Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 07/0429/GB, 17 april 2007, beroep
Uitspraakdatum:17-04-2007

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

Nummer: 07/429/GB

Betreft: [klager] datum: 17 april 2007

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 21 februari 2007 genomen beslissing van de selectiefunctionaris,

alsmede van de overige stukken, waaronder de beslissing waarvan beroep.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De selectiefunctionaris heeft klagers verzoek tot overplaatsing naar de zeer beperkt beveiligde inrichting (z.b.b.i.) locatie Amerswiel te Heerhugowaard afgewezen.

2. De feiten
Klager is sedert 15 oktober 2003 gedetineerd. Hij verblijft in de beperkt beveiligde inrichting locatie Amerswiel te Heerhugowaard.

3. De standpunten
3.1. Klager heeft het beroep als volgt toegelicht.
Klager is van mening dat hij gezien zijn functioneren in aanmerking komt voor plaatsing in een z.b.b.i. Volgens klager klopt de doorfaseerdatum voor de z.b.b.i. niet. Hij is van mening dat hij al vanaf 16 augustus 2006 in aanmerking komt voor
overplaatsing naar een z.b.b.i.

3.2. De selectiefunctionaris heeft de afwijzing van genoemd verzoek als volgt toegelicht.
Uit de rapportage van de inrichting blijkt dat klager nog een boetevonnis heeft van
€ 54.012,=. Dit is een contra-indicatie voor plaatsing in een z.b.b.i. De door klager genoemde termijnen voor overplaatsing naar een z.b.b.i. zijn niet relevant, vanwege zijn openstaande boete. Uit de stukken blijkt dat er geen afbetalingsregeling is
getroffen voor de genoemde boete.

4. De beoordeling
4.1. Op grond van artikel 2 van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden, komen voor plaatsing in een zeer beperkt beveiligde inrichting in aanmerking gedetineerden die een te verwaarlozen vlucht- of maatschappelijk risico
vormen, aan wie een vrijheidsstraf van tenminste zes maanden is opgelegd, ten minste de helft van de opgelegde vrijheidsstraf hebben ondergaan, geen veroordelingen tot betaling van een geldboete of geldbedrag van meer dan € 226,= hebben openstaan, een
strafrestant hebben van ten minste zes weken en ten hoogste zes maanden en beschikken over een aanvaardbaar verlofadres.

4.2. De op de onder 3.2 genoemde gronden gebaseerde beslissing van de selectiefunctionaris kan, gelet op het feit dat klager een openstaande betalingsverplichting heeft van € 54.012,=, waardoor hij niet voldoet aan de criteria van artikel 2 van de
Regeling, niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt.

5. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.P. Balkema, voorzitter, dr. G.J. Fleers en mr. J.R. Meijeringh, leden, in tegenwoordigheid van
mr. L. de Greef, secretaris, op 17 april 2007

secretaris voorzitterbal

Naar boven