Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 06/3354/STB, 4 januari 2007, schorsing
Uitspraakdatum:04-01-2007

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 06/3354/STB

betreft: [klager] datum: 4 januari 2007

De voorzitter van de beroepscommissie uit de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen verzoekschrift, tevens beroepschrift, van

[...], verder verzoeker te noemen, verblijvende in een longstayvoorziening van de Prof. Mr. W.P.J. Pompestichting te Vught.

Verzoeker vraagt om schorsing, met toepassing van artikel 69, vierde lid, in verbinding met artikel 64 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt), van de (verdere) tenuitvoerlegging van de op 2 januari 2007 aan verzoeker
uitgereikte
beslissing van de Minister van Justitie (Minister) van 22 december 2006, inhoudende plaatsing van verzoeker bovenaan de wachtlijst voor opname in FPC de Kijvelanden te Poortugaal (hierna de Kijvelanden).

De voorzitter heeft voorts kennisgenomen van de schriftelijke toelichting van het verzoek door verzoekers raadsvrouw mr. A.J. de Boer en van de inlichtingen van de Minister van 4 februari 2006.

1. De standpunten
Verzoeker is het niet eens met de beslissing hem opnieuw in de Kijvelanden te plaatsen. Deze beslissing gaat voorbij aan de gegrondverklaring van zijn beroep tegen zijn plaatsing in een longstayvoorziening bij uitspraak van 24 november 2006
(06/1654/TB). In laatstgenoemde uitspraak heeft de beroepscommissie geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat verzoeker daadwerkelijk een “state of art” behandeling heeft ondergaan, alsmede dat hem een volwaardige tweede behandelpoging elders
dient
te worden geboden. De Kijvelanden had al binnen acht weken na zijn opname besloten tot een longstayprognose. Bij de behandeling van zijn beroep 06/1654/TB ter zitting van de beroepscommissie van 12 september 2006 heeft het hoofd behandeling van de
Kijvelanden verklaard dat de aan hem geboden behandeling alles is wat de Kijvelanden gezien verzoekers problematiek kan bieden, dat er momenteel geen behandeling voor verzoekers problematiek bestaat, dat zij geen twijfels heeft ten aanzien van het
advies tot longstayplaatsing en dat zij de mening van onafhankelijke onderzoekers niet deelt. Gelet hierop heeft verzoeker er totaal geen vertrouwen in dat hij in de Kijvelanden een eerlijke, nieuwe behandeling aangeboden zal krijgen. Een dergelijke
terugplaatsing kent geen enkele wettelijke basis en is blijkens telefonische inlichtingen van een medewerker van de afdeling Individuele Zaken TBS (ITZ) gebaseerd op een onderlinge afspraak tussen die afdeling en de tbs-inrichtingen. Ook daarmee wordt
voorbijgegaan aan de uitspraak van de beroepscommissie van 24 november 2006 (06/1654/TB). Verzoeker heeft derhalve een spoedeisend belang bij schorsing van de bestreden beslissing, niet in de laatste plaats omdat er inmiddels sprake is van een
langdurige behandelachterstand. Tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing staat bovendien een plaatsing in een andere kliniek in de weg. De voorzitter wordt verzocht de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te schorsen.
Bij genoemde uitspraak van de beroepscommissie is de Minister opgedragen om binnen een maand na ontvangst daarvan een nieuwe beslissing te nemen. Verzoeker verwachtte vóór 24 december 2006 een nieuwe beslissing. Hij was op 7 december 2006 gehoord over
de voorgenomen overplaatsing naar de Kijvelanden. Op 27 december 2006 is hij terzake opnieuw gehoord. De op 22 december 2006 gedateerde beslissing is op 2 januari 2007, derhalve te laat, aan verzoeker uitgereikt.

Namens de Minister is het volgende aangegeven. De uitspraak van de beroepscommissie van 24 november 2006 is op 27 november 2006 ontvangen. Nadat verzoeker op 7 december 2006 was gehoord, is op 22 december 2006, derhalve tijdig, een nieuwe beslissing
genomen. Verzoeker is abusievelijk op 27 december 2006 nogmaals gehoord. Verzoeker heeft aangegeven geen heil te zien in een nieuwe behandelpoging in de Kijvelanden. Desondanks is beslist hem in die inrichting terug te plaatsen vanuit de gedachte dat
verzoeker zo spoedig mogelijk weer opgenomen moet worden in een behandelsetting, wat niet eenvoudig is gezien het bestaande capaciteitstekort binnen de tbs-sector. De kliniek van herkomst kent verzoeker en is het beste in staat om hem op de kortst
mogelijke termijn op te nemen en serieuze voorbereidingen te treffen voor een nieuwe, volwaardige behandelpoging. Afhankelijk van het verloop daarvan kan verzoeker verder worden behandeld in de Kijvelanden dan wel indien aangewezen zo spoedig mogelijk
vnuit deze kliniek worden geplaatst in een andere kliniek alwaar de behandeling direct kan worden gestart of voortgezet.
Verzoeker heeft derhalve geen spoedeisend belang bij een schorsing; hij zal daarvan eerder nadelige gevolgen ondervinden in de zin van een grotere behandelachterstand.

2. De beoordeling
De voorzitter stelt voorop dat in het kader van het verzoek om schorsing van een beslissing van de Minister slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling en dat de zaak niet ten gronde kan worden onderzocht en beslist. Aan de orde is daarom
slechts de vraag of de beslissing waartegen beroep is ingesteld zodanig onredelijk is dat er een spoedeisend belang is om thans over te gaan tot schorsing van de in beroep bestreden beslissing.
Naar het oordeel van de voorzitter is dat het geval. Hierbij is in aanmerking genomen dat de beroepscommissie in haar uitspraak van 24 november 2006 (06/1654/TB) uitdrukkelijk heeft overwogen dat de confrontatie van verzoeker met een longstayprognose
na
een kort verblijf van circa acht weken in de Kijvelanden haaks staat op de overwegingen en aanbevelingen, die volgen uit de pro justitia rapportages van augustus en september 2005, dat niet overtuigend is aangetoond dat na deze confrontatie in de
Kijvelanden alles is aangewend om aan die overwegingen en aanbevelingen recht te doen, alsmede dat verzoeker een volwaardige tweede behandelpoging elders dient te worden geboden. Uit de stukken kan worden afgeleid dat de Kijvelanden geen enkel
behandelperspectief voor verzoeker ziet. De Kijvelanden zal naar het voorlopig oordeel van de voorzitter derhalve evenmin perspectief zien in een heropname van verzoeker ter behandeling. Een terugplaatsing van verzoeker naar de Kijvelanden,
hoogstwaarschijnlijk om aldaar zonder behandeling (langdurig) te wachten op een nieuw plaatsingsbesluit na herselectie c.q. ruiling lijkt, naar het voorlopig oordeel van de voorzitter, zeker niet in het belang van verzoeker. Het desondanks
terugplaatsen
van verzoeker in die inrichting is naar het voorlopig oordeel van de voorzitter dan ook niet in overeenstemming met de bij de genoemde uitspraak van de beroepscommissie gegeven opdracht om een nieuwe beslissing te nemen, waarbij op verandering gerichte
behandelmogelijkheden nadrukkelijk worden betrokken.

De voorzitter zal derhalve het verzoek toewijzen en de beslissing schorsen totdat op het beroep is beslist. In dit verband is ook van belang dat de Minister zo spoedig mogelijk de in het kader van het beroep opgevraagd stukken en reactie toezendt.

3. De uitspraak
De voorzitter wijst het verzoek toe en schorst de beslissing van de Minister totdat op het beroep is beslist.

Aldus gedaan door mr. F.A.M. Bakker, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.W. Bevaart, secretaris, op 4 januari 2007

De voorzitter is buiten staat de uitspraak mede te ondertekenen.

secretaris

Naar boven