Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 21/21831/TA, 22 december 2021, beroep
Uitspraakdatum:22-12-2021

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

Nummer          21/21831/TA   

Betreft [klager]

Datum 22 december 2021

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van het hoofd van FPC Pompestichting te Nijmegen (hierna: de instelling)

 

1. De procedure

[klager] (hierna: klager) heeft beklag ingesteld tegen het niet fysiek mogen stemmen op 17 maart 2021.

De beklagcommissie bij de instelling heeft op 8 juni 2021 het beklag gegrond verklaard en daarbij aan klager een tegemoetkoming toegekend van €25,- (PZ 2021/21). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

Het hoofd van de instelling heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft […], jurist bij de instelling, en klagers raadsvrouw mr. Z. Boufadiss gehoord op de zitting van 24 november 2021 in de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught.

De beroepscommissie heeft vervoer voor klager geregeld, zodat hij op de zitting kon worden gehoord. Klager heeft echter geen gebruik gemaakt van die mogelijkheid en afstand van horen gedaan.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van het hoofd van de instelling

Het stemrecht is klager niet onthouden. Klager had net als de andere bewoners de mogelijkheid om een volmacht aan iemand anders te verstrekken waarmee hij zijn stem kon uitbrengen. Klager heeft echter laten weten er bewust niet voor te kiezen zijn stem via een machtiging uit te brengen.

Het kiesrecht is een groot goed. In de andere locatie van de instelling konden bewoners in persoon stemmen. Geprobeerd is om een stembureau in de locatie Zeeland van de instelling te faciliteren, wat niet is gelukt. Daarom is er voor gekozen bewoners, onder wie klager, bij volmacht te laten stemmen. Klager wilde zijn stem fysiek tijdens verlof uitbrengen. Klagers verlof bestond uit fietsverlof en winkelbezoek en was daarmee gericht op het vergroten van kwaliteit van leven en het voorbereiden op een uitstroommogelijkheid. Het fysiek stemmen hoort volgens het verlofteam niet bij klagers verlofdoel. De jurist is niet bekend welke behandelinhoudelijke afweging is gemaakt door de clustermanager.  Bovendien hebben weinig bewoners in de locatie Zeeland verlof. In die tijd speelde ook al corona. In de locatie Zeeland verblijft een kwetsbare populatie en het stembureau buiten de instelling is klein.

De toegekende tegemoetkoming is niet onderbouwd.

Standpunt van klager

De instelling heeft met de beperking van klagers stemrecht onredelijk gehandeld. Het één lijn trekken van klager met de andere bewoners gaat niet op. Klager verkeerde in de bijzondere situatie dat hij op 17 maart 2021 verlof had en had dus tijdens zijn verlof fysiek kunnen gaan stemmen. Hij had daartoe in de gelegenheid moeten worden gesteld. Het gebruikmaken van het stemrecht is bij uitstek een resocialisatiedoel. Onduidelijk is welke behandelinhoudelijke afwegingen de clustermanager heeft gemaakt. Het corona argument is niet eerder aangevoerd. Op 17 maart 2021 zaten we allemaal in coronatijd en zijn veel mensen gaan stemmen. Op de stembureaus zijn de coronamaatregelen in acht genomen.

 

3. De beoordeling

Op grond van de stukken en het behandelde ter zitting stelt de beroepscommissie het volgende vast. De instelling heeft tevergeefs geprobeerd op de locatie Zeeland een stembureau in te richten voor de verkiezingen van de Tweede Kamer op 17 maart 2021. Klager had op 17 maart 2021 als een van de weinige bewoners van de locatie Zeeland (begeleid) verlof en heeft daarom verzocht zijn stem op het stembureau buiten de instelling te mogen uitbrengen. Dit is afgewezen op de grond dat het stemmen niet direct het resocialisatiedoel raakt en klager net als de andere bewoners van de locatie Zeeland via een machtiging aan zijn netwerk of een personeelslid zijn stem kan uitbrengen.

Volgens artikel B 6, eerste lid van de Kieswet oefenen kiesgerechtigde personen aan wie op de dag van de stemming rechtmatig hun vrijheid is ontnomen, hun kiesrecht uit door bij volmacht te stemmen. Volgens het tweede lid, aanhef en onder a, van dit artikel geldt deze beperking niet voor hen die op de dag van de stemming een zodanige feitelijke bewegingsvrijheid genieten dat zij in persoon aan de stemming kunnen deelnemen.

Nu klager op 17 maart 2021 -ondanks corona- begeleid verlof had, had hij die dag voldoende feitelijke bewegingsvrijheid om in persoon op het stembureau buiten de instelling te gaan stemmen, los van het antwoord op de vraag of stemmen nu wel of niet onder het doel van verlof valt. Niet is gebleken dat het op behandelinhoudelijke gronden onverantwoord was dat klager die dag met verlof zou gaan. De beslissing klager niet in persoon te laten stemmen is daarmee in strijd met de wet genomen.

De beroepscommissie kan zich verder verenigen met de door de beklagcommissie aan klager toegekende tegemoetkoming. 

Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie met wijziging van de gronden.

Deze uitspraak is op 22 december 2021 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. M.J.H. van den Hombergh, voorzitter, drs. M.R. Daniel en mr. drs. L.C. Mulder, leden, bijgestaan door mr. E.W. Bevaart, secretaris.

 

secretaris        voorzitter

Naar boven