Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 07/0975/GV, 2 juli 2007, beroep
Uitspraakdatum:02-07-2007

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 07/975/GV

betreft: [klager] datum: 2 juli 2007

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 2 april 2007 genomen beslissing van de Minister van Justitie (de Minister),

alsmede van de onderliggende stukken.

De beroepscommissie heeft de Minister in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager om zijn beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De Minister heeft klagers verzoek tot het tijdelijk verlaten van de inrichting in het kader van algemeen verlof afgewezen.

2. De standpunten
Klager heeft aangevoerd dat zijn verzoek tot het tijdelijk verlaten van de inrichting ten onrechte is afgewezen. Dit heeft hij als volgt toegelicht. Door de selectiefunctionaris is aangevoerd dat het verlof is afgewezen omdat klager zou hebben
geweigerd
mee te werken aan gedragsinterventies. Klager kan aan die interventies niet meewerken omdat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Daarom was klager ook niet in staat om voldoende informatie te verstrekken bij het verzoek om algemeen verlof.
Klager wil zijn standpunt niet door een medegedetineerde op papier laten zetten omdat hij niet wil dat die gedetineerde privé-informatie van klager te weten komt.

Namens de Minister is de bestreden beslissing als volgt toegelicht.
Bij de behandeling van het verzoek om algemeen verlof kwam naar voren dat klager geen goedgekeurd verlofadres heeft opgegeven. Om die reden kan hem geen verlof worden verleend. Daarnaast heeft klager geweigerd zijn medewerking te verlenen aan
gedragsinterventies in het kader van het project Terugdringen Recidive (TR). Daarom wordt het recidivegevaar hoog inschat, zodat er geen vertrouwen bestaat in een goed verloop van een eventueel verlof.

Op klagers verlofaanvraag zijn de volgende adviezen uitgebracht.
De directeur van negatief geadviseerd ten aanzien van de verlofaanvraag.
De politie Maassluis heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen verlof.

3. De beoordeling
Klager ondergaat thans een tweetal straffen van vervangende hechtenis voor de duur van – in het totaal – 45 dagen. Klagers einddatum van zijn detentie is 6 juni 2007.

Het beroep richt zich tegen de afwijzing van klagers eerste verlofaanvraag. Hij kan in totaal één verlofaanvraag indienen.

De beroepscommissie stelt vast dat zich in het procesdossier een schriftelijk stuk bevindt waarin de bewoner van het door klager opgegeven verlofadres heeft verklaard dat klager geen verlof bij hem thuis mag doorbrengen. Gelet daarop is voldoende
aannemelijk dat klager niet beschikt over een aanvaardbaar verlofadres. Zulks is een zodanige contra-indicatie voor verlofverlening, dat deze een afwijzing van klagers verlofaanvraag rechtvaardigt. Derhalve moet de beslissing van de Minister, bij
afweging van alle in aanmerking komende belangen en gelet op de weigeringsgrond zoals bedoeld in artikel 4 onder j van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (van 24 december 1998, nr. 733726/98/DJI), evenmin als onredelijk of onbillijk
worden
aangemerkt.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. U. van de Pol, voorzitter, mr. A.G. Bosch en mr. J.M.M. van Woensel, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.M.J.D. Maes, secretaris, op 2 juli 2007.

secretaris voorzitter

Naar boven