Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 21/22367/STA, 23 juli 2021, schorsing
Uitspraakdatum:23-07-2021

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

Nummer          21/22367/STA

    

Betreft [verzoeker]

Datum 23 juli 2021

 

Uitspraak van de voorzitter van de beroepscommissie van de RSJ op het verzoek van [verzoeker] (hierna: verzoeker)

1. De procedure

Het hoofd van FPC Dr. S. van Mesdag te Groningen (hierna: de instelling) staat verzoeker en zijn vriendin geen bezoek zonder toezicht (BZT) op verzoekers verblijf toe.

Verzoeker vraagt om schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging daarvan.

De voorzitter heeft kennisgenomen van de reactie van het hoofd van de instelling op het schorsingsverzoek en van de mededeling van de secretaris van de beklagcommissie dat het schorsingsverzoek is ingeschreven als klaagschrift (Me-2021-310).

2. De standpunten

Standpunt van verzoeker

Sinds 14 juli 2021 is in de instelling bij brief meegedeeld dat BZT op verblijf weer wordt toegestaan aan patiënten die immuun zijn voor het coronavirus door vaccinatie of een besmetting met dat virus in de afgelopen zes maanden. In de brief staat verder dat je altijd alsnog een inenting kan nemen als je dat zou willen.

Ongevaccineerde patiënten zoals verzoeker mogen alleen bezoek onder toezicht ontvangen in een ruimte in het midden van de afdeling waardoor er geen privacy is. Hierdoor wordt afbreuk gedaan aan de eerdere mededeling dat vaccinatie geheel vrijwillig is en er geen gevolgen zouden worden verbonden aan het niet-gevaccineerd zijn. Er is sprake van discriminatie door het maken van dit onderscheid tussen patiënten en daarom moet de maatregel dat ongevaccineerden zoals hij alleen onder toezicht bezoek mogen hebben worden geschorst. Verzoeker is vanwege zijn geloofsovertuiging en de onbekende gevolgen op de lange termijn principieel tegen vaccinatie. Zijn relatie staat heel erg onder druk nu hij en zijn vriendin al heel lang geen fysiek contact mogen hebben en dit ondanks de versoepelingen nog niet kan plaatsvinden omdat hij niet gevaccineerd is. In de penitentiaire inrichtingen is normaal bezoek al toegestaan en wordt om een negatief testbewijs gevraagd. In vele andere klinieken wordt al BZT toegestaan.

De (socio)therapeuten lopen elke dag in en uit en vormen net zo goed een risico terwijl zij geen negatief testbewijs hoeven laten zien en velen ook niet gevaccineerd zijn. Een alternatief zoals het tonen van een negatief testbewijs of het afnemen van een sneltest wordt niet aangeboden. Daarmee zou de instelling iedereen gelijk behandelen en de risico’ s beperken.

Standpunt van het hoofd van de instelling

Verzoeker beklaagt zich over voor alle patiënten in de instelling geldend algemeen beleid. Tot 24 juni 2021 kon bezoek onder toezicht plaatsvinden buiten de verblijfsunits in de oude bibliotheek. Met het bereiken van een vaccinatiegraad van 80% onder zowel patiënten als personeel heeft de instelling het verantwoord geacht de Covid-19 maatregelen binnen de instelling te versoepelen en bezoek op de unit in de bezoekersruimte toe te staan met inachtneming van de anderhalve meter afstand. Dit is de patiënten schriftelijk gemeld.

Per 14 juli 2021 heeft een verdere versoepeling plaatsgevonden, die op die dag ook per brief is kenbaar gemaakt. Deze versoepeling houdt in dat patiënten die immuun zijn voor Covid-19 alleen hun vaste partner weer op hun verblijf mogen ontvangen. Een patiënt wordt als immuun beschouwd als hij langer dan 14 dagen geleden volledig is gevaccineerd, dan wel Covid-19 heeft doorgemaakt en daarna langer dan 14 dagen een vaccinatie heeft ontvangen, dan wel de afgelopen zes maanden Covid-19 heeft doorgemaakt. Als een patiënt niet aan één van deze criteria voldoet wordt hij als niet immuun beschouwd en kan hij niet in aanmerking komen voor BZT. Met deze criteria voor onderscheid tussen immuun en niet-immuun is aangesloten bij hoe dit landelijk voor eenieder is bepaald en vastgesteld.

Vanuit haar overkoepelende verantwoordelijkheid acht de instelling het noodzakelijk deze criteria en dit onderscheid te maken, daar een niet als immuun geldende patiënt meer vatbaar is voor besmetting met Covid-19. Dat een patiënt dit gezondheidsrisico voor zichzelf wil nemen, is zijn goed recht en wordt geaccepteerd. Het verblijf in een kliniek op een unit met meerdere medepatiënten en medewerkers maakt echter dat dit direct ook een risico voor die medepatiënten en medewerkers inhoudt. De instelling acht het niet verantwoord hun gezondheid in gevaar te brengen en wil dat risico niet nemen. Dit algemene en overkoepelende belang weegt zwaarder dan verzoekers individuele wens tot contact met zijn vriendin.  Voorzichtigheid blijft ook bij deze versoepeling geboden daar ondanks de gemelde vaccinatiegraad zich landelijk, maar ook in mindere mate in de instelling, weer besmettingen hebben voorgedaan.

Verzoeker voldoet niet aan de criteria om als immuun beschouwd te worden en kan zijn partner daarom enkel ontvangen op de unit in de bezoekersruimte waar toezicht kan worden gehouden op het naleven van de anderhalve meter afstand. Verzocht wordt het verzoek af te wijzen. Overigens is nog sprake van een prille relatie tussen verzoeker en zijn vriendin.

3. De beoordeling

De voorzitter stelt voorop dat bij een verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een beslissing van het hoofd van de instelling slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling. De zaak kan dus niet ten gronde worden onderzocht.

De voorzitter begrijpt uit de reactie van de instelling dat verzoeker en zijn vriendin nog niet eerder BZT is toegestaan. Verzoeker heeft geen belang bij een toewijzing van het verzoek, omdat dat niet kan leiden tot het beoogde resultaat. Daarvoor zou een nieuwe beslissing genomen moeten worden en de voorzitter is niet bevoegd om het hoofd van de instelling op te dragen een nieuwe beslissing te nemen of om te bepalen dat deze uitspraak daarvoor in de plaats treedt (zoals bedoeld in artikel 66, derde lid, onder a. en b., van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden). Nu verzoeker geen belang heeft bij een toewijzing, zal de voorzitter het verzoek afwijzen.

4. De uitspraak

De voorzitter wijst het verzoek af.

 

Deze uitspraak is op 23 juli 2021 gegeven door mr. drs. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter, bijgestaan door mr. E.W. Bevaart, secretaris.

 

secretaris        voorzitter

 

Naar boven