Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ R-20/6793/GV, 19 augustus 2020, beroep
Uitspraakdatum:19-08-2020

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          R-20/6793/GV                 

Betreft [klaagster]       Datum 19 augustus 2020

Uitspraak van de beroepsrechter van de RSJ op het beroep van [klaagster] (hierna: klaagster)

1. De procedure

De Minister voor Rechtsbescherming (hierna: verweerder) heeft op 20 april 2020 klaagsters verzoek tot strafonderbreking afgewezen.

Klaagsters raadsvrouw, mr. J.C.H. Pronk, heeft namens klaagster beroep ingesteld tegen deze beslissing.

2. De ontvankelijkheid

Op grond van artikel 73, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet moet het met redenen omklede beroepschrift worden ingediend uiterlijk op de zevende dag na die waarop de betrokkene kennis heeft gekregen van de beslissing waartegen hij beroep instelt.

Het beroepschrift dateert van 29 juli 2020 en is (per post) op het secretariaat van de RSJ ontvangen op 30 juli 2020. De bestreden beslissing is voorzien van klaagsters handtekening, maar de datum waarop zij een exemplaar van die beslissing heeft ontvangen, ontbreekt. Klaagster stelt zij de beslissing pas later heeft ontvangen, terwijl uit de inlichtingen van verweerder volgt dat de bestreden beslissing aan klaagster is uitgereikt en door haar is ondertekend op 20 april 2020. Naar het oordeel van de beroepsrechter moet het er aldus voor worden gehouden dat klaagster de bestreden beslissing op 20 april 2020 heeft ontvangen.

Klaagsters raadsvrouw stelt dat de bestreden beslissing haar eerst is bekendgemaakt op

29 april 2020, door toezending per e-mail en door tussenkomst van de casemanager. Dat doet er echter niet aan af dat de bestreden beslissing aan klaagster op 20 april 2020 is overhandigd en dat op dat moment de hierboven bedoelde termijn is gestart waarbinnen beroep kan worden ingesteld.

Gelet op het voorgaande heeft klaagster niet tijdig beroep ingesteld. Uit het dossier blijkt niet dat daarvoor een goede reden bestond. De beroepsrechter zal klaagster daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar beroep.

3. De uitspraak

De beroepsrechter verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar beroep.

Deze uitspraak is op 19 augustus 2020 gedaan door de beroepsrechter, mr. S. Djebali, bijgestaan door mr. M.G. Bikker, secretaris.

secretaris        voorzitter

Naar boven