Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 22/27297/GM, 16 januari 2023, beroep
Uitspraakdatum:16-01-2023

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

Nummer          22/27297/GM

               

Betreft [Klager]

Datum 16 januari 2023

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van [Klager] (hierna: klaagster)

 

1. De procedure

Klaagster heeft beroep ingesteld tegen het medisch handelen van de inrichtingstandarts van de Penitentiaire Inrichting Ter Apel (hierna: de inrichtingstandarts). Klaagster beklaagt zich erover dat ondanks haar aanwijzingen, de inrichtingstandarts de verkeerde kies heeft getrokken.

De tandheelkundig adviseur bij het ministerie van Justitie & Veiligheid heeft bemiddeld. Het bemiddelingsverslag bevindt zich in het dossier.

De beroepscommissie heeft klaagster en haar raadsman, mr. J.X. ten Velden, gehoord op de zitting van 9 december 2022 in het Justitieel Complex Zaanstad. De inrichtingstandarts heeft schriftelijk laten weten niet op de zitting te verschijnen.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klaagster

Klaagster heeft binnen een week na de ontdekking dat een verkeerde kies is getrokken beklag ingesteld.

Na te hebben geklaagd over pijn in haar linker bovenkaak bij de medische dienst is zij op 19 oktober 2021 gezien door de inrichtingstandarts. Klaagster moest op een formulier aankruisen om welke tand het ging. Vlak voor de behandeling heeft klaagster de tand ook aangewezen. Vervolgens is klaagster in totaal negen keer verdoofd. Deze verdoving werd linksboven, linksonder en onder de tong ingespoten. Klaagster was hierdoor dusdanig verdoofd, dat het voor haar niet duidelijk was wat de inrichtingstandarts precies aan het doen was. Het is klaagster pas in de avond opgevallen dat niet de juiste kies was getrokken.

Na de behandeling, toen de verdoving was uitgewerkt, ontdekte klaagster dat niet de kies in haar linker bovenkaak, maar haar verstandskies in haar linker onderkaak was verwijderd. Van de verwijderde tand had zij geen last en deze had ook nooit verwijderd mogen worden. De kies waar het daadwerkelijk om ging, zit er nog.

De behandeling door de inrichtingstandarts is voor klaagster traumatisch geweest. Ook heeft zij ernstige ontstekingen opgelopen. Verder had klaagster de indruk dat de hygiëne niet op orde was. Zo mocht zij gelijk plaatsnemen in de tandartsstoel toen de vorige patiënt de kamer had verlaten. Zij had het idee dat het werkgerei niet werd schoongemaakt of gedesinfecteerd. Tijdens de behandeling brak een tand af, werden twee gaatjes niet deugdelijk gevuld, ging een tand door haar lip en is zij vier keer gehecht. Door dit ruwe optreden wilde klaagster niet meer terugkomen. Zij wilde doorverwezen worden naar de kaakchirurg, maar dit werd in eerste instantie afgewezen door de inrichtingstandarts. Uiteindelijk is klaagster toch doorverwezen naar de kaakchirurg. Dit heeft echter te lang geduurd.

Klaagster ervaarde het gesprek met het hoofd zorg als onprettig. Zij voelde zich niet gehoord. De inrichtingstandarts vond dat hem niets viel te verwijten. Klaagster vroeg het medisch formulier waarop staat welke kies zij heeft aangekruist om getrokken te worden, maar deze informatie is door de medische dienst niet meer te vinden.

Verder blijkt uit de brief aan de adviserend tandarts dat al tijdens de behandeling duidelijk werd dat er ook problemen waren met de tanden 27 en 47. Deze zouden in tweede instantie op een later tijdstip verwijderd worden. Klaagster herkent dit verhaal niet. Er is niet gesproken over het op een later tijdstip verwijderen van andere tanden. Zij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de inrichtingstandarts deze uitleg heeft gegeven om zijn handelswijze te rechtvaardigen. In het medisch dossier wat door hemzelf is opgemaakt is ook niets opgenomen over een andere tand/andere tanden die op een later moment verwijderd zouden moeten worden.

Op grond van de wet moet een medisch behandelaar toestemming hebben voor een behandeling. Niet blijkt dat klaagster toestemming heeft gegeven voor het verwijderen van de verstandskies in plaats van de kies in de linker bovenkaak. Dat gebrek is voor rekening van de inrichtingstandarts.

Klaagster is niet bang voor de tandarts, maar wel inmiddels voor deze inrichtingstandarts. Klaagster werd bij de kaakchirurg wel netjes en adequaat behandeld.

Het verzoek is om het beroep gegrond te verklaren en aan klaagster een tegemoetkoming toe te kennen in lijn met de standaardbedragen die de RSJ hanteert. Klaagster heeft nooit excuses gekregen.

