Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 21/21389/TA, 1 november 2021, beroep
Uitspraakdatum:01-11-2021

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

Nummer          21/21389/TA

             

Betreft [klager]

Datum 1 november 2021

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van  [klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen:

a.  het ongeopend en onvolledig uitgereikt krijgen van post van zijn advocaat op 25 september 2021 (K-2020-211);

b.  een afzonderingsmaatregel van 9 oktober 2020, vanwege de vondst van een schaar op klagers kamer en het voortduren van de afzondering tot 26 oktober 2020  (K-2020-213);

c.  de vermissing van een aantal eigendommen na overplaatsing in december 2019 (K-2020-216).

De beklagcommissie bij FPC De Kijvelanden te Poortugaal (hierna: de instelling) heeft op 6 mei 2021 beklag a. en b. ongegrond verklaard en klager niet-ontvankelijk verklaard in beklag c. De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

Klagers raadsvrouw, mr. S. Marjanović, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman mr. V. Nolet – als waarnemer van mr. S. Marjanović, en […], teammanager, en …], jurist bij de instelling, gehoord op de digitale zitting van 24 september 2021. Op 1 oktober 2021 heeft de instelling aanvullende informatie toegezonden. Deze informatie is ter kennisgeving doorgestuurd naar klager en zijn raadsvrouw.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

Klager heeft zich beklaagd over het in zijn afwezigheid openen van advocatenpost, die aan hem op 25 september 2020 geopend en onvolledig is uitgereikt. Bij de uitgereikte stukken bevond zich wel de begeleidende brief van de advocaat aan de directeur en de bij de brief aan klager gevoegde bijlagen, maar niet de brief van de advocaat aan klager. Er is hieromtrent geen sprake van een vergissing aan klagers kant. Bij de uitreiking van de stukken is hem medegedeeld dat dit stukken uit zijn digitale dossier waren. Dit betroffen echter stukken die ook eerder door klagers advocaat waren ontvangen en aan hem waren verstuurd.

Klager was reeds vanaf zijn binnenkomst in de instelling in 2019 in het bezit van de betreffende knipschaar en het personeel was hiervan op de hoogte. Hij gebruikte deze schaar regelmatig om het haar van zijn medebewoners te knippen. Dat hij het haar van medebewoners knipt wordt bevestigd door de instelling, maar klager zou volgens hen een tondeuse gebruiken en geen schaar. De afzonderingsmaatregel heeft te lang geduurd. Het verrichten van onderzoek heeft volgens de instelling direct na het aantreffen van de schaar plaatsgevonden. De beklagcommissie heeft ten onrechte overwogen dat het verrichten van onderzoek ook een van de redenen is waarom de maatregel tot 26 oktober 2020 heeft geduurd. Daarnaast kan het niet goed in contact zijn van klager en het opbouwen van contactmomenten de duur van de maatregel niet rechtvaardigen. Klager heeft direct openheid van zaken gegeven, was in contact en is rustig gebleven. Gelet op zijn meewerkende opstelling heeft het stapsgewijs uitbreiden van groepsmomenten te lang geduurd.

De instelling heeft in de maanden vanaf klagers aankomst in de instelling tot aan de indiening van het beklag onderzoek gedaan naar waar de vermiste voorwerpen van klager zich zouden kunnen bevinden. Klager verkeerde dan ook in de veronderstelling dat deze eigendommen wel boven water zouden komen. Klager was in onderhandeling met de instelling en er is geprobeerd om tot een oplossing te komen. Pas nadat hem was medegedeeld en hem duidelijk was geworden dat deze eigendommen niet meer waren aangetroffen, heeft hij direct beklag ingesteld. Gelet op voornoemde gang van zaken kan van klager niet worden verwacht dat hij eerder beklag had moeten indienen.

