Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ R-19/4884/GA en R-19/4886/GA, 30 maart 2020, beroep
Uitspraakdatum:30-03-2020

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

nummer:         R-19/4884/GA en R-19/4886/GA

betreft: [klager]                        datum: 30 maart 2020

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet heeft kennisgenomen van bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschriften ingediend door mr. D.M. Penn, namens […], verder te noemen klager, en van de directeur van de penitentiaire inrichting (p.i.) Vught, gericht tegen een uitspraak van 30 september 2019 van de beklagcommissie bij de p.i. Vught, en van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep die in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

De beroepscommissie heeft de directeur van bovengenoemde inrichting en klager en zijn raadsman in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

 

1.         De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie

Het beklag betreft de beslissing van 21 mei 2019 tot afwijzing van het door klager ingediende verlofplan in het kader van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel)  (VU 2019/000927).

De beklagcommissie heeft het beklag gegrond verklaard en klager ter zake een tegemoetkoming toegekend van € 10,= op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

 

2.         De standpunten

Door en namens klager is het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt in beroep als volgt – voor zover relevant – toegelicht.

Klager kan zich niet verenigen met de door de beklagcommissie toegekende tegemoetkoming van € 10,= omdat hij vanwege de beslissing van de directeur geen verlof heeft kunnen genieten. Er dient te worden aangesloten bij het door de beroepscommissie toegekende standaardbedrag van € 50,= per gemist verlof. Daarnaast is zijn verlof ten onrechte afgewezen. Het is onjuist dat klager een nieuw strafbaar feit heeft gepleegd. Nadat hij aan zijn vriendin een bezoek had gebracht, heeft hij zich op eigen initiatief bij de politie gemeld. Inmiddels heeft hij veertien verloven misgelopen en hij heeft zijn vriendin al maanden niet gezien.

De directeur heeft het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt in beroep – voor zover relevant – als volgt toegelicht.

Klagers verlof kon in redelijkheid worden afgewezen op grond van artikel 4, aanhef en onder a, b, d, en i, van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (de Regeling). Op 1 oktober 2018 heeft hij zich aan de detentie onttrokken en heeft de politie hem aangehouden vanwege de verdenking van diefstal. Indien zich in de toekomst een soortgelijke zaak voordoet, wordt deze verdenking weer van de spreekwoordelijke plank gehaald. Anders dan klager stelt, heeft hij zich niet op eigen initiatief gemeld. Het door klager opgegeven verlofadres is in het kader van een eerdere verlofaanvraag al goedgekeurd. Op 24 april 2018 en 21 juni 2018 is aan hem een disciplinaire straf opgelegd van zeven dagen respectievelijk drie dagen opsluiting in een andere verblijfsruimte dan een strafcel, vanwege de invoer van contrabande.

 

3.         De beoordeling

Klager verzoekt in de gelegenheid te worden gesteld het beroep mondeling toe te lichten. De beroepscommissie wijst dit verzoek af, nu zij zich voldoende ingelicht acht om op het beroep te beslissen.

Klager was gedetineerd in verband met een aan hem opgelegde ISD-maatregel voor de duur van twee jaar. Daarna ondergaat hij een gevangenisstraf van 42 dagen. Aansluitend dient hij een hechtenis van in totaal 64 dagen te ondergaan in verband met de Wet Terwee. De einddatum van klagers detentie is op dit moment bepaald op 22 april 2020.

Op grond van artikel 20c van de Regeling kan de directeur een verlof toekennen aan een betrokkene ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van de intramurale fase van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders plaatsvindt. De directeur bepaalt de frequentie en de duur van het verlof, dat ten minste twee uur en ten hoogste 52 uur kan bedragen. Hierbij houdt de directeur rekening met de mate waarin vertrouwen bestaat dat het verlof zonder incidenten zal verlopen. De directeur kan besluiten dat de betrokkene tijdens het verlof wordt begeleid.

Op 1 oktober 2018 heeft klager zich onttrokken aan zijn detentie, omdat hij van een (werk)verlof niet terugkeerde. Op 4 oktober 2018 is hij vervolgens aangehouden vanwege de verdenking van het plegen van een nieuw strafbaar feit. Naar aanleiding van deze gebeurtenissen – zo begrijpt de beroepscommissie – is in het kader van de ISD-maatregel zijn verblijfsplan gewijzigd. Met hem is de afspraak gemaakt dat hij een psychiatrisch behandeltraject zou gaan volgen en dat – bij de juiste inzet – mogelijk gestart zou worden met werkverloven en sociale verloven.

Op grond van de hiervoor genoemde omstandigheden kon de directeur in redelijkheid het door klager ingediende verlofplan (vooralsnog) afwijzen. Daarom kan de beslissing van de directeur, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen en gelet op de weigeringsgronden zoals bedoeld in artikel 4 onder a, b en d van de Regeling, niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. De beroepscommissie zal het beroep van de directeur dan ook gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en het beklag alsnog ongegrond verklaren.

Dit betekent dat er geen aanleiding meer is te beoordelen of klager een tegemoetkoming toekomt. Zijn beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.

 

4.         De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep van de directeur gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog ongegrond.

Zij verklaart het beroep van klager ongegrond.

 

 

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. D. van der Sluis, voorzitter, J.G.A. van den Brand en F. van Dekken, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.G. Bikker, secretaris, op 30 maart 2020.

 

 

 

            secretaris        voorzitter

 

 

Naar boven