Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ R-20/7337/GA, 20 september 2021, beroep
Uitspraakdatum:20-09-2021

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          R-20/7337/GA

           

Betreft [klager]

Datum 20 september 2021

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van [klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen de omstandigheid dat hij onvoldoende in de gelegenheid is gesteld met zijn advocaat te bellen tijdens zijn verblijf in een strafcel.

 

De beklagrechter bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Dordrecht heeft op 12 juni 2020 het beklag ongegrond verklaard (PD-2019-000403). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

 

Klagers raadsvrouw, mr. D.N.A. Brouns, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

 

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsvrouw en de heer […], plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de PI Dordrecht, gehoord op de digitale zitting van 27 mei 2021.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

Tijdens zijn verblijf in de strafcel is aan klager kenbaar gemaakt dat een verzoek tot (straf)overplaatsing zou worden ingediend. Klager stond aan het begin van zijn fasering. Klager had goed contact met zijn mentor, casemanager en het afdelingspersoneel. Vanwege het verblijf in de strafcel in combinatie met de overplaatsing die boven het hoofd van klager hing en de aankomende fasering, was veelvuldig telefonisch onderhoud met zijn advocaat van groot belang. Reden waarom klager dagelijks telefonisch contact met zijn advocaat wenste en waarom zijn advocaat meerdere terugbelverzoeken heeft ingediend teneinde klager te kunnen spreken. De raadsvrouw heeft e-mailberichten ingebracht met terugbelverzoeken die zij heeft verzonden naar de PI Dordrecht. Klager heeft niet dagelijks met zijn advocaat mogen bellen dan wel is hij niet in de gelegenheid gesteld met zijn advocaat te bellen, ondanks de door zijn advocaat ingediende terugbelverzoeken. De beklagrechter geeft aan dat de directeur stelt dat klager dagelijks met zijn advocaat heeft mogen bellen. De beklagrechter gaat ervan uit dat de directeur dit heeft vastgesteld door raadpleging van de dagrapportages. De PI rept echter met geen woord over het raadplegen van dagrapportages. Er is direct verzocht openheid van zaken te bieden door middel van het toevoegen van de dagrapportages van de iso-plaatsing van klager. De PI heeft deze niet toegevoegd. Deze hadden moeten worden toegevoegd in de procedure nu de standpunten lijnrecht tegenover elkaar staan, en uit de stukken niet blijkt dat de directie de dagrapportages heeft nageslagen teneinde het standpunt te motiveren. Daar komt bij dat de beklagrechter haar beslissing stoelt op de dagrapportages. Nu de beklagrechter haar beslissing heeft genomen zonder inzage in de dagrapportages acht klager de beslissing onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand gekomen.

 

Standpunt van de directeur

Klager heeft kunnen bellen met zijn advocaat en is niet te kort gedaan in zijn rechtspositie, maar niet uitgesloten kan worden dat klager twee of drie keer niet heeft kunnen bellen. De directeur kan niet bevestigen dat klager dagelijks in de gelegenheid is gesteld telefonisch contact met zijn advocaat te hebben en hij heeft daarvan geen dagrapportage. De directeur heeft ter zitting desgevraagd aangegeven het in beginsel redelijk te vinden dat een gedetineerde op de dag van een terugbelverzoek dan wel binnen 24 uur in de gelegenheid wordt gesteld om telefonisch contact met zijn advocaat te hebben, maar dat dat mede afhankelijk is van het moment van binnenkomst van het verzoek, de noodzaak ervan en of de mogelijkheid geboden kan worden.

 

3. De beoordeling

Op grond van artikel 39, vierde lid, in samenhang met artikel 37, eerste lid, onder j van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) wordt de gedetineerde in staat gesteld met zijn rechtsbijstandsverlener telefonisch contact te hebben, indien hiervoor de noodzaak en de gelegenheid bestaat. De beroepscommissie heeft eerder overwogen dat indien door een advocaat aan een gedetineerde het verzoek wordt gedaan om telefonisch contact op te nemen, daarmee als uitgangspunt de noodzaak tot telefonisch contact voldoende vaststaat (vergelijk RSJ 1 maart 2013, 12/3913/GA en 12/4042/GA en RSJ 2 januari 2012, 11/2714/GA).

 

De beroepscommissie stelt voorop dat de periode na de klacht van 14 juli 2019 buiten de reikwijdte van de klacht valt. Uitbreiding van de klacht in beroep is niet mogelijk. Klager heeft aangevoerd dat hij niet elke dag in de gelegenheid is gesteld om telefonisch contact te hebben met zijn advocaat. Vaststaat dat de raadsvrouw één keer op 11 juli 2019 en twee keer op 12 juli 2019 een terugbelverzoek heeft gedaan. De raadsvrouw heeft aangegeven dat zij geen reactie heeft gehad op de door haar ingediende terugbelverzoeken aan klager en dat de noodzaak er was om hem te spreken in verband met zijn overplaatsing. De directeur heeft ter zitting aangegeven dat hij niet kan bevestigen dat klager elke dag in de gelegenheid is gesteld om met zijn advocaat te kunnen bellen en dat hij niet kan uitsluiten dat klager enkele keren niet in de gelegenheid is gesteld om te bellen. Evenmin heeft de directeur duidelijkheid kunnen verschaffen inzake de door de raadsvrouw gedane terugbelverzoeken. De beroepscommissie is bij deze stand van zaken van oordeel dat in dit geval voldoende aannemelijk is geworden dat klager op 11 en 12 juli 2019 niet in de gelegenheid is gesteld om met zijn advocaat telefonisch contact te kunnen hebben, terwijl de noodzaak daartoe voldoende aannemelijk is gemaakt. Gesteld noch gebleken is dat er geen gelegenheid was om klager toe te staan om telefonisch contact te hebben met zijn advocaat.

 

Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie het beroep gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagrechter vernietigen en het beklag alsnog gegrond verklaren. Nu de rechtsgevolgen van de bestreden beslissing niet meer ongedaan zijn te maken, komt klager een tegemoetkoming toe. De beroepscommissie zal deze vaststellen op 2 x €12,50 en daarmee €25,- in totaal.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagrechter en verklaart het beklag alsnog gegrond.

Zij kent aan klager een tegemoetkoming toe van €25,-.

 

Deze uitspraak is op 20 september 2021 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. E. Dinjens, voorzitter, U.P. Burke en F. van Dekken, leden, bijgestaan door mr. K. Kiela, secretaris.

 

secretaris        voorzitter

Naar boven