Klager mist nog steeds één horloge. De vermissing van de persoonlijke documenten, de sieraden, het tv-kastje en de cd is de instelling aan te rekenen. Het is immers aan de ontvangende instelling om de binnenkomende eigendommen goed te inventariseren. Blijkens informatie van FPC Dr. S. van Mesdag is de inhoud van de kluis van klager aldaar per aangetekende post naar de huidige instelling verstuurd en de post zou volgens de track and trace registratie ook door de instelling zijn ontvangen. Klager heeft deze goederen echter nooit ontvangen. De huidige instelling kan en dient dan ook verantwoordelijk te worden gehouden voor de vermissing hiervan.

Klager heeft nog geen vergoeding gekregen voor het vervangen van zijn paspoort. Klager heeft nog geen nieuwe bankpassen en ook kan hij nog geen nieuw rijbewijs aanvragen.

Klager verblijft momenteel op afdeling Onyx 2. Hij mag veel spullen niet op zijn kamer hebben. Klager is bang dat hij weer spullen gaat kwijtraken. Klager heeft nog geen zicht op verlof. Hij volgt alle therapie en blokken.

Standpunt van het hoofd van de instelling

De instelling verwijst naar hetgeen uitvoerig is beschreven in het verweerschrift in beklag. Onbekend is of klager al een vergoeding heeft gekregen voor het vervangen van zijn paspoort. Indien dit niet het geval is, dan zal deze vergoeding alsnog worden overgemaakt. Het rijbewijs kan klager pas aanvragen op het moment dat klager op verlof mag.

Het is onbekend wanneer is besloten om de horloges, die klager bij binnenkomst bij zich had, in de kluis te stoppen. Op het moment dat dit speelde, waren er drie kluizen op de afdeling waarbij meerdere personen toegang hadden tot die kluizen. Dat zorgde voor een onoverzichtelijke situatie. Op dit moment is er nog één kluis aanwezig en slechts twee personen hebben toegang tot die kluis. Het is juist dat zes horloges zijn terug gevonden in de bak van een medepatiënt. Vanaf het begin was al duidelijk dat een aantal voorwerpen niet waren ontvangen vanuit FPC Dr. S. van Mesdag. Door FPC Dr. S. van Mesdag is aangegeven dat zij geen inventarislijsten maken en dat onbekend is wat er precies is meegestuurd. Bij binnenkomst is ook een lege doos aangekomen. Klager had eerder kunnen klagen over een aantal voorwerpen. Voor een aantal voorwerpen is te laat beklag ingesteld. Ten aanzien van de horloges kan worden geoordeeld dat klager tijdig is met het indienen van het beklag, nu de horloges zijn ontvangen binnen FPC De Kijvelanden en deze ook op de inventarislijsten stonden. Met betrekking tot de persoonlijke documenten is door de vorige instelling aangegeven dat deze aangetekend zijn verzonden. In een laat stadium is door hen een track and trace code overhandigd. Het is echter onduidelijk of de stukken ook daadwerkelijk zijn ontvangen door de instelling.

Op 1 oktober 2021 is door de instelling een e-mailbericht aan de Raad toegezonden waaruit volgt dat klager zijn identiteitsbewijs, rijbewijs en bankpas is kwijtgeraakt tijdens zijn overplaatsing. Uit onderzoek is gebleken dat de kosten voor het identiteitsbewijs nog niet waren overgemaakt naar klager. De instelling heeft op 28 september 2021 een betaalopdracht verstuurd om een bedrag van €142,55 over te maken naar klager. Dit is het bedrag voor het nieuwe identiteitsbewijs en betreft tevens een vooruitbetaling voor verloren rijbewijs en bankpas.

 

3. De beoordeling

Beklag a. en b.

Hetgeen in beroep is aangevoerd inzake beklag a. en b. kan naar het oordeel van de beroepscommissie niet tot een andere beslissing leiden dan die van de beklagcommissie. Het beroep zal daarom in zoverre ongegrond worden verklaard.

Beklag c.

