Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ R-20/7692/TA, 8 oktober 2021, beroep
Uitspraakdatum:08-10-2021

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          R-20/7692/TA

               

Betreft [klager]

Datum 8 oktober 2021

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van het hoofd van FPC Pompestichting te Nijmegen (hierna: de instelling)

 

1. De procedure

Het beklag van klager betreft het niet actief aanbieden van een moment om te luchten in de periode van 20 februari 2020 tot en met 2 maart 2020.

 

De beklagrechter bij de instelling heeft op 22 juli 2020 het beklag gegrond verklaard

(PZ 2020/16). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

 

Het hoofd van de instelling heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

 

De beroepscommissie heeft het hoofd van de instelling, klager en zijn raadsman, mr. S.O. Roosjen, in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

Desgevraagd heeft de instelling op 21 september 2021 laten weten dat het dagprogramma van klager in de periode van 20 februari 2020 tot en met 2 maart 2020 niet bewaard is gebleven.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van het hoofd van de instelling

De instelling kan zich niet vinden in het oordeel van de beklagrechter dat de instelling aan klager actief dagelijks een luchtmoment moet aanbieden. Klager heeft een dagprogramma met uitsluituren onder de vier uren. Met het dagprogramma wordt duidelijkheid en structuur geboden en zijn de afdelingsmomenten en het luchtmoment vermeld. Klager krijgt de dagprogramma's verstrekt zodat het voor klager ook duidelijk is wanneer het luchtmoment is. Klager kan gedurende een uur per dag zelfstandig gebruik maken van het balkon op de afdeling om in de buitenlucht te verblijven. De RSJ uitspraak met het kenmerk R-19/2299/GA, de beroepscommissie leest R-19/4499/GA, die de beklagrechter in de bestreden uitspraak betrekt, is niet van toepassing op onderhavige situatie. In die uitspraak was het voor de gedetineerde niet duidelijk wanneer een luchtmoment zou plaatsvinden en zou de gedetineerde om een luchtmoment kunnen verzoeken. De situatie van klager kan daar niet mee worden gelijkgesteld. De instelling verzoekt dan ook het beroep gegrond te verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie te vernietigen en de klacht alsnog ongegrond te verklaren.

 

Standpunt van klager

Klager heeft in beroep geen standpunt kenbaar gemaakt.

 

3. De beoordeling

Op grond van artikel 43, derde lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) heeft een verpleegde recht op verblijf in de buitenlucht gedurende ten minste één uur per dag. In beginsel zijn op dit recht geen beperkingen toegelaten.

 

Klager heeft in de periode van 20 februari tot 2 maart 2020 tijdens zijn maatregel afzondering een dagprogramma waarin hij ten minste één uur per dag kan luchten. Volgens de instelling is aan klager mogelijk op enkele dagen niet actief een luchtmoment aangeboden maar had hij dagelijks de mogelijkheid daartoe in de vorm van uitsluitmomenten van tenminste een uur waarbinnen hij zelfstandig gebruik kon maken van het balkon. In beroep is niet duidelijk geworden om hoeveel dagen het gaat en is het dagprogramma waarnaar verwezen wordt niet overgelegd. Evenmin is duidelijk geworden op welk moment of op welke wijze het voor klager kenbaar was dat er op een dag een luchtmoment zou worden aangeboden. Uit de stukken blijkt dat aan klager op andere dagen tijdens zijn maatregel afzondering actief een luchtmoment is aangeboden.

 

De beroepscommissie is van oordeel dat de instelling in de periode van 20 februari tot 2 maart 2020 aan klager actief dagelijks een luchtmoment had moeten aanbieden, nu de instelling dat op andere dagen ook heeft gedaan. Door het verstrekken van een dagprogramma aan klager waaruit klager had moeten uitmaken wanneer hij gebruik kon maken van het balkon heeft de instelling onvoldoende inspanning geleverd om klager te kunnen laten luchten, althans onvoldoende duidelijkheid daartoe. Klagers recht op luchten is geschonden. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagrechter.

 

Deze uitspraak is op 8 oktober 2021 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. A. van Holten, voorzitter, mr. M.J.H. van den Hombergh en mr. drs. L.C. Mulder, leden, bijgestaan door mr. C.K. van Dijk, secretaris.

 

secretaris        voorzitter

Naar boven