Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ R-20/6126/TA, 1 maart 2021, beroep
Uitspraakdatum:01-03-2021

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

Nummer          R-20/6126/TA

   

           

Betreft [klager]

Datum 1 maart 2021

 

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van het hoofd van FPC De Rooyse Wissel te Venray (hierna: de instelling)

 

1. De procedure

[klager] (hierna: klager) heeft beklag ingesteld over de weigering van het personeel boodschappen voor hem te doen.

De beklagcommissie bij de instelling heeft op 11 februari 2020 het beklag gegrond verklaard (RV2019/290, dRW 2018/256). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

Het hoofd van de instelling heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft het hoofd van de instelling, klager in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van het hoofd van de instelling

Het hoofd van de instelling kan zich niet vinden in de overweging van de beklagcommissie dat de instelling niet zonder meer kan bepalen dat klager geen chips mag bestellen, nu klager in beginsel zijn zak- en kleedgeld vrij kan besteden en zijdens de instelling geen financieel plan is overgelegd waaruit blijkt dat klager zijn geld niet mag besteden aan grote hoeveelheden chips.  Hier is tijdens de beklagzitting niet over gesproken. Klager verbleef ten tijde van zijn klacht in vrijhedenniveau rood. Ingevolge artikel 12.6, onder 8 van de huisregels kunnen patiënten een boodschappenlijstje aan sociotherapie overhandigen wanneer zij vanwege een vrijheidsbeperkende maatregel niet in staat zijn om zelf boodschappen te doen. Vervolgens kunnen de boodschappen, indien de omstandigheden dit toelaten, door sociotherapie worden aangeschaft in de kliniekwinkel. Sociotherapie stelt om organisatorische en logistieke redenen een maximum aan het aantal boodschappen en het moment waarop de boodschappen gehaald kunnen worden. Aan de hand van het boodschappenlijstje van de patiënt wordt bekeken wat noodzakelijk, redelijk en mogelijk is. In het geval van klager is besloten dat hij gedurende zijn verblijf in vrijhedenniveau rood drie verzorgingsproducten en drie extra etenswaren (bovenop de reeds op de afdeling aangeboden maaltijden en etenswaren) per week mocht bestellen. Nu klager verzocht om acht zakken chips per week, heeft de afdeling om logistieke redenen en met het oog op de gezondheid van klager besloten om dit aantal te beperken tot drie zakken chips per week. Deze afweging is naar het oordeel van de instelling alleszins redelijk en passend binnen de bedoeling van artikel 12.6 onder 8 van de huisregels. Immers, er bestaat voor patiënten geen recht op onbelemmerde aankoop van voedingsproducten.

In artikel 5.4 van de Financiële regeling voor patiënten is opgenomen dat patiënten het zak- en kleedgeld in beginsel vrij mogen besteden. Gelet op deze formulering en de beheerstaak van het hoofd van de instelling over klagers geld op grond van artikel 40, tweede lid, van de Regeling verpleging ter beschikking gestelden (Rvt) heeft de instelling wel beperkingen mogen stellen aan klagers boodschappen. Voorts is uit navraag bij sociotherapie gebleken dat de afspraak dat klager gedurende zijn verblijf in vrijhedenniveau rood drie verzorgingsproducten en drie extra etenswaren per week mocht bestellen, hoewel niet in het financieel plan van klager opgenomen, wel degelijk op schrift was gesteld. Deze afspraak was namelijk opgenomen in het programma van klager gedurende zijn verblijf in vrijhedenniveau rood. De toenmalige afdeling van klager stelt een programma op indien een patiënt is teruggezet in zijn interne vrijhedenniveau. Over dit programma heeft sociotherapie meermaals gesprekken met klager gevoerd, nu de afspraak over de beperking van het aantal boodschappen bij klager de nodige weerstand opriep. Het financieel plan is een algemeen financieel overzicht waarin onder meer is opgenomen hoeveel er maandelijks binnenkomt (bijvoorbeeld de hoogte van het zak- en kleedgeld en de hoogte van de beloning voor het volgen van blokken Tijdsbesteding, Leren, Werken (TLW)), hoeveel er wordt gereserveerd voor schuldaflossing, reisgeld en resocialisatiegeld en hoeveel de patiënt dan nog vrij te besteden heeft. Een financieel plan voorziet niet in beperkingen voor een patiënt in zijn interne bewegingsvrijheid en het niet zelf kunnen doen van boodschappen. Afspraken over bijvoorbeeld hoeveel zakken chips of tubes tandpasta een patiënt mag bestellen worden in het geheel niet in het financieel plan opgenomen. Het financieel plan is niet bestemd voor dergelijke gedetailleerde afspraken. 

 

Standpunt van klager

Klager heeft zijn standpunt zoals weergegeven tegenover de beklagcommissie in beroep niet nader toegelicht.

 

3. De beoordeling

Artikel 12.6 onder 8 van de huisregels van de instelling bepaalt dat indien een verpleegde niet in staat is boodschappen te doen vanwege een vrijheidsbeperkende maatregel, hij een boodschappenlijstje aan een medewerker van de afdeling kan overhandigen. Vervolgens kunnen de boodschappen, indien de omstandigheden dit toelaten, door een medewerker van de afdeling worden aangeschaft in de kliniekwinkel. Deze medewerker bepaalt het maximum aan bestellingen en het moment waarop de boodschappen gehaald worden.

De beroepscommissie stelt vast dat aan klager ten tijde van de indiening van de klacht een vrijheidsbeperkende maatregel van afdelingsarrest was opgelegd. Dit had tot gevolg dat klager voor zijn boodschappen in overeenstemming met artikel 12.6 onder 8 van de huisregels een boodschappenlijst heeft moeten inleveren bij een personeelslid. Klager wilde acht zakken chips bestellen. In beroep is op basis van de toelichting van het hoofd van de instelling gebleken dat in verband met klagers terugplaatsing in vrijhedenniveau een programma voor hem is opgesteld waarin is bepaald dat klager drie verzorgingsproducten en drie extra etenswaren per week mocht bestellen. Dit komt bovenop de reeds op de afdeling aangeboden maaltijden en etenswaren.

De beroepscommissie is van oordeel dat het hoofd van de instelling beperkingen zoals hier aan de orde heeft kunnen stellen aan de bestellingen van klager. De omstandigheden in deze zaak bieden geen aanleiding voor de conclusie dat de gestelde beperkingen (ook) onderdeel hadden moeten uitmaken van het financiële plan van klager. De gestelde beperkingen zijn niet onredelijk: anders dan in de situatie dat een verpleegde zelf inkopen kan doen in de kliniekwinkel, moet bij een verpleegde die in zijn bewegingsvrijheid is beperkt een medewerker de inkopen doen. Dit vereist enige organisatie en logistiek. De beroepscommissie neemt voor de beoordeling van het beroep tevens in aanmerking dat klager de noodzaak van acht zakken chips die hij voor één week wilde bestellen niet heeft aangetoond. Voor zover klager meent dat het eten dat hem door de instelling wordt aangeboden niet voldoende is of niet past bij zijn levensovertuiging, gaat de beroepscommissie er vanuit dat klager en de instelling in onderling overleg zoeken naar een oplossing hiervoor.

Gelet op het voorgaande en bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, kan de beslissing van het hoofd van de instelling niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. De beroepscommissie zal het beroep daarom gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en het beklag alsnog ongegrond verklaren.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog ongegrond.

 

Deze uitspraak is op 1 maart 2021 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr. A. van Holten, voorzitter, mr. drs. N.C. van Lookeren Campagne en mr. drs. L.C. Mulder, leden, bijgestaan door mr. R. Kokee, secretaris.

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven