Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ R-20/7225/GA, 5 juli 2021, beroep
Uitspraakdatum:05-07-2021

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

Nummer          R-20/7225/GA

              

Betreft [klager]

Datum 5 juli 2021

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van [klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft op 26 april 2020 beklag ingesteld tegen het ontbreken van de mogelijkheid om te skypen met zijn bezoek.

De beklagrechter bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Alphen te Alphen aan den Rijn heeft op 26 mei 2020 klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag (AE 2020/456). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

Klager heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft klager en de directeur van de PI Alphen (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

Er is sprake van het onjuist informeren van de Commissie van Toezicht. Het formulier van de plaatsvervangend vestigingsdirecteur is weliswaar op zich niet onjuist, maar het wekt ten onrechte de indruk dat de Skypemogelijkheden voor de gehele PI van toepassing waren. Dat is niet correct. De afdeling waar klager verblijft heeft op 5 juni 2020 voor het eerst de mogelijkheid voor Skype gekregen, pas twee maanden later dan het schrijven van de directie suggereert. 

 

Standpunt van de directeur

De directeur heeft zijn standpunt in beroep niet nader gemotiveerd.

 

3. De beoordeling

Klagers klacht heeft betrekking op het ontbreken van de mogelijkheid om te skypen met zijn bezoek. In hoofdstuk VII van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) zijn de mogelijkheden die gedetineerden hebben om contact met de buitenwereld te onderhouden opgenomen. Het betreft briefwisseling, bezoek en telefoneren. Communicatie met behulp van het internet is niet geregeld.

De beroepscommissie is bekend met de maatregelen die door de Dienst Justitiële Inrichtingen zijn getroffen om de verdere verspreiding van het coronavirus binnen de Penitentiaire Inrichtingen te voorkomen, waaronder het opgeschorte bezoekrecht. Om het contact met de buitenwereld zoveel mogelijk te continueren worden er ruimere mogelijkheden voor telefonisch contact geboden, waar mogelijk via Skype. Binnen de inrichting waar klager verblijft is de mogelijkheid geboden om gebruik te maken van Skype. Volgens de mededelingen van de directeur in zijn verweerschrift op het beklag heeft de inrichting sinds 7 april 2020 Skypemogelijkheden, waarvan de gedetineerden wekelijks gebruik kunnen maken, indien zij dit aanvragen.

De beklagrechter heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, nu de klacht betrekking heeft op een algemene regel. Klager betwist dit en stelt - in beroep onweersproken - dat het geen algemene regel betreft omdat de Skypemogelijkheden niet voor de hele PI van toepassing waren omdat hij niet mocht of kon skypen en dat de afdeling waarop hij verblijft pas op 5 juni 2020 die mogelijkheid heeft gekregen. Daaruit kan worden afgeleid dat zo er sprake is van een algemene regel, klager stelt dat de directeur ten aanzien van hem een uitzondering heeft gemaakt op die regel. De beroepscommissie ziet daarin aanleiding de beslissing van de beklagrechter te vernietigen en klager te ontvangen in zijn beklag. De beroepscommissie zal om proceseconomische redenen als enige en hoogste instantie inhoudelijk op het beklag beslissen.

 

De directeur heeft in zijn schriftelijke reactie op het schorsingsverzoek van klager

(S-20/3826/SGA) aangegeven dat het organiseren van Skype een complex gebeuren is en dat de PI ervoor gekozen heeft eerst de langstverblijvende gedetineerden in te roosteren wanneer er kan worden geskypet. Dit zijn de gedetineerden van het HVB, de West. Omdat 80% van de arrestantenpopulatie binnen twee weken met ontslag is, is er als tweede naar deze groep gekeken voor mogelijkheden tot contact via Skypeverbindingen. De arrestanten die van buiten binnenkomen en op ‘inkomstenafdelingen Oost 1a-Oost 1b-Oost 2a’ worden geplaatst, verblijven daar veertien dagen in quarantaine op een eenpersoonscel. Om quarantaine te garanderen in deze periode is het organisatorisch praktisch onmogelijk om deze gedetineerden te laten skypen. De arrestanten van de Oost2b (EZV) en Oost3a en Oost3b, zijn de arrestanten die langer dan veertien dagen verblijven en zij hebben wel de mogelijkheid om te skypen. Op het klachtformulier staat vermeld dat klager op afdeling Oost B1 verblijft. 

Uit de mededelingen van de directeur leidt de beroepscommissie af dat er sprake was van een complex proces om de Skypemogelijkheid te organiseren. Per afdeling is een afweging  gemaakt. De directeur brengt naar voren dat het voor de afdeling waarop klager zich bevond praktisch onmogelijk was gebruik te maken van Skype, in verband met de geldende quarantaine. De beroepscommissie acht het aannemelijk geworden dat door de directeur voldoende inspanningen zijn verricht om de mogelijkheid van Skype aan te bieden en acht het, gelet op de toelichting en alle feiten en omstandigheden, niet onredelijk dat klager op het moment van indienen van de klacht nog niet gebruik kon maken van Skype. 

Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagrechter vernietigen, klager alsnog ontvankelijk verklaren in het beklag, maar dit beklag ongegrond verklaren.

 

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagrechter, verklaart klager alsnog ontvankelijk in zijn beklag, maar verklaart dit beklag ongegrond.

 

 

 

Deze uitspraak is op 5 juli 2021 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr. M. Iedema, voorzitter, mr. R. Raat en mr. A.M.G. Smit, leden, bijgestaan door                    mr. K. Kiela, secretaris.

 

 

secretaris        voorzitter

 

Naar boven