 

Standpunt van de inrichtingstandarts

De inrichtingstandarts heeft op grond van zijn bevindingen een eigen afweging gemaakt en op basis daarvan is gehandeld. Het is niet te voorkomen dat klaagster last krijgt van haar kies. De inrichtingstandarts was in de veronderstelling dat alles netjes met klaagster is besproken en het verbaast hem dat klaagster een klacht heeft ingediend.

De vraag is overigens ook of klaagster tijdig beklag heeft ingesteld.

 

3. De beoordeling

Tijdig indienen klacht

Op grond van artikel 71c, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) dient een klacht tegen medisch handelen door of namens de inrichtingstandarts te worden ingediend uiterlijk op de veertiende dag na die waarop het medisch handelen waartegen de klacht zich richt, heeft plaatsgevonden.

Klaagsters klacht is niet gedateerd. Om die reden is de raadsman om nadere informatie gevraagd. De raadsman heeft laten weten dat klaagster binnen een week na de behandeling door de inrichtingstandarts haar klacht heeft ingediend. De beroepscommissie gaat uit van de juistheid van deze informatie en is van oordeel dat klaagster haar klacht tijdig heeft ingediend.

 

Opmerking vooraf

De beroepscommissie heeft vastgesteld dat de inrichtingstandarts zijn bevindingen zeer summier in het tandheelkundig dossier heeft beschreven. De beroepscommissie raadt de inrichtingstandarts aan om van een behandeling uitgebreider verslag te doen. Dit is niet alleen van belang om achteraf te kunnen beoordelen of een behandeling adequaat was of om te achterhalen welke verrichtingen er zijn uitgevoerd, maar onder andere ook voor verantwoorde zorgverlening in de toekomst na een overdracht van het dossier aan een andere (inrichtings)tandarts.

Omdat het patiëntendossier maar beperkt informatie over de bewuste behandeling bevat, heeft de beroepscommissie met name ook gelet op de reactie op het beroepschrift, zoals deze in het dossier is opgenomen.

 

Inhoudelijke beoordeling

Klaagster heeft zich volgens de inrichtingstandarts gemeld met pijnklachten aan element 38, de verstandskies linksonder. De inrichtingstandarts heeft haar toen verteld dat het verstandig is om deze kies te verwijderen en om tegelijkertijd een caviteit (een gaatje) in element 36 te vullen. Klaagster is volgens de inrichtingstandarts met beide verrichtingen akkoord gegaan. Element 36 is door de inrichtingstandarts behandeld en deze behandeling heeft, zoals later is geconstateerd, het gewenste resultaat gehad. Na het vullen van de caviteit, heeft de inrichtingstandarts element 38 verwijderd.

Het is algemeen bekend dat het verwijderen van een verstandskies ingrijpend kan zijn en gepaard kan gaan met veel pijnklachten en napijn.

Het dossier biedt geen aanknopingspunten om te veronderstellen dat een mondinfectie bij klaagster is te wijten aan gebrekkige hygiëne tijdens de behandeling door de inrichtingstandarts op 19 oktober 2021. Bij de behandeling van element 38 is een opklap gemaakt waarvoor het botvlies is afgeschoven en bot vrij is komen te liggen. Dat kan al een reactie met napijn geven en een zwelling veroorzaken. Bovendien kunnen in een dergelijk geval (schadelijke) bacteriën, waarvan er bij een slechte kies extra veel in de mond aanwezig zijn, gemakkelijk voor een infectie zorgen. De inrichtingstandarts heeft klaagster geadviseerd om na een week terug te komen voor controle, maar dit heeft zij nagelaten.

De beroepscommissie heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de door de inrichtingstandarts over zijn verrichtingen gegeven informatie. De stelling dat de inrichtingstandarts de verkeerde kies heeft getrokken is naar het oordeel van de beroepscommissie dan ook niet aannemelijk geworden.

De inrichtingstandarts heeft uitgelegd dat hij pas overgaat tot een behandeling als de patiënt daarmee akkoord gaat. Dat een tandarts met zijn patiënt overlegt en van de patiënt toestemming krijgt voor een verrichting, is de algemene werkwijze van een (tand)arts en niet is gebleken dat hiervan in dit geval door de inrichtingstandarts is afgeweken.

Gelet op het voorgaande kan het handelen van de inrichtingstandarts niet worden aangemerkt als in strijd met de norm zoals bedoeld in artikel 71f, derde lid, onder a. of b., van de Pbw. De beroepscommissie zal het beroep daarom ongegrond verklaren.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

 

 

Deze uitspraak is op 16 januari 2023 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr. drs. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter, drs. B.A. Geurts en drs. A.A.J. Jeurissen, leden, bijgestaan door mr. A. de Groot, secretaris.

 

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven