Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ R-19/4198/GA, 18 maart 2021, beroep
Uitspraakdatum:18-03-2021

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          R-19/4198/GA             

Betreft klager  Datum  18 maart 2021

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught (hierna: de directeur)

1. De procedure

klager (hierna: klager) heeft (voor zover in beroep aan de orde) beklag ingesteld tegen het openen van post van zijn advocaat (VU 2019/000444) en andere geprivilegieerde post (VU 2019/000507), het weigeren van invoer van een tondeuse en gelamineerde foto’s (VU 2019/000445), het niet verstrekken van zijn medicatie op de voorgeschreven tijd (VU 2019/000566), het verwijderen van foto’s en posters van zijn vriendin van het prikbord en de posterlat en het inleveren van extra kleding en schoenen (VU 2019/000568).

De beklagrechter heeft op 11 juli 2019 de klachten gegrond verklaard en daarbij aan klager een tegemoetkoming toegekend van €10,- (VU 2019/000444), twee keer €5,- (foto’s en tondeuse) (VU 2019/000445), €10,- (VU 2019/000507), €10,- (VU 2019/000566) en €5,- (VU 2019/000568). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

De directeur heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft via een speakertelefoon (…), plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de PI Vught, via een videobeeldverbinding klager en zijn raadsman mr. M.F.E. Sprenkels in persoon gehoord op de zitting van 19 februari 2021 in de rechtbank Midden-Nederland te Utrecht.

2. De standpunten in beroep

Standpunt van de directeur

De directeur kon vanwege ziekte niet bij de beklagzitting aanwezig zijn en heeft geen vervanging kunnen regelen. Het verzoek om aanhouding is afgewezen terwijl er 25 klachten van klager werden behandeld. De overwegingen om de klachten gegrond te verklaren zijn erg summier weergegeven. Ook staan in de uitspraak de standpunten van klager en zijn raadsman niet. De directeur verzoekt de beroepscommissie een oordeel te geven over de vraag of kan worden volstaan met een dergelijke korte motivering indien een van de partijen niet bij de zitting aanwezig is geweest en gevraagd is om een uitgebreidere motivering.

Ten aanzien van VU 2019/000444 en VU 2019/000507

De vraag is of klager op de beklagzitting heeft kunnen aantonen dat geprivilegieerde post is geopend. In klagers geval was dit namelijk niet meer te controleren omdat hij dit niet meteen heeft gemeld bij het personeel. Op een later tijdstip kan niet meer gecontroleerd worden of de post door personeel in de inrichting is geopend of door klager zelf. In beginsel wordt geprivilegieerde post niet geopend en er is geen aanleiding om aan te nemen dat dat in dit geval wel is gebeurd. Het personeel heeft niet de kans gehad om een eventuele fout te herstellen. Er is nu alleen het verhaal achteraf van klager.

Ten aanzien van VU 2019/000445

Eerder is aangegeven dat de klacht met betrekking tot de gelamineerde foto´s is opgelost. Oude polaroidfoto´s bijvoorbeeld mag een gedetineerde niet in zijn bezit hebben, omdat die te preparen zijn.

De directeur heeft navraag gedaan naar de tondeuse. Er is sprake van een tondeuse die niet te verzegelen en te controleren zou zijn en daarom is deze geweigerd. Dat deze tondeuse in een andere PI wel is toegestaan kan. Er zat een USB-aansluiting op deze tondeuse. Dat is de reden dat deze niet te verzegelen is. Technisch gezien kun je hiermee ontvangen en verzenden en er dus misbruik van maken. In tegenstelling tot een tv, kun je een tondeuse niet openmaken en de USB-aansluiting onklaar maken. Een tondeuse gaat daardoor kapot en die kan je dan weggooien. Er is een tondeuse op de afdeling waarvan gebruik kan worden gemaakt en eenmaal per zes weken kan gratis een afspraak worden gemaakt bij de kapper. Klager is niet in zijn rechten geschaad.

Ten aanzien van VU 2019/000568

Klager mag de foto´s van zijn vriendin wel bij zich hebben, maar hij mag ze niet zichtbaar ophangen. Klager verbleef in het PPC waar gedetineerden verblijven met diverse problematiek, waaronder mannen die seksueel ontremd kunnen zijn. Daarom kan er anders naar die foto´s gekeken worden. Vanuit de afdeling is bekeken welke foto´s aanstootgevend dan wel seksueel getint zijn. Dit is een subjectief oordeel, maar de directeur neemt aan dat dit aanstootgevende foto´s zijn geweest. De directeur weet niet welke foto´s op de beklagzitting getoond zijn en of dat de foto´s zijn waar het hier om gaat.

Voor wat betreft de extra kleding en schoenen: er geldt een maximum aantal goederen voor iedereen. Omdat klager in enige mate dwangmatig handelt, dienen nut en noodzaak van extra spullen kritisch te worden bekeken samen met het afdelingspersoneel. Dat is op die manier met klager besproken. Navraag leert dat klager niet open stond voor een constructief gesprek. Daar kiest klager zelf voor. De klacht is in die zin opgelost dat hierover afspraken kunnen worden gemaakt. Regelgeving is niet in beton gegoten, maar als klager daarover niet een gesprek wil voeren dan wordt dat lastig.

Ten aanzien van VU 2019/000566

De directeur heeft het beroep voor wat betreft dit klachtonderdeel in het aanvullende beroepschrift ingetrokken en dit ter zitting bevestigd.

In reactie op het verzoek namens klager om de tegemoetkoming te verhogen, is de directeur van mening dat er geen jurisprudentie bekend is die dat kan rechtvaardigen. De directeur gaat daar dus niet in mee. Klager had zelf beroep kunnen instellen tegen de hoogte van de tegemoetkoming.

Standpunt van klager

Ten aanzien van VU 2019/000444 en VU 2019/000507

Het bepaalde in artikel 37 van de Penitentiaire beginselenwet is zeer belangrijk. Geprivilegieerde post mag niet worden geopend. Klager stelt dat bij binnenkomst voor hem bestemde geprivilegieerde stukken zijn geopend. De directeur stelt dit niet te kunnen controleren. Het kan niet zo zijn dat de bewijslast bij klager ligt. De PI dient te waarborgen dat geprivilegieerde post niet wordt geopend, anders dan in de aanwezigheid van de gedetineerde. En als dat gebeurt, dan dient dat geregistreerd te zijn.

Ten aanzien van VU 2019/000445

Het is vreemd dat de gelamineerde foto´s bij binnenkomst bij de visitatie zijn goedgekeurd, maar achteraf niet zijn toegestaan. Klager kreeg te horen dat hij de gelamineerde foto´s niet mocht hebben vanwege brandgevaar. Klager is het hier niet mee eens en handhaaft de klacht.

De weigering van de tondeuse is een opmerkelijk verhaal. Gezien de huisregels valt de tondeuse niet onder de verboden voorwerpen. Het is nieuw dat de directeur zegt dat de tondeuse niet verzegelbaar is. Volgens klager kan de mini USB-aansluiting alleen worden gebruikt om de tondeuse mee op te laden en kun je er niet mee communiceren. Dan zou je ook een telefoon moeten hebben. Klager heeft nog nooit iets met een tondeuse kunnen verzenden. Klager heeft de tondeuse via de firma Strijbosch gekocht en deze was al verzegeld in de vorige PI.

Ten aanzien van VU 2019/000568

Klager moest foto´s van zijn vriendin verwijderen, omdat ze aanstootgevend dan wel seksueel getint zijn. Zijn vriendin is model en ze staat in badkleding en niet doorschijnende lingerie op de foto´s. Ze is gewoon bedekt. Klager betwist dat de foto´s seksueel getint zijn. In de Van Dale staan definities van de term aanstootgevend. Klager vindt niet dat de foto´s onder het criterium aanstootgevend vallen. Het zijn mooie foto´s die hij bij de visitatie heeft meegekregen. Vreemd dat daar wel goedkeuring gegeven wordt en dat iemand op de afdeling dan vervolgens vindt dat ze niet zijn toegestaan. Klager heeft de betreffende foto´s aan de beklagrechter laten zien.

