Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ S-20/3895/SGA, 29 juni 2020, schorsing
Uitspraakdatum:29-06-2020

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

 

Nummer          S-20/3895/SGA                      

           

Betreft [verzoeker]      Datum 29 juni 2020

 

 

Uitspraak van de voorzitter van de beroepscommissie van de RSJ op het verzoek van [verzoeker] (hierna: verzoeker)

 

1. De procedure

De directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) Grave (hierna: de directeur) heeft op 24 juni 2020 beslist tot de ontzegging van toegang tot de inrichting (bezoek) ten aanzien van een met naam genoemde bezoekster voor de duur van drie maanden, wegens het negatieve advies van het Gedetineerden Recherche Informatie Punt (GRIP) in verband met het lopende politieonderzoek waarin zij voorkomt, ingegaan op 24 juni 2020 om 14:10 uur en eindigend op 24 september 2020 om 14:10 uur; en beslist – om na de weigering van voornoemde bezoekster – ook verzoekers andere bezoekers te weigeren.

Verzoekers raadsman, mr. W.B.O. van Soest, vraagt namens verzoeker om schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging daarvan.

De voorzitter heeft kennisgenomen van het door verzoeker ingediende schorsingsverzoek, de reactie van de directeur op het schorsingsverzoek, de door de directeur nagestuurde mededeling van 25 juni 2020 en van het klaagschrift.

 

2. De beoordeling

De voorzitter stelt voorop dat bij een verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een beslissing van de directeur slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling. De zaak kan dus niet ten gronde worden onderzocht. De voorzitter beoordeelt alleen of de beslissing waartegen beklag is ingesteld in strijd is met een wettelijk voorschrift of dat deze zodanig onredelijk of onbillijk is dat er een spoedeisend belang is om op dit moment de (verdere) tenuitvoerlegging van die beslissing te schorsen. Naar het oordeel van de voorzitter is dat niet het geval.

Door en namens verzoeker wordt gesteld dat hem geen beschikking is overhandigd en dat ook geen duidelijkheid is gegeven omtrent de informatie van het GRIP. Volgens verzoeker wordt zijn bezoek ten onrechte geweigerd. Verzoeker stelt dat de reden van de ontzegging van de bezoekster voor de duur van drie maanden, niet is gebaseerd op een van de gronden zoals genoemd in artikel 36, vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet. Het voorkomen van de bezoekster in een lopend politieonderzoek, valt hier niet onder volgens verzoeker.

Uit de schriftelijk inlichtingen van de directeur komt naar voren dat in het kader van verzoekers status ‘verhoogd’ op de lijst van Gedetineerden met een vlucht-/maatschappelijk risico (GVM) een aantal toezichtmaatregelen aan hem zijn opgelegd, waaronder “vooraf advies aanvragen over bezoekers aan GRIP”. Dit betekent dat wanneer verzoeker bezoek wenst te ontvangen, de bezoeker een volledig ingevuld screeningsformulier, voorzien van een kopie van diens identiteitsbewijs, dient in te dienen zodat deze voor screening kan worden voorgelegd aan het GRIP. De directeur geeft aan dat het GRIP negatief heeft geadviseerd ten aanzien van de bezoekster, omdat zij voorkomt in een lopend politieonderzoek. De directeur heeft haar daarom geweigerd als bezoekster en de toegang tot de inrichting ontzegd voor de duur van drie maanden. Op 24 juni 2020 is dit mondeling aan verzoeker medegedeeld en op 25 juni 2020 is de schriftelijke beslissing aan hem uitgereikt. Naar het voorlopig oordeel van de voorzitter is voldoende aannemelijk geworden dat de ontzegging van toegang tot de inrichting van de met naam genoemde bezoekster, voor de duur van drie maanden, noodzakelijk is met het oog op de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting. De voorzitter overweegt dat aan de formele vereisten is voldaan. Gelet op het voorgaande kan de weigering ten aanzien van voornoemde bezoekster niet op voorhand onredelijk of onbillijk worden geacht. Het verzoek zal in zoverre worden afgewezen.

Voorts geeft de directeur aan dat na de weigering van voornoemde bezoekster op 24 juni 2020, namens verzoeker een verzoek is ingediend om dan drie andere personen als bezoek te mogen ontvangen. Deze personen hadden verzoeker reeds eerder bezocht. De directeur geeft aan dat dit eerdere bezoek heeft plaatsgevonden voordat aan verzoeker toezichtmaatregelen waren opgelegd in het kader van zijn GVM-status. Deze personen zijn dan ook (nog) niet gescreend zijn door het GRIP. De directeur geeft aan dat indien verzoeker van deze personen bezoek wil ontvangen, voornoemde screening door het GRIP moet plaatsvinden. Naar het voorlopig oordeel van de voorzitter kan de weigering van voornoemde personen als bezoekers niet op voorhand onredelijk of onbillijk worden geacht, nu zij niet voorafgaand zijn gescreend door het GRIP en dit op grond van de opgelegde toezichtmaatregelen wel dient te gebeuren. Het verzoek zal in zoverre worden afgewezen.

 

3. De uitspraak

De voorzitter wijst het verzoek af.

 

 

Deze uitspraak is op 29 juni 2020 gegeven door mr. R.H. Koning, voorzitter, bijgestaan door mr. S.C. Vogel, secretaris.

      

secretaris        voorzitter

Naar boven