Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 21/20482/JA, 1 september 2021, beroep
Uitspraakdatum:01-09-2021

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          21/20482/JA

              

Betreft [klager]

Datum 1 september 2021

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van de directeur van de Justitiële Jeugdinrichting (JJI) Teylingereind te Sassenheim (hierna: de directeur)

 

1. De procedure

[klager], geboren op [geboortedatum] (hierna: klager) heeft – voor zover in beroep aan de orde – beklag ingesteld tegen het niet (direct) uitreiken van een beklagformulier.

De beklagcommissie bij de JJI Teylingereind heeft op 1 maart 2021 het beklag gegrond verklaard (TE2020-208). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

De directeur heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft de directeur en klager in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van de directeur

In een discussie over het tijdstip van het nuttigen van een maaltijd, vraagt klager dwingend om een beklagformulier. Op dat moment wordt dat niet gegeven, omdat het hem niet lukt dit op een normale manier te vragen. Later die dag is het beklagformulier alsnog uitgereikt.

Op grond van artikel 2, tweede lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj), moet de JJI de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel gebruiken voor de opvoeding van de jeugdige en hem zoveel mogelijk voorbereiden op zijn terugkeer in de maatschappij. Het pedagogisch klimaat in de inrichting staat daarom op de voorgrond. Dat betekent ook dat een jeugdige geen beklagformulier krijgt, als hij daar niet op een correcte manier om vraagt. De jeugdige wordt dan op een later moment uitgenodigd om het alsnog op een juiste manier te vragen.

De uitspraak van de beklagcommissie heeft tot gevolg dat dit opvoedingsaspect terzijde geschoven wordt. Dat leidt tot onwenselijke situaties. Artikel 65, derde lid, van de Bjj vergt dat een jeugdige zo spoedig mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld om beklag te doen. Onder de geschetste omstandigheden was het redelijk om te wachten met het bieden van die gelegenheid. Klager heeft binnen een paar uur alsnog een beklagformulier gekregen. Hij heeft zijn klaagschrift dus tijdig kunnen indienen.

De directeur doet een beroep op de uitspraken van de beroepscommissie in RSJ 28 februari 2002, 01/2190/JA, RSJ 10 april 2017, 17/12/GA en RSJ 6 juli 2011, 11/516/GA.

 

Standpunt van klager

Klager heeft niet op het beroep gereageerd.

 

3. De beoordeling

Wat is er gebeurd?

De belangrijkste feiten staan in deze zaak niet ter discussie. Klager heeft op 26 oktober 2020 duidelijk gemaakt dat hij een beklagformulier wilde, maar het personeel wilde dit eerst niet aan hem geven, omdat hij hier niet op een gepaste manier om vroeg.

 

Wat staat er in de wet?

In artikel 65, derde lid, van de Bjj is bepaald:

“De directeur draagt zorg dat een jeugdige die beklag wenst te doen daartoe zo spoedig mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld.”

De directeur wijst daarnaast op artikel 2, tweede lid, van de Bjj. Daarin is (voor zover nu van belang) bepaald:

“Met handhaving van het karakter van de straf of de maatregel wordt de tenuitvoerlegging hiervan aangewend voor de opvoeding van de jeugdige en zoveel mogelijk dienstbaar gemaakt aan de voorbereiding op diens terugkeer in de maatschappij.”

 

Is klager zo spoedig mogelijk in de gelegenheid gesteld om beklag in te stellen?

Het personeel heeft klager aanvankelijk geen beklagformulier gegeven, terwijl duidelijk was dat klager beklag wilde instellen. De beroepscommissie is van oordeel dat dat niet per se betekent dat klager niet ‘zo spoedig mogelijk’ in de gelegenheid is gesteld om beklag in te stellen. In de regel zal een beklagformulier wel direct moeten worden verstrekt, maar pedagogische overwegingen – waarbij de beroepscommissie de parallel trekt met een normale opvoedingssituatie, waarin eisen (kunnen) worden gesteld aan de manier waarop iets wordt gevraagd – kunnen (binnen de noemer ‘zo spoedig mogelijk’) een beperkte uitzondering daarop rechtvaardigen. Daarbij komt dat een beklagformulier op zichzelf niet nodig is om beklag te kunnen instellen (maar het is in deze zaak onduidelijk of klager over een pen of potlood en papier beschikte).

In dit geval heeft het personeel klager een paar uur later – en nog op dezelfde dag – een  beklagformulier gegeven. Gelet op het voorgaande vindt de beroepscommissie dat – bij afweging van alle in aanmerking komende belangen – niet onredelijk of onbillijk. De beroepscommissie zal het beroep daarom gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen voor zover in beroep aan de orde en het beklag alsnog ongegrond verklaren.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie voor zover in beroep aan de orde en verklaart het beklag alsnog ongegrond.

 

 

Deze uitspraak is op 1 september 2021 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr. P. de Bruin, voorzitter, drs. H. Heddema en dr. T. Jambroes, leden, bijgestaan door mr. P. de Vries, secretaris.

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven