Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 22/27758/GM, 31 januari 2023, beroep
Uitspraakdatum:31-01-2023

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

 

Nummer          22/27758/GM    

           

Betreft [klager]

Datum 31 januari 2023

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van [klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klagers raadsvrouw, mr. A.M. van Wingerden, heeft beroep ingesteld tegen het medisch handelen van de inrichtingsarts van de Penitentiaire Inrichting (PI) Ter Apel (hierna: de inrichtingsarts). Klager beklaagt zich erover dat hij niet tijdig een tweede coronavaccinatie heeft gekregen.

De medisch adviseur bij het ministerie van Justitie & Veiligheid heeft bemiddeld. Het bemiddelingsverslag bevindt zich in het dossier.

De beroepscommissie heeft […], hoofd zorg, en […], inrichtingsarts, gehoord op de zitting van 9 december 2022 in het Justitieel Complex Zaanstad. Klager en zijn raadsvrouw hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om op de zitting te worden gehoord.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

Klager heeft op 16 november 2021 zijn eerste coronavaccinatie gekregen. Tijdens deze afspraak is hem meegedeeld dat hij binnen twaalf weken de tweede vaccinatie zou krijgen, dus uiterlijk op 8 februari 2022. Pas anderhalve week na deze uiterste datum, is hem verteld dat het nog even zou duren voordat hij zijn tweede vaccinatie zou krijgen. Klager heeft hier zijn ongenoegen over geuit bij de medische dienst. Pas op 21 maart 2022, zeventien weken na zijn eerste vaccinatie, heeft hij zijn tweede vaccinatie gekregen. Dat is te laat.

 

Standpunt van de inrichtingsarts

Klager is niet beloofd dat hij binnen twaalf weken zijn tweede vaccinatie zou krijgen. De betrokken medewerkers hebben desgevraagd gezegd dat zij geen belofte aan klager hebben gedaan. Met klager is tijdens de coronaperiode regelmatig contact geweest. Hij is geïnformeerd over het vaccinatiebeleid, de organisatie en de quarantainemaatregelen. Klager is meer dan eens op consult geweest bij de verpleegkundige praktijkondersteuner huisartsenzorg.

Volgens klager zou aan hem een toezegging zijn gedaan wanneer hij een tweede vaccinatie zou ontvangen. Dit klopt niet. De medische dienst roept gedetineerden op die gevaccineerd willen worden. Dit geldt ook voor klager. De vaccinaties worden pas besteld als meerdere gedetineerden zich hebben gemeld. In beginsel is voor geen van deze gedetineerden een individuele afspraak gemaakt. Dit zou anders kunnen zijn als er bijvoorbeeld sprake is van een speciale medische indicatie voor het vaccin. Dat is bij klager niet het geval. Klager maakte zich niet meer zorgen over het coronavirus dan anderen, in elk geval heeft hij dat nooit kenbaar gemaakt bij de medische dienst.

 

3. De beoordeling

Waartegen is het beroep gericht?

Volgens het namens klager ingediende beroepschrift is het beroep gericht tegen een beslissing van de medisch adviseur van 1 juni 2022. De beroepscommissie zal dit verbeterd lezen en het beroepschrift zo uitleggen dat het is gericht tegen het medisch handelen van de inrichtingsarts.

 

Inhoudelijke beoordeling

Het medisch dossier biedt geen aanknopingspunten dat aan klager is toegezegd dat hij binnen een bepaalde termijn zijn tweede vaccinatie zou krijgen. Door en namens de inrichtingsarts is navraag gedaan bij medewerkers van de medische dienst en zij hebben bevestigd dat er geen afspraken werden gemaakt over een termijn voor een tweede vaccinatie. Dit was alleen anders als sprake was van een speciale medische indicatie, wat bij klager niet speelde. Bovendien was het beleid in de PI dat er pas werd gevaccineerd als meerdere gedetineerden zich voor een (tweede) vaccinatie hadden aangemeld om ervoor te zorgen dat zo min mogelijk vaccins verloren gingen. Dit beleid brengt met zich mee dat op voorhand geen vaste datum kan worden gegeven, omdat de planning afhangt van het aantal gedetineerden dat zich voor een vaccinatie heeft opgegeven. De beroepscommissie heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de door en namens de inrichtingsarts gegeven inlichtingen.

Gelet op het voorgaande – alles in onderling verband en samenhang bezien – kan het handelen van de inrichtingsarts niet worden aangemerkt als in strijd met de norm zoals bedoeld in artikel 71f, derde lid, onder a. of b., van de Penitentiaire beginselenwet. Daarbij merkt de beroepscommissie nog op dat klager zijn tweede coronavaccinatie (ruim) op tijd heeft ontvangen. De beroepscommissie zal het beroep daarom ongegrond verklaren.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

 

 

Deze uitspraak is op 31 januari 2023 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. drs. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter, drs. B.A. Geurts en drs. P.J.M. van Puffelen, leden, bijgestaan door mr. A. de Groot, secretaris.

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven