Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 21/24924/GA, 15 juni 2022, beroep
Uitspraakdatum:15-06-2022

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer 21/24924/GA    

Betreft [klager]

Datum 15 juni 2022

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van [klager] (hierna: klager)

1. De procedure

Klager heeft – voor zover in beroep aan de orde – beklag ingesteld tegen de opgelopen vertraging in de behandeling van zijn verzoek om kortdurend re-integratieverlof, doordat de directeur de verlofaanvraag niet aan de selectiefunctionaris heeft doorgestuurd.

De beklagrechter bij de PI Lelystad heeft op 16 december 2021 geoordeeld dat uit het klaagschrift niet voortvloeit dat wordt opgekomen tegen het niet voortvarend handelen van de directeur en heeft daarnaast het beklag ongegrond verklaard, omdat aangenomen kan worden dat de directeur de verlofaanvraag uiteindelijk naar de selectiefunctionaris heeft doorgestuurd (PL 2021/952). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

Klagers raadsman, mr. J. van Wijk, heeft namens klager hiertegen beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en de directeur in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

2. De beoordeling

Strekking en omvang van het beklag

In het klaagschrift schrijft klagers raadsman: “Doordat de verlofaanvraag niet naar de selectiefunctionaris is ingestuurd heeft de aanvraag onnodig veel vertraging opgelopen”. Ter zitting van de beklagrechter is hierbij toegelicht dat niet voortvarend is beslist op klagers verzoek van 16 juli 2021, omdat de directeur drie maanden de tijd nam om alle adviezen op te vragen, de directeur daarna op 8 oktober 2021 onbevoegd op de verlofaanvraag besliste en de directeur de selectiefunctionaris pas adviseerde op 24 november 2021.

In het licht hiervan is de beroepscommissie van oordeel dat het beklag redelijkerwijs ook had moeten worden opgevat als te zijn gericht tegen het onvoldoende voortvarend handelen van de directeur bij de behandeling van klagers verzoek om kortdurend re-integratieverlof. De beroepscommissie zal dit alsnog bij de beoordeling van het beklag betrekken.

Inhoudelijk

Het inwinnen van alle benodigde adviezen en informatie door de directeur neemt enige tijd in beslag. Hoewel vast staat dat dit ongeveer drie maanden heeft geduurd, is gesteld noch gebleken dat in dezen een verwijt aan de directeur kan worden gemaakt. Bij dit oordeel neemt de beroepscommissie mede in aanmerking dat de politie een screening diende uit te voeren van de door klager aangedragen werkgever en dat het advies van het Openbaar Ministerie van 23 september 2021, anders dan gebruikelijk, is uitgebracht door het Landelijk Parket en het Functioneel Parket gezamenlijk.

Op grond van artikel 3, zesde lid, van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting had de directeur alle beschikbare informatie, vergezeld van zijn eigen advies, onverwijld door dienen te sturen naar de selectiefunctionaris, die namens de Minister voor Rechtsbescherming bevoegd was om op het verzoek om kortdurend re-integratieverlof te beslissen. Nu de directeur dit niet heeft gedaan, hiervoor geen goede reden bestond en klager dit via de selectiefunctionaris heeft moeten agenderen (hetgeen hij op 15 oktober 2021 en 23 november 2021 heeft gedaan), dient het beklag alsnog gegrond te worden verklaard (voor zover de beklagcommissie dit niet al gegrond had verklaard).

Omdat aan klager in het kader van de onderhavige verlofaanvraag reeds een tegemoetkoming is toegekend voor het door hem geleden ongemak als gevolg van het onbevoegd beslissen door de directeur, ziet de beroepscommissie geen aanleiding aan klager in dezen een (aanvullende) tegemoetkoming toe te kennen.

3. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagrechter voor zover in beroep aan de orde, en verklaart het beklag alsnog gegrond. Zij kent aan klager geen (aanvullende) tegemoetkoming toe.

Deze uitspraak is op 15 juni 2022 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. D. van der Sluis, voorzitter, mr. A. Pahladsingh en S. Djebali, leden, bijgestaan door mr. M.G. Bikker, secretaris.

 

secretaris        voorzitter

Naar boven