Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 22/31048/GV, 26 juni 2023, beroep
Uitspraakdatum:26-06-2023

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          22/31048/GV

    

Betreft [klaagster]

Datum 26 juni 2023

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klaagster] (hierna: klaagster)

 

1. De procedure

De Minister voor Rechtsbescherming (hierna: verweerder) heeft op 15 december 2022 klaagsters verzoek om kortdurend re-integratieverlof afgewezen.

 

Klaagsters raadsvrouw, mr. H.E. Berman, heeft namens klaagster beroep ingesteld tegen deze beslissing.

 

De beroepscommissie heeft klaagster, haar raadsvrouw en verweerder in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

De beroepscommissie heeft kennisgenomen van het beroepschrift, de reactie van verweerder en de overige stukken.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klaagster

Het herstellen van de familiebanden en het herstel van het contact met klaagsters oma staan opgenomen als re-integratiedoelen in het detentie- & re-integratieplan (D&R-plan). Klaagster is veel bezig met haar wens deze belangrijke banden te onderhouden, dan wel te herstellen. Zij heeft in detentie honderd procent goed gedrag vertoond en er zijn meerdere positieve adviezen ten aanzien van het verlenen van verlof.

 

De afwijzing van het verzoek is gebaseerd op een advies van de politie om een verzoek om langdurend re-integratieverlof af te wijzen, terwijl zij wel positief tegenover het verlenen van kortdurend re-integratieverlof staan. Ondanks klaagsters lange detentie, die recidiveverlagend moet werken, stelt de politie dat er een vrees is voor hernieuwde contacten of het aangaan van contacten binnen het criminele drugscircuit. Waar die vrees op gebaseerd is, blijkt nergens uit. De advocaat die klaagster bijstaat in haar hoger beroep heeft het Openbaar Ministerie (OM) benaderd en gevraagd naar enig veiligheidsrisico of een dreiging. Bij het OM is hier niets van bekend.

 

Ook is de conclusie van verweerder, dat de veiligheid tijdens een kortdurend re-integratieverlof niet kan worden gewaarborgd, niet passend, nu het advies van de politie ziet op langdurend re-integratieverlof. Daarnaast heeft de familie aangegeven ervoor te waken dat klaagster niet zonder hen het huis zal verlaten. Ook is klaagster bereid onder elektronische controle met verlof te gaan en zegt ze zelf eveneens toe niets anders te willen dan de korte tijd die zij heeft door te brengen met familie. De stelling dat de zorg vanuit familie ‘geen enkele garantie’ biedt, in combinatie met het voorgaande, is dan ook onbegrijpelijk.

 

Verweerder stelt eveneens dat nergens uit zou blijken dat klaagster verantwoordelijkheid neemt voor de bewezenverklaarde feiten en de ernst daarvan inziet. Hieraan worden de overwegingen ten grondslag gelegd die gemaakt zijn bij het afwijzen van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Dit heeft echter betrekking op het voor langere tijd buiten detentie verblijven, anders dan waar de aanvraag van kortdurend re-integratieverlof op ziet. Het is dan ook onmogelijk deze redeneringen aan de afwijzing ten grondslag te leggen. Dit geldt eveneens ten aanzien van de passage uit het reclasseringsrapport. Klaagster heeft op een later moment opnieuw met de reclassering gesproken en zij hebben aangegeven dat zij positief zullen adviseren ten aanzien van kortdurend re-integratieverlof. Tot slot worden de signalen vanuit het veiligheidshuis op geen enkele wijze onderbouwd.

 

Klaagster verzoekt om het beroep mondeling te mogen toelichten.

 

Standpunt van verweerder

Uit het vonnis van 4 juni 2021 volgt dat klaagster gedurende een lange periode in 2019 en 2020 een leidende rol heeft gehad bij het plegen van meerdere (ernstige) en zeer lucratieve strafbare feiten. De rechtbank heeft in de strafmotivering gewezen op de proceshouding van klaagster, haar gebrek aan zelfreflectie en het niet nemen van verantwoordelijkheid voor haar daden.

 

In dat verband wordt eveneens gewezen op de overwegingen van het hof in de beslissing van 17 maart 2021, naar aanleiding van het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Het hof oordeelde dat er ernstig rekening mee moest worden gehouden dat klaagster zich, indien de voorlopige hechtenis zou worden opgeheven, schuldig zou maken aan een of meer strafbare feiten waardoor de veiligheid en/of de gezondheid van personen in gevaar kan worden gebracht. Ook wordt nog gewezen op het reclasseringsrapport van 20 juni 2022. De reclassering heeft gelet op klaagsters proceshouding geen delictanalyse kunnen uitvoeren en geen inschatting kunnen maken van de kans op recidive.

 

De politie en de vrijhedencommissie hebben, gelet op het voorgaande, gemotiveerd negatief kunnen adviseren over een verlof in de omgeving van […]. Dat is immers de plek waar de strafbare feiten zich relatief kortgeleden hebben afgespeeld, terwijl er geen aanwijzingen zijn dat klaagster (definitief) afstand heeft genomen van haar criminele netwerk. De proceshouding, het gebrek aan zelfreflectie en het niet nemen van verantwoordelijkheid voor haar daden, geven reden tot zorg. De daarmee verband houdende risico’s zijn dan ook onverminderd aanwezig.

 

De risico’s kunnen daarnaast onvoldoende worden beperkt door middel van bijvoorbeeld elektronisch controle. Klaagster wenst het verlof door te brengen op het adres van haar vader en stiefmoeder. De familie heeft kenbaar gemaakt dat zij met klaagster duidelijke afspraken zal maken, in die zin dat zij de woning gedurende het verlof niet alleen zal verlaten. Dit biedt echter geen enkele garantie voor een veilig verloop van het verlof. Immers kan ook tijdens een dergelijk verlof geenszins worden uitgesloten dat klaagster in de woning ongewenst bezoek zal ontvangen, dan wel de woning zal verlaten om de confrontatie aan te gaan met afnemers, slachtoffers of personen uit haar criminele netwerk. Dit risico kan niet worden ondervangen door elektronische controle, nu dit middel slechts de mogelijkheid biedt om achteraf een overtreding van de voorwaarden te constateren.

3. De beoordeling

Klaagster heeft verzocht het beroep mondeling te mogen toelichten, omdat zij het van belang acht het re-integratiedoel zelf toe te lichten. De stukken bevatten echter voldoende informatie om het beroep te kunnen beoordelen. De beroepscommissie wijst het verzoek daarom af.

 

Klaagster is sinds 24 maart 2020 gedetineerd. Zij ondergaat een gevangenisstraf van zes jaar met aftrek, wegens handelen in strijd met de Opiumwet, gekwalificeerde diefstal, brandstichting en witwassen. De einddatum van klaagsters detentie is momenteel bepaald op 22 maart 2024.

 

De wet- en regelgeving

In artikel 15 van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting staat dat re-integratieverlof alleen wordt verleend voor een re-integratiedoel dat is vastgelegd in het D&R-plan. Bij de beslissing tot het verlenen van re-integratieverlof, worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken:

-    de mate waarin en de manier waarop de gedetineerde, door zijn gedrag gedurende de gehele detentie, een bijzondere geschiktheid heeft laten zien voor een terugkeer in de samenleving;

-    de mogelijkheid om de risico’s die aan het verlof zijn verbonden te beperken en te beheersen;

-    de belangen van slachtoffers, nabestaanden en andere relevante personen, in ieder geval met betrekking tot het eerste verzoek om onbegeleid re-integratieverlof (als de gedetineerde is veroordeeld voor een misdrijf als bedoeld in artikel 51e, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering);

-    de inspanningen die de gedetineerde heeft geleverd om de schade te vergoeden die het strafbare feit heeft veroorzaakt.

 

De bestreden beslissing

Verweerder heeft klaagsters verzoek om kortdurend re-integratieverlof afgewezen, omdat er signalen zijn dat klaagsters veiligheid en de veiligheid van anderen onvoldoende gewaarborgd kunnen worden als zij zich ten tijde van haar verlof in […] begeeft.

 

De overwegingen van de beroepscommissie

Klaagster heeft verzocht om kortdurend re-integratieverlof, omdat zij haar familiebanden wenst te herstellen. Zij wenst hierbij het verlof door te brengen bij haar vader en stiefmoeder. Zij wonen in […].

 

Uit de stukken volgt dat klaagster, onder meer, onderdeel heeft uitgemaakt van het zogenoemde […]-netwerk. Zij hield zich op grote schaal bezig met de handel in drugs. Zij had een grote, coördinerende en leidinggevende rol. Deze drugshandel speelde zich af in en rondom […].

 

Uit het reclasseringsadvies van 20 juni 2022 volgt dat klaagster heeft aangegeven niet te willen terugkeren naar […] in verband met haar eigen veiligheid. Zij geeft aan dat zij uitgedaagd zal worden en dat haar familie opgezocht zal worden als zij weer in [...] gaat wonen. Als zij door [...] zou lopen, zouden er veel mensen zijn die haar kennen en dat door kunnen vertellen. Daarnaast heeft de reclassering de risico’s niet kunnen inschatten, gelet op klaagsters ontkennende houding. Uit het vrijhedenadvies van 12 november 2022 volgt daarnaast dat er zorgwekkende signalen zijn vanuit het zorg- en veiligheidshuis. (Voormalige) afnemers van drugs vanuit het lokale circuit, maar ook slachtoffers, geven aan erg angstig te zijn voor represailles vanuit klaagster. Daarnaast vrezen zij voor een (hernieuwde) escalatie van geweld, indien klaagster weer in [...] verblijft.

 

De politie heeft ten aanzien van langdurend verlof aangegeven dat er vrees bestaat dat een verblijf van klaagster op het verlofadres, of een ander adres binnen de gemeente [...], zal leiden tot hernieuwde contacten of het aanhalen daarvan met personen vanuit het criminele drugscircuit, het voortzetten van haar criminele activiteiten en de daarmee gepaard gaande overlast en de kans op nieuwe geweldsincidenten. Om die reden adviseert de politie een langdurend verlof niet te laten doorbrengen in de gemeente [...]. De politie heeft geen bezwaar geuit tegen het doorbrengen van een kortdurend verlof in [...]. De reden hiervoor is dat klaagsters vader en stiefmoeder hebben benadrukt dat zij duidelijke afspraken zullen maken over het verlof en dat klaagster die dag niet alleen de straat, de stad of de wijk in zal gaan.

 

De beroepscommissie is van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen aannemen dat de risico’s bij het verlenen van kortdurend re-integratieverlof in [...] te groot zijn, ondanks het positieve advies van de politie over een kortdurend verlof. Het bestaan van deze risico’s kan worden afgeleid uit het reclasseringsadvies in samenhang met het advies van de politie over langdurende verloven en de zorgen die door het zorg- en veiligheidshuis naar voren zijn gebracht. De geschetste risico’s zijn daarbij sterk verbonden met de plek waar klaagster haar verlof wenst door te brengen. Daar hebben zich immers ook de strafbare feiten afgespeeld. Dat deze risico’s slechts zouden bestaan bij een langdurend verlof, acht de beroepscommissie niet begrijpelijk. Klaagster zal zich ten tijde van een kortdurend re-integratieverlof immers ook in [...] begeven, waarbij zij mogelijkerwijs contacten uit het criminele drugscircuit zal aanhalen.

 

Met verweerder is de beroepscommissie eveneens van oordeel dat deze risico’s onvoldoende kunnen worden beperkt en beheerst. Dat klaagsters vader en stiefmoeder hebben toegezegd dat zij afspraken zullen maken met klaagster en dat zij die dag niet alleen de straat, de stad of de wijk in zal gaan, biedt geen garantie voor een veilig verloop van het kortdurend re-integratieverlof. Niet uitgesloten kan worden dat klaagster toch (ongewenst) bezoek zal ontvangen, dan wel de woning zal verlaten om bijvoorbeeld de confrontatie aan te gaan met personen uit haar criminele netwerk. Elektronische controle biedt hiervoor ook geen uitkomst, omdat, zoals verweerder stelt, dit middel slechts de mogelijkheid biedt om achteraf een overtreding van de voorwaarden te constateren.

 

De beroepscommissie is van oordeel dat voornoemde omstandigheden een forse contra-indicatie vormen voor verlofverlening. Deze rechtvaardigen de afwijzing van klaagsters verlofaanvraag, ondanks het positieve advies van de politie over een kortdurend re-integratieverlof. De bestreden beslissing kan, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, dan ook niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. De beroepscommissie zal het beroep daarom ongegrond verklaren.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

 

Deze uitspraak is op 26 juni 2023 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. D. van der Sluis, voorzitter, mr. S. Djebali en mr. A. Pahladsingh, leden, bijgestaan door mr. A. Back, secretaris.

 

secretaris        voorzitter

Naar boven