Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ R-19/3410/TA, 10 oktober 2019, beroep
Uitspraakdatum:10-10-2019

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

nummer:          R-19/3410/TA

betreft: [klager]            datum: 10 oktober 2019

 

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 67 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van […], verder te noemen klager, gericht tegen een uitspraak van 2 april 2019 van de beklagcommissie bij FPC De Rooyse Wissel te Venray, verder te noemen de instelling, alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, die in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 12 september 2019, gehouden in de penitentiaire inrichting te Vught, zijn gehoord klager, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.F. van der Brugge, en namens het hoofd van voormelde tbs-instelling […], jurist.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

 

1.         De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie

Het beklag betreft het niet op de vastgestelde verplichte tijden door het luikje kijken om de gesteldheid van de patiënt te controleren (RV-2018-0000449).

 

De beklagcommissie heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

 

2.         De standpunten van klager en het hoofd van de instelling

Door en namens klager is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht. Elke tbs-instelling en inrichting dient zich aan de regels te houden en op vaste tijden door het luikje te kijken om de gesteldheid van de patiënt dan wel gedetineerde te controleren. In de afgelopen periode zijn twee personen overleden in De Rooyse Wissel doordat personeel volgens klager heeft verzuimd om op vaste tijden door het luikje te kijken. Klager heeft navraag gedaan bij een kennis van hem die werkzaam is op het ministerie van Justitie en Veiligheid en aan hem is doorgegeven dat op vaste tijden naar de gesteldheid van de patiënt dient te worden gekeken, te weten om 8.15 uur en om 22.00 uur. Klagers beklag richt zich tegen het niet kijken op de vastgestelde tijdstippen.

Klager stelt zich op het standpunt dat sprake is van schending van een zorgplicht, nu de afspraken niet worden opgevolgd en niet tijdig wordt gekeken door het personeel. Onlangs is een buurman van klager overleden.

Namens het hoofd van de instelling is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht. Dat er vastgestelde tijdstippen zijn waarop bij patiënten dient te worden gekeken, is bij de instelling niet bekend. Om 8.15 uur wordt bij het uitsluiten van de patiënten gekeken en ook om 22.00 uur in de avond bij het insluiten. Indien een patiënt in separatie of afzondering zit, worden in overleg tijden afgesproken. Bij klager waren er diverse momenten gedurende de dag dat bij hem werd gekeken. Onder meer bij het ontbijt, het uitdelen van de medicatie, de lunch, bij het avondeten, tussendoor vond overdag, en ook in de avond, nog een contactmoment plaats. Door omstandigheden kunnen exacte tijdstippen van dag tot dag verschillen. Aan de patiënt wordt doorgegeven wanneer het volgende contactmoment is.

 

3.         De beoordeling

In het door klager ingediende beroepschrift staat – onder meer – als nummer van de beklagcommissie vermeld RV-2018-000448. Gelet op de gronden van het beroep en het behandelde ter zitting vat de beroepscommissie dit op als een kennelijke verschrijving en leest zij hiervoor RV-2018-000449.

Op grond van artikel 34, zesde lid, van de Bvt draagt het hoofd van de instelling zorg dat in geval van afzondering of separatie het nodige contact tussen personeelsleden of medewerkers en de verpleegde wordt gewaarborgd en naar aard en frequentie op de situatie van de verpleegde wordt afgestemd. Klager klaagt over het niet op de vastgestelde verplichte tijden door het luikje kijken om de gesteldheid van de patiënt te controleren. De beroepscommissie is van oordeel dat, zoals reeds door de beklagcommissie is geoordeeld, het beklag ziet op de wijze van betrachten van de zorgplicht waartegen op grond van artikel 56, vierde lid, Bvt, geen beklag open staat. Hetgeen in beroep is aangevoerd kan derhalve naar het oordeel van de beroepscommissie niet tot een andere beslissing leiden dan die van de beklagcommissie. Het beroep zal derhalve ongegrond worden verklaard.

 

4.         De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie.

 

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. M.J.H. van den Hombergh, voorzitter, mr. J.M.L. Niederer en drs. J.E. Wouda, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.E.M. Meekenkamp, secretaris, op 10 oktober 2019.

               

 

 

            secretaris                     voorzitter                   

 

 

 

 

 

 

Naar boven