Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ S-20/2916/SGA, 28 januari 2020, schorsing
Uitspraakdatum:28-01-2020

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          : S-20/2916/SGA

Betreft : [verzoeker]   datum: 28 januari 2020

De voorzitter van de beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen verzoekschrift, ingediend door mr. M.C. Pedrotti, namens […], verder verzoeker te noemen, verblijvende in de penitentiaire inrichting (p.i.) Ter Apel. Verzoeker vraagt om schorsing, met toepassing van artikel 66, eerste lid, van de Pbw, van de (verdere) tenuitvoerlegging van de beslissing van de directeur van voormelde inrichting, inhoudende dat verzoeker vanaf 15 februari 2020 niet langer meer in aanmerking komt voor Bezoek Zonder Toezicht (BZT). De voorzitter heeft voorts kennisgenomen van het klaagschrift van 27 januari 2020 (Ta-2020-35) alsmede van de schriftelijke inlichtingen van de directeur van 27 januari 2020.

1.         De beoordeling

De voorzitter stelt voorop dat in het kader van het verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een beslissing van de directeur slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling en dat de zaak niet ten gronde kan worden onderzocht en beslist. Aan de orde is daarom slechts de vraag of de beslissing waartegen beklag is ingediend in strijd is met een wettelijk voorschrift dan wel zodanig onredelijk of onbillijk is dat er een spoedeisend belang is om thans over te gaan tot schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging van die beslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is dat niet het geval. Uit de inlichtingen van de directeur komt naar voren dat de voorwaarden voor BZT per 1 oktober 2019 landelijk gewijzigd zijn. Dit houdt voor verzoeker in dat, nu hij al gebruikmaakte van BZT, hij tot 15 februari 2020 in de gelegenheid wordt gesteld om aan te tonen dat hij aan de nieuwe voorwaarden voldoet. De directeur stelt dat alle gedetineerden in oktober 2019 hierover zijn geïnformeerd. Verzoeker heeft een motivatiebrief ingediend om aan te tonen dat hij voldoet aan de nieuwe voorwaarden voor BZT. Verzoeker stelt dat hij verloofd is en dat zijn relatie hem veel goeds brengt maar dit is op geen enkele wijze ondersteund door bewijsstukken. Verzoeker voldoet niet aan de voorwaarden om BZT te mogen ontvangen. Gelet hierop zijn er, naar het voorlopig oordeel van de voorzitter, geen termen aanwezig voor toewijzing van het verzoek, nu niet op voorhand gesteld kan worden dat de beslissing van de directeur onredelijk of onbillijk moet worden geacht. Ten overvloede merkt de voorzitter op dat het recht op BZT geen absoluut recht is en dat verzoeker onverkort recht heeft op bezoek zoals bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Pbw. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

2.         De uitspraak

De voorzitter wijst het verzoek af.

Aldus gedaan door mr. A.M.G. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van bc. L. Vis-van Alff, secretaris, op 28 januari 2020.

secretaris        voorzitter

Naar boven