Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ R-20/7230/GA, 14 april 2021, beroep
Uitspraakdatum:14-04-2021

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

Nummer          R-20/7230/GA    

           

Betreft [klager]

Datum 14 april 2021

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught (hierna: de directeur)

 

1. De procedure

[klager] (hierna: klager) heeft beklag ingesteld tegen het uitblijven althans te laat opmaken van een verblijfsplan als bedoeld in artikel 18a van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw).

De beklagrechter bij de PI Vught heeft op 20 mei 2020 het beklag gegrond verklaard en daarbij aan klager een tegemoetkoming toegekend van €25,- (VU 2020/301). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

De directeur heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft dhr. […], plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de PI Vught, klager en zijn raadsman mr. C.G. Peerik gehoord op de zitting van 11 december 2020 in de PI Vught.

Het lid mr.drs. F.M.J. Bruggeman was wegens omstandigheden verhinderd om ter zitting te verschijnen en heeft met instemming van partijen op grond van de stukken de zaak mede beoordeeld.

2. De standpunten in beroep

Standpunt van de directeur

Voor de verschillende plannen gelden verschillende termijnen. De Pbw schrijft voor dat binnen een maand na binnenkomst van de gedetineerde in de Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD) een verblijfsplan wordt vastgesteld. Binnen acht weken moet sprake zijn van een uitgewerkt plan, diagnostiek en afstemming met de ketenpartners; het zogeheten TBO/trajectplan. De klacht ziet op het verblijfsplan en niet op dit uitgebreide TBO/trajectplan.

Klagers ISD-maatregel is op 11 december 2019 onherroepelijk geworden. Klager is op 27 december 2019 binnengekomen op de ISD-afdeling. Vanaf toen ging de termijn van een maand voor het opstellen van een verblijfsplan lopen. Op 8 januari 2020 is in samenspraak met klager tijdig het verblijfsplan/re-integratieplan vastgesteld en klager heeft toen ook de ISD-instemmingsverklaring ondertekend. Toen klager zijn beklag indiende op 13 februari 2020, was ook de termijn voor het TBO/trajectplan overigens nog niet verstreken, want dat was pas op 21 februari 2020. De beklagrechter is helemaal voorbijgegaan aan het voorgaande en heeft niet de juiste termijnen gehanteerd.

Het beklag betrof het niet aanwezig zijn van een diagnose van de geestelijke en lichamelijke gesteldheid alsmede een individueel begeleidingsplan.

Ten aanzien van de diagnose van klagers lichamelijk en geestelijke gesteldheid geldt dat deze is opgenomen in het medisch dossier van klager. Aangezien het verblijfsplan ook met ketenpartners wordt gedeeld en een uitgebreide diagnose onder het beroepsgeheim van de psycholoog valt, wordt de uitgebreide diagnose (alleen) opgenomen in het medisch dossier. Klager heeft inzicht in zijn medisch dossier en zonder zijn uitdrukkelijke toestemming wordt dit niet met derden gedeeld.

Ten aanzien van het individueel begeleidingsplan geldt dat op de ISD-afdeling wordt gewerkt met het ‘Re-integratieplan ISD’ dat voor iedereen binnen vier weken moet worden opgesteld. Dit plan is in overleg met klager op 8 januari 2020 opgesteld. Dit is hetzelfde als het individuele begeleidingsplan en betreft een groeidocument dat waar nodig zal worden aangevuld. Als gedragsinterventie in dit re-integratieplan is voor klager op 8 januari 2020 opgenomen: het meewerken aan psychologisch onderzoek, met als doelen: diagnostiek op persoonlijkheid, intelligentieonderzoek en leerbaarheid. Voor klager was geen recente diagnostiek beschikbaar, omdat klager in het kader van zijn strafzaak had geweigerd mee te werken aan gedragskundig onderzoek. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de wettelijke vereisten inzake een verblijfsplan.

Standpunt van klager

Het klaagschrift is gericht tegen het ontbreken van een psychologisch onderzoek ter vaststelling van een diagnose, waarvan op grond van artikel 44i van de Penitentiaire maatregel (Pm) sprake moet zijn. Na maanden wachten heeft pas in juli of augustus 2020 een (kennismakings)gesprek plaatsgevonden met een psycholoog, terwijl een diagnose onderdeel moet zijn van het verblijfsplan. Het is niet voldoende dat in het verblijfsplan wordt opgenomen dat dit nog moet plaatsvinden. Op 11 december 2020 werd klagers vonnis onherroepelijk en binnen vier weken had dan ook een diagnose dan wel gesprek met een psycholoog moeten plaatsvinden. Een (volledig) verblijfsplan is niet, althans niet tijdig, opgesteld, zoals op grond van artikel 18a van de Pbw en artikel 44i van de Pm is vereist.

3. De beoordeling

De beroepscommissie constateert dat het beklag zag op het niet (tijdig) opstellen van een (volledig) verblijfsplan.

Uit artikel 18a van de Pbw volgt dat de directeur ervoor moet zorgen dat er in ieder geval binnen een maand na binnenkomst van een gedetineerde in de ISD, zoveel mogelijk in overleg met de gedetineerde, een verblijfsplan wordt opgesteld. In artikel 44g van de Pm staat dat het plan in zijn geheel of in gedeelten wordt vastgesteld door de directeur en artikel 44h vermeldt dat het verblijfsplan kan worden gewijzigd. In artikel 44i van de Pm is bepaald dat in het verblijfsplan in ieder geval (a) een diagnose van de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene en (b) een individueel begeleidingsplan worden opgenomen.

In het geval van klager is binnen twee weken na zijn binnenkomst op de ISD-afdeling op 8 januari 2020 een ‘Re-integratieplan ISD’ opgesteld. Dit plan is op 8 januari 2020 met klager besproken en hij kon zich hierin vinden. Door de directeur is aangevoerd dat dit re-integratieplan het individuele begeleidingsplan betreft. Op diezelfde datum heeft klager een ‘instemmingsverklaring deelname programma ISD’ ondertekend. In deze instemmingsverklaring staat dat een re-integratieplan wordt opgesteld door het gevangeniswezen in samenwerking met de reclassering. De reclassering stelt een diagnose en op basis hiervan wordt het re-integratieplan opgesteld. Verder staat hierin dat tijdens de intramurale en extramurale detentie de interventies uit het re-integratieplan worden uitgevoerd. Voorts is in het Re-integratieplan ISD opgenomen dat geen recente diagnostiek van klager bekend is. Er wordt verwezen naar een Pro Justitia-onderzoek uit 2014 waarin wordt geconcludeerd dat bij klager sprake is van een gemengde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline trekken. Gelet hierop is in het Re-integratieplan ISD als interventie een psychologisch onderzoek opgenomen.

De beroepscommissie is van oordeel dat hiermee is voldaan aan de wettelijke eis dat binnen een maand na binnenkomst in de ISD voor klager een individueel begeleidingsplan moet worden opgesteld, voor zover dat op dat moment mogelijk was, en waarbij – door het ontbreken van recente diagnostiek – teruggegrepen is op een oude diagnose van klagers geestelijke gesteldheid. De beroepscommissie concludeert daarmee dat de directeur, op dat moment, voldoende invulling heeft gegeven aan zijn zorgplicht. Het ontbreken van een uitgebreide(re) dan wel recente(re) diagnose van klagers geestelijke (en lichamelijke) gesteldheid, op dat moment, is het gevolg van klagers weigering om hieraan voorafgaand aan het onherroepelijk worden van zijn vonnis medewerking te verlenen.

Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie het beroep gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagrechter vernietigen en het beklag alsnog ongegrond verklaren.

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagrechter en verklaart het beklag alsnog ongegrond.

 

Deze uitspraak is op 14 april 2021 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr.dr. J. de Lange, voorzitter, mr.drs. F.M.J. Bruggeman en mr. M.J. Stolwerk, leden, bijgestaan door mr. S.C. Vogel, secretaris.

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven