Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 05/3008/TB, 2 mei 2006, beroep
Uitspraakdatum:02-05-2006

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 05/3008/TB

betreft: [klager] datum: 2 mei 2006

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een beslissing van 25 november 2005 van de Minister van Justitie, verder te noemen de Minister,

alsmede van de overige stukken, waaronder de bestreden beslissing.

Ter zitting van de beroepscommissie van 6 maart 2006, gehouden in de penitentiaire inrichting Zwolle, zijn klager gehoord, en namens de Minister, [...] en [...].. Klagers raadsvrouw, mr. H.M.S. Cremers heeft schriftelijk bericht niet ter zitting te
kunnen verschijnen en een pleitnotitie met bijlage overgelegd.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De Minister heeft beslist klager te plaatsen in Flevo Future te Amsterdam (hierna: Flevo Future).

2. De feiten
Klager is bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak ter beschikking gesteld (tbs) met bevel tot verpleging van overheidswege. Klagers tbs is op 19 december 2003 aangevangen. Op 24 november 2004 heeft de Minister besloten klager te plaatsen in
Oldenkotte te Rekken. Het daartegen gerichte beroep van klager is bij uitspraak van 9 mei 2005 (04/2901/TB) ongegrond verklaard. De Minister heeft op 25 november 2005 beslist de eerdere plaatsingsbeslissing van 24 november 2004 in te trekken en klager
te plaatsen in Flevo Future. Deze plaatsing is op 30 november 2005 gerealiseerd.

3. De standpunten
Klager kan zich niet verenigen met zijn plaatsing in Flevo Future. Aan hem was medegedeeld dat hij op 30 november 2005 in FPK Oldenkotte (hierna: Oldenkotte) zou worden geplaatst. Tot zijn verbazing werd hij op 28 november 2005 gehoord voor een
intakegesprek door twee medewerkers van Flevo Future. In Oldenkotte zou voorlopig geen plaats zijn. Klager is zonder overleg in Flevo Future geplaatst. Hij is niet door een medewerker van het BSD gehoord over plaatsing in die inrichting. Klager heeft
tegen zijn eerdere selectie voor Oldenkotte beroep ingesteld omdat zijn familie na een plaatsing in Oldenkotte voor een bezoek te ver en te lang met het openbaar vervoer moet reizen. Klager wilde dichterbij geplaatst worden in FPI De Rooyse Wissel
(hierna: De Rooyse Wissel) of de Prof. Mr. W.P.J. Pompekliniek (hierna: de Pompekliniek). De beroepscommissie oordeelde echter dat klager in verband met een spoedige behandeling toch naar Oldenkotte moest. Een jaar later was er nog steeds geen plaats
vrij in Oldenkotte. Dit bevreemdt klager omdat meerdere personen die later aan de beurt waren dan klager om te worden geplaatst, zijn geplaatst in De Rooyse Wissel en de Pompekliniek. In de loop der jaren is op een ongelooflijk onrechtmatige wijze door
Justitie gesold met de belangen van klager. Ter onderbouwing wordt namens klager overgelegd een brief van 20 april 2005 aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waarin wordt geconcludeerd dat in strijd met artikel 5, eerste lid, EVRM is
gehandeld en het EHRM primair wordt verzocht te beslissen klager per omgaande in een geschikte tbs-inrichting te plaatsen, subsidiair te beslissen dat klager in onmiddellijke vrijheid wordt gesteld in afwachting van een plaatsing, eventueel via
elektronische detentie. Voorts worden overgelegd briefwisselingen tussen klagers raadsvrouw en de Minister van Justitie inzake een namens klager gestelde termijn waarbinnen klager dient te worden opgenomen in een geschikte tbs-kliniek. Uiteindelijk
bericht de Minister per brief van 4 november 2005 dat klager voor 1 december 2005 zal worden opgenomen in een tbs-kliniek.
De raadsvrouw van klager is bekend met een andere zaak waaruit is gebleken dat in Oldenkotte 20 extra plaatsen vrij zouden komen. Het is onvoorstelbaar waarom klager daar nu niet voor in aanmerking komt. De Minister baseert zich op overcapaciteit,
terwijl uit andere hoek wordt vernomen dat dit wat Oldenkotte betreft niet het geval is. Op 1 april 2006 verwacht Oldenkotte 24 plaatsen extra, hetgeen kortere wachttijden zou moeten opleveren. Klager wil alsnog geplaatst worden in Oldenkotte, dan wel
in de Pompekliniek of De Rooyse Wissel op grond van sociale redenen. Flevo Future zit in een oud penitentiair gebouw en gaat over anderhalf jaar verhuizen. Klager wordt slechts sporadisch behandeld. Weliswaar zijn er twee behandelplannen opgesteld en
is
aangegeven dat hij spoedig op begeleid verlof mag. Klager heeft echter twee jaar moeten wachten alvorens hij kon worden geplaatst. Klager is nu wel dichterbij zijn familie, maar wil in een betere kliniek worden geplaatst.

De Minister heeft de bestreden beslissing als volgt toegelicht. Krachtens artikel 12 Bvt dient een spoedige opname in een tbs-inrichting bewerkstelligd te worden met inachtneming van de in artikel 11 Bvt genoemde eisen. Ten aanzien van de selectie van
ter beschikking gestelden in het kader van een opname in een tbs-inrichting is een toetsing aan een viertal criteria (geslacht, intelligentie, soort stoornis en vluchtgevaarlijkheid) van belang, die plaatsvindt op basis van in het dossier aanwezige
informatie. Op grond van deze gegevens wordt klager aan een tbs-kliniek toebedeeld, waarbij de wachtlijsten een rol spelen.
Uit de ter beschikking staande informatie in de onderhavige zaak komt naar voren dat klager een man is die lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis. Het intelligentieniveau van klager is vastgesteld boven de 80. Er is niet gebleken van een extreem
vlucht-
en/of beheersrisico. Klager is in eerste instantie geselecteerd voor Oldenkotte. Hiertoe is op 24 november 2004 een plaatsingsbeslissing opgemaakt. Echter, gelet op de lange wachtlijst van Oldenkotte is op 25 november 2005 besloten klager te plaatsen
in
Flevo Future, aangezien hier een spoedige plaatsing mogelijk bleek. Klager is op 30 november 2005 in deze kliniek geplaatst. Er waren inderdaad plannen voor uitbreiding van Oldenkotte. Op termijn had klager geplaatst kunnen worden in Oldenkotte.
Uitgangspunt is echter een zo spoedig mogelijke plaatsing. Klager kon in Flevo Future op korte termijn geplaatst worden. Hierbij zijn de criteria voor aselecte plaatsing gehanteerd. Anderen zijn niet voorgegaan. Wat betreft de behandeling van klager in
Flevo Future heeft recentelijk een behandelbespreking plaatsgevonden en zijn de contactpersonen gescreend.
Op 25 november 2005 is klager door een medewerker van het BSD gehoord over zijn plaatsing in Flevo Future. Hierbij heeft hij aangegeven dat hij al bijna twee jaar zit te wachten op plaatsing en dat hij blij is dat hij binnenkort geplaatst gaat worden.
Gelet op deze reactie is de plaatsing in Flevo Future niet onredelijk of onbillijk. Het beroep zal derhalve ongegrond zijn.

4. De beoordeling
Bij de plaatsing van ter beschikking gestelden dient de Minister, op grond van artikel 11, tweede lid, van de Bvt in zijn overwegingen te betrekken:
a) de eisen die de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen stelt, en
b) de eisen die de behandeling van de ter beschikking gestelde gezien de aard van de bij hem geconstateerde gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens stelt.

Uitgangspunt van het op grond van het IBO II-rapport door de Minister geformuleerde beleid is dat alle tbs-inrichtingen geoutilleerd zijn voor iedere ter beschikking gestelde, met uitzondering van een aantal speciale categorieën, te weten vrouwen,
zwakbegaafden en extreem beheers- en vluchtgevaarlijke ter beschikking gestelden. Daarnaast wordt onderscheiden naar de primaire psychopathologie: psychotische stoornis of persoonlijkheidsstoornis.

De Minister heeft de beslissing tot plaatsing van klager genomen met inachtneming van klagers geslacht, zijn intelligentie, de ten aanzien van hem gestelde diagnose en gegevens omtrent het al dan niet bestaan van een beheers/vluchtrisico, alsmede de
bestaande wachtlijsten.

Klager heeft geen zwaarwegende argumenten aangevoerd die zouden kunnen of moeten leiden tot het oordeel dat de Minister in redelijkheid niet tot de bestreden plaatsingsbeslissing heeft mogen komen. Het belang van plaatsing op korte termijn in Flevo
Future dient te prevaleren boven klagers wens te worden geplaatst in Oldenkotte, een wens die overigens in contrast staat met de grieven die hij eerder heeft aangevoerd tegen de beslissing van 24 november 2004 hem in Oldenkotte te plaatsen. Dat op
termijn wegens een uitbreiding van de capaciteit in Oldenkotte, de wachttijden voor plaatsing in Oldenkotte kennelijk bekort kunnen worden, maakt dit niet anders. Klagers stelling dat in Oldenkotte een kwalitatief betere tbs-behandeling zal
plaatsvinden
kan evenmin tot een ander oordeel leiden, nu volgens het aselecte plaatsingsbeleid van de Minister in de tbs-klinieken een gelijkwaardig behandelaanbod wordt gedaan.

Het hiervoor overwogene in aanmerking genomen is de beslissing klager te plaatsen in Flevo Future niet in strijd met de wet en kan deze evenmin als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. Het beroep zal derhalve ongegrond worden verklaard.

5. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. S.L. Donker, voorzitter, drs. B. van Dekken en mr. H. Heijs, leden, in tegenwoordigheid van R. Kokee, secretaris, op 2 mei 2006

secretaris voorzitter

Naar boven