Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 20/16596/TA, 2 december 2021, beroep
Uitspraakdatum:02-12-2021

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

Nummer          20/16596/TA

               

Betreft [klager] (hierna: klager)

Datum 2 december 2021

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van het hoofd van FPC De Rooyse Wissel te Venray (hierna: de instelling)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen schending van zijn privacy.

De beklagcommissie bij de instelling heeft op 3 december 2020 het beklag gegrond verklaard (RV2020/53). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

Het hoofd van de instelling heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft het hoofd van de instelling, klager en zijn raadsman, mr. C.J.J. Kwint in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

2. De standpunten in beroep

Standpunt van het hoofd van de instelling

Klager klaagt over het schenden van zijn privacy, welke naar het oordeel van de instelling niet is geschonden. Op 21 februari 2020 heeft een sociotherapeut de medicatielijst van klager dubbelgevouwen (zonder zicht op de medicatie) meegegeven aan de transportgeleider van DV&O. De werkwijze van de instelling is erop gericht dat er vertrouwelijk wordt omgegaan met privacygevoelige gegevens. Noch wet- of regelgeving noch jurisprudentie schrijven echter voor, dat medische bescheiden - zoals in onderhavig geval - tijdens transport in een envelop dienen te worden meegegeven. De instelling stelt zich dan ook op het standpunt, dat klager zich niet kan beroepen op een dergelijke werkwijze en het klachtrecht niet strekt tot het wel of niet verstrekken van een envelop.

Klager kan zich enkel beroepen op een vermeende schending van een recht zoals neergelegd in artikel 56, eerste lid, onder e, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt). Nu klagers medicatielijst dubbelgevouwen, en derhalve niet zichtbaar, is meegegeven aan de transportgeleider, stelt de instelling zich op het standpunt dat klagers privacy niet is geschonden. Het oordeel van de beklagcommissie, dat een dichtgevouwen brief kan worden geopend, kan naar het oordeel van de instelling voorts niet leiden tot een gegrondverklaring van een vermeende schending van de privacy. De instelling gaat immers uit van de professionaliteit van de transportgeleiders van DV&O en de vertrouwelijkheid die zij bij hun werkzaamheden in acht nemen. Het risico dat een brief 'eenvoudigweg' kan worden geopend, wordt bovendien niet weggenomen door gebruikmaking van een envelop. Immers, het openen van een envelop kan geschieden met een handeling van dezelfde eenvoud.

Daarnaast is klager tijdens het transport op 21 februari 2020 vervoerd met Extra Beveiligd Vervoer. Dit betekent dat klager in een personenauto is vervoerd, waarbij klager tevens zicht heeft gehad op de transportgeleiders. Ook hieruit is niet gebleken dat klagers bescheiden tijdens transport zijn geopend. Uit navraag bij DV&O is ook niet gebleken dat er bijzonderheden zijn opgemerkt in de dagrapportage, dan wel in de ritgegevens van het transport op 21 februari 2020. Voorts zijn de beveiligers van DV&O bekend met de Dienstinstructie bestemd voor het vervoer van justitiabelen door DV&O. In de voornoemde Dienstinstructie is in artikel 7 opgenomen: 'Het is de transportgeleiders niet toegestaan de preciosazak, dossier en medische bescheiden die tijdens transport worden meegevoerd te openen'. De instelling acht het, mede omwille van deze gegevens, niet aannemelijk dat klagers privacy is geschonden ten tijde van de vervoersbeweging op 21 februari 2020.

Tot slot wenst de instelling op te merken, dat klager op 21 februari 2020 nimmer heeft gesproken over zijn medische bescheiden, de wijze waarop deze zijn overgedragen en getransporteerd en de afwezigheid van een envelop. Daar klager direct op de hoogte was van het ontbreken van een envelop, had het op zijn weg gelegen om zijn mogelijke bezwaren kenbaar te maken bij sociotherapie dan wel de transportgeleiders. In dat geval hadden zij hier (logischerwijs) tijdig op kunnen anticiperen en desgewenst de medicatielijst kunnen voorzien van een envelop.

Standpunt van klager

Klager is op 21 februari 2020 door DV&O opgehaald voor een ziekenhuisbezoek. Ten behoeve van dit bezoek is de medicatielijst van klager aan de transportgeleider van DV&O meegegeven. De instelling heeft de lijst dubbelgevouwen - en niet in een gesloten envelop - aan de transportgeleider meegegeven.

De Nederlandse wetgever hecht groot belang aan de vertrouwelijkheid van medische gegevens. Niet voor niets is in de Wet beroepen op de individuele gezondheidszorg en de Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst het medisch beroepsgeheim geregeld, hetgeen onder andere inhoudt dat de zorgverlener (behoudens uitzonderingen) geen gegevens van de patiënt aan anderen mag verstrekken. De vertrouwelijkheid van de medische gegevens staat voorop. In het straf(proces)recht is dit tot uitdrukking gebracht in de vorm van het verschoningsrecht voor artsen. Wat betreft de verwerking van medische gegevens stelt de wetgever hoge eisen. In artikel 32 van de Algemene verordening gegevensbescherming staat dat passende beveiligingsmaatregelen worden genomen om de gegevens te beveiligen. Voor de beveiliging van medische gegevens in de zorgsector zijn zeer strenge normen geformuleerd, die tot uitdrukking komen in de ISO 27001, ISO 27799, NEN 7510 en NEN 7512.

In casu gaat het om een medicatielijst. Vast staat dat dit (gevoelige) medisch gegevens betreffen. In haar beroepschrift heeft de instelling geschreven dat in de wet of regelgeving (artikel 7, tweede lid, van de Richtlijnen bestemd voor de inrichtingen aangaande het vervoer (de beroepscommissie begrijpt: de Dienstinstructie bestemd voor het vervoer van justitiabelen door DV&O) niet staat op welke wijze de medicatielijst vervoerd had moeten worden. Gelet echter op het belang dat de wetgever hecht aan de vertrouwelijkheid van medische informatie, diende de wijze van vervoeren van het document wel een dusdanig beveiligingsniveau te kennen, dat de privacy van verweerder gewaarborgd was. Het enkel dubbelvouwen van de medicatielijst was daartoe volstrekt onvoldoende. Hetgeen de instelling in het beroepschrift van 7 januari 2021 heeft aangevoerd met betrekking tot de concrete inhoud van de reis, maakt dit niet anders. De vraag is of de privacy van klager is gewaarborgd door de wijze van vervoeren van de medicatielijst. Dat is niet het geval, zodat zijn recht op privacy is geschonden.

3. De beoordeling

Gelet op de stukken is de beroepscommissie van oordeel dat onzorgvuldig is omgegaan met de medische gegevens van klager door deze slechts dubbelgevouwen aan de transportgeleiders van DV&O mee te geven. De medicatielijst van klager die uitsluitend was gericht aan de arts in het ziekenhuis, had in dit geval in een gesloten envelop overhandigd moeten worden om elk risico van kennisnemen van de inhoud daarvan te voorkomen. Of de medicatielijst daadwerkelijk wel of niet is bekeken door de transportgeleiders doet daar niet aan af.

Hetgeen in beroep is aangevoerd kan naar het oordeel van de beroepscommissie niet tot een andere beslissing leiden dan die van de beklagcommissie. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie.

 

Deze uitspraak is op 2 december 2021 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. A. van Holten, voorzitter, mr. drs. L.C. Mulder en mr. T.B. Trotman, leden, bijgestaan door mr. C.K. van Dijk, secretaris.

 

secretaris        voorzitter

Naar boven