Klager betwist dat de klacht met betrekking tot de extra schoenen en kleding is opgelost en dat daar afspraken over zijn gemaakt. Het is niet waar dat klager niet in gesprek wilde gaan, er was een probleem in de samenwerking tussen klager en het personeel. Klager heeft om een andere mentor gevraagd, maar die kreeg hij niet. Klager is overgeplaatst naar een ander PPC en daar kan hij wel afspraken maken.

Namens klager wordt nog verzocht om de compensatiebedragen te verhogen, als deze in stand worden gelaten door de beroepscommissie. Klager heeft al vanaf 11 juli 2019 recht op die compensatie. Een verhoging van de bedragen zou op zijn plaats zijn.

3. De beoordeling

Voor zover de directeur heeft geklaagd over de procedure bij de beklagrechter gaat de beroepscommissie daaraan voorbij, nu de klachten in beroep opnieuw ten gronde worden beoordeeld.

Ten aanzien van VU 2019/000444 en VU 2019/000507

Klager stelt in klacht VU 2019/000444 dat zichtbare advocatenpost uit de envelop is gehaald en dat de pagina’s niet meer op nummer lagen. Dit is volgens klager gebeurd bij de afdeling visitatie, hij was daar niet bij.

In klacht VU 2019/000507 stelt klager dat hij die dag, op 21 maart 2019, zichtbaar geprivilegieerde post gedateerd op 20 maart 2019 heeft ontvangen die door of namens de directeur was geopend. De brief was door logo en afzender zichtbaar als geprivilegieerde post van de Dienst Justitiële Inrichtingen met post van de RSJ. Klager heeft op dezelfde dag zijn klacht op schrift gesteld.

De beroepscommissie stelt ten aanzien van de klacht VU 2019/000444 vast dat klager in het klaagschrift geen datum heeft genoemd waarop buiten de aanwezigheid van klager geprivilegieerde post van zijn advocaat zou zijn geopend. Voor beide klachten geldt dat klager niet direct bij het constateren van het geopend zijn van de post dit heeft gemeld bij het personeel, zodat hiernaar op dat moment kon worden gekeken. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk geworden dat de betreffende geprivilegieerde post van klager ongeoorloofd is geopend. Het beroep van de directeur zal in zoverre gegrond worden verklaard.

Ten aanzien van VU 2019/000445

In de huisregels van de PI Vught staat onder de lijst van toegestane voorwerpen onder 4.5.1.2, sub k vermeld ‘een verzegelde elektrisch scheerapparaat en/of tondeuse met bijpassende oplader’. Onder 4.5.1.3 staat vermeld dat er bij de invoer van de toegestane elektrische voorwerpen rekening mee dient gehouden te worden dat deze gecontroleerd en verzegeld zullen worden. Naar het oordeel van de beroepscommissie heeft de directeur onvoldoende gemotiveerd waarom de tondeuse, die staat vermeld op de lijst van toegestane voorwerpen en die volgens klager verzegeld was, in dit geval moet worden aangemerkt als een verboden voorwerp met een opslag, zend, communicatie en/of netwerkfaciliteit. Daartegenover staat dat klager onweersproken heeft aangevoerd dat hij de tondeuse eerder op de toegestane manier via de firma Strijbosch heeft aangeschaft. Het beroep zal in zoverre ongegrond verklaard worden.

Met betrekking tot de weigering van de gelamineerde foto´s is de beroepscommissie niet gebleken dat tot een oplossing is gekomen. Gelet op de motivering van de directeur voor de weigering kan deze beslissing bij afweging van alle in aanmerking komende belangen niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. Het beroep zal in zoverre gegrond verklaard worden.

Ten aanzien van VU 2019/000568

In de huisregels van de PI staat onder 4.5.1.1, sub c vermeld dat het verboden is voorwerpen van aanstootgevende aard op cel te hebben. De betreffende afbeeldingen zijn volgens klager bij de beklagrechter getoond, maar daar was de directeur niet bij aanwezig. De foto´s zijn in beroep niet overgelegd. De beroepscommissie stelt vast dat klager de betreffende foto´s van zijn vriendin wel bij zich mocht hebben, maar deze niet zichtbaar in zijn cel mocht ophangen. Gelet op de beschrijving die in beroep is gegeven van de foto´s acht de beroepscommissie aannemelijk dat deze als aanstootgevend kunnen worden aangemerkt. Daarbij is van belang dat klager in een PPC verblijft, waar de populatie vanwege diverse problematiek anders op de foto´s kan reageren. De beslissing dat klager de foto´s en posters van zijn vriendin van het prikbord en de posterlat moest verwijderen kan bij afweging van alle in aanmerking komende belangen niet als onredelijk en onbillijk worden aangemerkt. Het beroep zal in zoverre gegrond worden verklaard.

Blijkens de uitzonderingsbepalingen in de huisregels kan de directeur er toestemming voor geven dat bepaalde door gedetineerden gewenste voorwerpen in hun verblijfsruimte geplaatst worden, voor zover dit zich verdraagt met de handhaving van de orde of de veiligheid van de inrichting en de aansprakelijkheid van de directeur voor de voorwerpen. Met betrekking tot de klacht over het moeten inleveren van extra kleding en schoenen is de beroepscommissie niet gebleken dat tot een oplossing is gekomen. Volgens de directeur konden hierover afspraken worden gemaakt, maar weigerde klager het gesprek hierover aan te gaan. Klager bestrijdt dat.

Gelet op de medische indicatie voor de extra kleding en schoenen, waarvoor klager stelt eerder toestemming te hebben verkregen, mag van een PPC iets meer inspanning worden verwacht om hierover tot afspraken te komen met klager. Het beroep zal derhalve in zoverre ongegrond worden verklaard.

Namens klager is verzocht om aan klager een hogere tegemoetkoming toe te kennen voor zover deze in beroep in stand wordt gelaten. De beroepscommissie zal hiertoe niet over gaan, nu het de directeur is die in beroep is gegaan en de uitspraak van de beroepscommissie alleen strekt tot bevestiging van de uitspraak van de beklagrechter, waaronder de vaststelling van de tegemoetkoming, als dat aan de orde is.

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ten aanzien van de klachten VU 2019/000444 en VU 2019/000507 gegrond, vernietigt in zoverre de uitspraak van de beklagrechter en verklaart de klachten alsnog ongegrond.

De beroepscommissie verklaart het beroep ten aanzien van VU 2019/000445 onderdeel weigering tondeuse ongegrond en bevestigt in zoverre de uitspraak van de beklagrechter.

Zij verklaart het beroep ten aanzien van het onderdeel weigering gelamineerde foto´s gegrond, vernietigt in zoverre de uitspraak van de beklagrechter en verklaart het beklag alsnog ongegrond.

De beroepscommissie verklaart het beroep ten aanzien van VU 2019/000568 onderdeel verwijdering van foto´s en posters van prikbord en posterlat gegrond, vernietigt in zoverre de uitspraak van de beklagrechter en verklaart het beklag alsnog ongegrond.

Zij verklaart het beroep ten aanzien van het onderdeel inleveren van extra kleding en schoenen ongegrond en bevestigt in zoverre de uitspraak van de beklagrechter.

Deze uitspraak is op 18 maart 2021 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. C. Fetter, voorzitter, mr. M.F.A. van Pelt en mr. M.J. Stolwerk, leden, bijgestaan door mr. S. Jousma, secretaris.

secretaris        voorzitter

Naar boven