Ontvankelijkheid

Klager is in december 2019 vanuit FPC Dr. S. van Mesdag overgeplaatst naar FPC De Kijvelanden. Sinds zijn binnenkomst mist klager enkele van zijn eigendommen. Klager is hierover in overleg gegaan met de instelling. Uit de stukken volgt dat de instelling in de maanden na klagers binnenkomst in de instelling bezig is geweest met het (onder)zoeken waar klagers vermiste voorwerpen zich zouden kunnen bevinden. Het is onduidelijk gebleven wanneer aan klager kenbaar is gemaakt dat de vermiste voorwerpen niet meer terug gevonden zouden worden. Klager stelt dat hij, nadat hem is medegedeeld en duidelijk is geworden dat de voorwerpen niet meer zouden worden gevonden, beklag heeft ingesteld. De beroepscommissie is tegen deze achtergrond dan ook van oordeel dat niet kan worden gesteld dat klager te laat beklag heeft ingesteld. Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagcommissie in zoverre vernietigen en klager alsnog ontvankelijk verklaren in beklag c.

De beroepscommissie overweegt inhoudelijk als volgt.

Ten aanzien van de vermissing van diverse sieraden (oorbel, ketting en een ring), het tv-kastje voor digitale zenders en een cd kan niet worden vastgesteld dat deze voorwerpen bij de huidige instelling zijn binnengekomen. De beroepscommissie is daarom van oordeel dat FPC De Kijvelanden dan ook niet aansprakelijk kan worden geacht voor de vermissing van voormelde goederen. In zoverre zal het beklag ongegrond worden verklaard.

Ten aanzien van de vermissing van de persoonlijke documenten en de horloges volgt uit de onderliggende stukken dat door FPC Dr. S. van Mesdag inzake de persoonlijke documenten is aangegeven dat deze aangetekend zijn verzonden en dat door hen de bijbehorende track and trace code aan FPC De Kijvelanden is overhandigd. Daarnaast staan op de inventarislijst van klager, die in december 2019 na klagers opname is opgesteld, zeven horloges genoteerd. Hierbij is met de hand genoteerd dat hij er hiervan één in zijn bezit had en de rest bij de ‘contrabande’ hoort. In januari 2021 is nogmaals een poging ondernomen om klagers horloges terug te vinden. Toen zijn zes horloges teruggevonden in een contrabandebak van een medepatiënt. Klager heeft deze zes horloges teruggekregen. Hoewel klager stelt dat er nog één horloge ontbreekt, is de beroepscommissie van oordeel dat – gelet op het voorgaande – niet aannemelijk is geworden dat er momenteel nog één horloge ontbreekt en zij verklaart het beklag ook op dit onderdeel ongegrond.

Inzake de vermissing van de persoonlijke documenten is gebleken dat deze zijn verzonden en dat volgens FPC Dr. S. van Mesdag uit de track en trace registratie zou blijken dat de zending op 18 december 2019 door de instelling is ontvangen. De instelling heeft echter niet meer de beschikking over de persoonlijke documenten van klager. De beroepscommissie overweegt dat in zoverre het beklag van klager gegrond dient te worden verklaard. Nu door de instelling inmiddels een betaalopdracht is verstuurd om een bedrag van €142,55 over te maken naar klager voor het identiteitsbewijs en als vooruitbetaling voor het verloren rijbewijs en bankpas, ziet de beroepscommissie geen aanleiding om aan klager een tegemoetkoming toe te kennen.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep inzake beklag a. en b. ongegrond en bevestigt in zoverre de uitspraak van de beklagcommissie.

De beroepscommissie verklaart het beroep inzake beklag c. gegrond, vernietigt in zoverre de uitspraak van de beklagcommissie, verklaart klager alsnog ontvankelijk in dit beklag en verklaart dit beklag inzake de vermissing van de persoonlijke documenten gegrond. Voor het overige verklaart de beroepscommissie het beroep inzake beklag c. ongegrond.

Zij kent klager geen tegemoetkoming toe.

 

 

Deze uitspraak is op 1 november 2021 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr. T.B. Trotman, voorzitter, dr. T. Jambroes en mr. E. Lucas, leden, bijgestaan door

mr. L.E.M. Meekenkamp, secretaris.

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven