl, leden, bijgestaan door mr. P.L. Kraaijenbrink, secretaris.

 

secretaris         voorzitter

Naar boven