Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 21/19592/GA, 1 december 2021, beroep
Uitspraakdatum:01-12-2021

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

Nummer          21/19592/GA

               

Betreft [klager]

Datum 1 december 2021

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) Lelystad (hierna: de directeur)

 

1. De procedure

[klager] (hierna: klager) heeft beklag ingesteld tegen het niet kunnen luchten op 8 en 9 september 2020 en het niet aanbieden van een compensatie voor die gemiste luchtmomenten.

De beklagrechter bij de PI Lelystad heeft op 20 januari 2021 het beklag gegrond verklaard en daarbij aan klager een tegemoetkoming toegekend van €10,- (PL 2020/899). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

De directeur heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft klagers raadsvrouw, mr. N. Wijkman, en namens de directeur van de PI Lelystad, […], directielid en […] en […], juridisch medewerkers, gehoord op de zitting van 20 oktober 2021 in de PI Lelystad. De beroepscommissie heeft vervoer voor klager geregeld, zodat hij op de zitting kon worden gehoord. Klager heeft echter geen gebruik gemaakt van die mogelijkheid.

2. De standpunten in beroep

Standpunt van de directeur

De directeur verwijst naar twee eerdere uitspraken van de beroepscommissie, RSJ 18 september 2019, R-19/3658/GA en RSJ 3 november 2020, R-20/6314/GA en R-20/6321/GA. In beide uitspraken heeft de beroepscommissie overwogen dat het recht op luchten zo fundamenteel is, dat het in beginsel als een onvervreemdbaar recht voor gedetineerden wordt aangemerkt. De inrichting dient extra inspanningen te verrichten om gedetineerden niet te beperken in dit recht. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen mag het voorkomen dat een gedetineerde niet in de gelegenheid kan worden gesteld om te luchten. Ook bij zeer ernstige calamiteiten dient de inrichting in beginsel extra inspanningen te verrichten om een passende compensatie te kunnen bieden. In deze uitspraken kon het luchten niet doorgaan in verband met de aanslag in Utrecht op 18 maart 2019 nabij de inrichting en vanwege een opstand op de luchtplaats waarbij ongeveer 60 gedetineerden betrokken waren. In beide uitspraken heeft de beroepscommissie geoordeeld dat afwijking van het recht op luchten gerechtvaardigd was en dat het onredelijk zou zijn van de directeur te verlangen dat hij een nieuw luchtmoment of een compensatie zou aanbieden, nu het ging om een situatie die alle dan wel een grote groep gedetineerden raakte.

De directeur meent dat de situatie op 8 en 9 september 2020 in de PI Lelystad vergelijkbaar was. Ook hier was sprake van een zodanige uitzonderlijke situatie waarbij de veiligheid van het personeel en de gedetineerden ernstig in gevaar was. De mogelijke aanwezigheid van een schietpen in de inrichting leverde een groot potentieel gevaar op voor de veiligheid van alle aanwezigen in de inrichting. Dat er achteraf niets is gevonden doet aan de gevaarzetting niets af. De Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid (LBB) is ingeschakeld om te zoeken naar de schietpen. Alle gedetineerdenbewegingen zijn toen stilgelegd en er mochten geen gedetineerden uit de inrichting vertrekken. Nu het ging om een groot aantal gedetineerden dat niet heeft kunnen luchten, meent de directeur dat hij in redelijkheid niet heeft hoeven over te gaan tot het aanbieden van een extra luchtmoment of een andere compensatie.

Het niet doorgaan van het luchten berustte op overmacht en was in het belang van de veiligheid van alle aanwezigen in de inrichting. De door de beklagrechter toegekende compensatie van €10,- is niet passend en ten onrechte toegekend.

In de inrichting verblijven ongeveer 600 gedetineerden. Indien zij allen zouden moeten worden gecompenseerd, zou hier een lange tijd overheen gaan. De LBB heeft op 8 en 9 september 2020 met enkele tientallen personen de regie van de inrichting overgenomen en zijn de doorzoeking gestart, waarbij ook gebruik is gemaakt van vuurwapens. Alles bleef in lockdown tot het moment waarop het LBB het sein zou geven dat deze kon worden opgeheven. Het was niet mogelijk en wenselijk om gedurende deze doorzoeking het luchten doorgang te laten vinden. Meerdere afdelingen werden tegelijkertijd doorzocht. Door de gebouwelijke situatie zouden de gedetineerden dan zicht kunnen krijgen op de LBB en hun wijze van opereren. Over de doorzoeking en de inschakeling van het LBB vindt vooraf overleg plaats met het hoofdkantoor van DJI. Ook de plaatselijke politie wordt geïnformeerd. De spitactie in de PI Lelystad betrof de gehele inrichting en niet slechts koepel C1. In de PI Lelystad verblijven gedetineerden met GVM-status hoog. De luchtopstand in Rotterdam heeft twee weken geduurd en niet één dag.

Standpunt van klager

De uitspraken van de beroepscommissie waar de directeur naar verwijst, zagen op het niet doorgaan van luchtmomenten op één dag, in dit geval gaat het om twee dagen. Dit is een groot verschil. Er is weliswaar sprake van een bijzondere situatie, maar de beklagcommissie heeft terecht geoordeeld dat voor de twee dagen zonder luchtmoment een compensatie had moeten worden geboden.

3. De beoordeling

Het recht op luchten, als bedoeld in artikel 49, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet, is naar het oordeel van de beroepscommissie zo fundamenteel dat het in beginsel als een onvervreemdbaar recht voor gedetineerden wordt aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie dient de inrichting extra inspanningen te verrichten om gedetineerden niet te beperken in dit recht. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen mag het voorkomen dat een gedetineerde niet in de gelegenheid kan worden gesteld om te luchten. Ook bij zeer ernstige calamiteiten dient de inrichting in beginsel extra inspanningen te verrichten om een passende compensatie te kunnen bieden.

De beroepscommissie is van oordeel dat de spitactie door het LBB naar een schietpen in de inrichting op 8 en 9 september 2020, die aanleiding gaf tot een lockdown, een zodanig uitzonderlijke situatie is, dat afwijking van het recht op luchten gerechtvaardigd is. De spitactie omvatte de gehele inrichting en had gevolgen voor alle gedetineerden in de inrichting, ongeveer 600 personen. Ter zitting van de beroepscommissie is namens de directeur toegelicht op welke wijze de spitactie heeft plaatsgevonden. De LBB heeft gedurende de spitactie de regie in de inrichting overgenomen. Gelet op de omvang van de spitactie acht de beroepscommissie het begrijpelijk dat die dagen het luchtmoment niet kon doorgaan, temeer om te voorkomen dat gedetineerden de individuele leden van het LBB alsmede hun werkwijze zouden kunnen herkennen. Gelet op de grote omvang van de groep gedetineerden die hun luchtmomenten hebben gemist, is de beroepscommissie van oordeel dat het in dit geval ook onredelijk zou zijn om van de directeur te verlangen hen op een later moment een nieuw luchtmoment of een andere vorm van compensatie aan te bieden.

Gelet op het voorgaande en bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, kan de beslissing van de directeur niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. De beroepscommissie zal het beroep daarom gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagrechter vernietigen en het beklag alsnog ongegrond verklaren.

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagrechter en verklaart het beklag alsnog ongegrond.

Deze uitspraak is op 1 december 2021 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. M. Iedema, voorzitter, F. van Dekken en drs. H. Heddema, leden, bijgestaan door mr. R. Kokee, secretaris.

 

secretaris        voorzitter

Naar boven