Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 03/2488/GB, 5 januari 2004, beroep
Uitspraakdatum:05-01-2004

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

Nummer: 03/2488/GB

Betreft: [klager] datum: 5 januari 2004

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennis genomen van een op 31 oktober 2003 bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], geboren op [1978], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 21 oktober 2003 genomen beslissing van de selectiefunctionaris, waarop niet is vermeld wanneer deze aan klager is uitgereikt,

alsmede van de overige stukken, waaronder twee toelichtingen van klagers raadsman mr. S.L.J. Janssen, een toelichting van klager zelf en de bestreden beslissing.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De selectiefunctionaris heeft het bezwaarschrift van klager gericht tegen de beslissing hem over te plaatsen naar de paviljoen IV-A Demersluis te Amsterdam ongegrond verklaard.

2. De feiten
2.1. Klager is sedert 29 november 2000 gedetineerd. Op 20 januari 2003 is hij vanuit het huis van bewaring Zutphen overgeplaatst naar de landelijke afdeling voor beheersproblematische gedetineerden Nieuw Vosseveld te Vught, eeninrichting met een individueel regime en een uitgebreid beveiligingsniveau. Vanuit deze inrichting is hij op 30 juni 2003 overgeplaatst naar paviljoen IV-A Demersluis, eveneens een inrichting met een individueel regime en eenuitgebreid beveiligingsniveau. Op 8 december 2003 is hij weer teruggeplaatst naar de landelijke afdeling voor beheersproblematische gedetineerden Nieuw Vosseveld.

2.2. Klager ondergaat een gevangenisstraf van negen jaar met aftrek. De tenuitvoerlegging van deze straf is aangevangen op 13 mei 2003. Aansluitend dient hij een gevangenisstraf van drie weken te ondergaan. De wettelijk vroegstmogelijke v.i.-datum valt op of omstreeks 11 december 2006. Daarna dient hij eventueel een subsidiaire hechtenis van 24 dagen te ondergaan.

3. De standpunten
3.1. Door en namens klager is het beroep als volgt toegelicht.
Klager heeft uiteengezet hoe het kon gebeuren dat hij in de landelijke afdeling voor beheersproblematische gedetineerden Nieuw Vosseveld werd geplaatst. Hij had een probleem dat hij onmogelijk uit de weg kon gaan. Uitzelfverdediging heeft hij een medegedetineerde één klap gegeven, waarna deze bewusteloos neerviel. In Vught heeft hij correct gefunctioneerd. Vier met name genoemde medegedetineerden kunnen dit bevestigen. Verzocht wordt dezemedegedetineerden als getuigen te horen. Hij heeft niemand aangezet tot het toepassen van geweld en heeft evenmin zelf geweld toegepast. Klager begrijpt niet waarom hij nu nog steeds in een inrichting moet verblijven met eenindividueel regime en een uitgebreid beveiligingsniveau. Daar is, gelet op zijn functioneren in Vught, geen enkele aanleiding voor. In het kader van de behandeling van zijn bezwaarschrift ging klager er dan ook vanuit dat spoedigeen overplaatsing naar een inrichting met een regime van beperkte gemeenschap aan de orde zou zijn. De ongegrondverklaring van zijn bezwaarschrift en daarmee de beslissing dat klager in paviljoen IV-A Demersluis moest blijven, kwamals een verrassing.

3.2. De selectiefunctionaris heeft de bestreden beslissing als volgt toegelicht.
Klager is in de landelijke afdeling voor beheersproblematische gedetineerden Nieuw Vosseveld geplaatst, omdat aan hem extreem vaak disciplinaire straffen zijn opgelegd wegens fysiek geweld naar medegedetineerden en personeel.Eenmaal moest een medegedetineerde een spoedoperatie ondergaan. Directe aanleiding voor de plaatsing in Vught was het bewusteloos slaan van een medegedetineerde.
In Vught heeft klager grensverleggend en opruiend gedrag vertoond. Hij probeert alles naar zijn hand te zetten. Op enig moment ging het redelijk goed en was zelfs een mogelijke uitplaatsing op komst. Dit is echter niet doorgegaanomdat klager een medegedetineerde had aangezet tot het toepassen van geweld jegens een personeelslid. Klager tracht op alles wat het regime aangaat kritiek te leveren en het systeem te ontkrachten. Hij voelt zich verheven bovenalles en iedereen. Hij is arrogant en accepteert geen correctie van het personeel. Personeelsleden ergeren zich aan klagers opstelling, maar het is aan hun professionele houding te danken dat het niet tot een escalatie is gekomen.De verhouding tussen klager en het personeel raakte dusdanig verstoord dat een overplaatsing geïndiceerd was.
Omdat klagers gedrag in een inrichting met een regime van beperkte gemeenschap en een normaal beveiligingsniveau onherroepelijk tot problemen zou leiden, is de beslissing genomen klager horizontaal over te plaatsen naar paviljoenIV-A Demersluis.

4. De beoordeling
4.1. De beroepscomissie stelt vast dat klagers beroep ziet op
a. de handhaving van zijn verblijf in een inrichting met een individueel regime en
b. de overplaatsing naar paviljoen IV-A Demersluis.

4.2. Ten aanzien van onderdeel a. overweegt de beroepscommissie als volgt.
Paviljoen IV-A Demersluis is mede bestemd als een gevangenis voor mannen met een individueel regime en een uitgebreid beveiligingsniveau.

Een gedetineerde dient te worden geplaatst in een inrichting met een regime van algehele dan wel beperkte gemeenschap, tenzij plaatsing in een individueel regime noodzakelijk is. In het individueel regime kunnen gedetineerden wordengeplaatst die op grond van hun persoonlijkheid, gedrag of andere persoonlijke omstandigheden, een ernstig beheersrisico vormen voor zichzelf of anderen en ten gevolge daarvan niet in staat zijn in een regime van algehele of beperktegemeenschap te functioneren of te verblijven.

De beroepscommissie acht zich op basis van de stukken voldoende ingelicht en wijst daarom klagers verzoek om getuigen te horen af.

De selectiefunctionaris heeft de omtrent klagers gedrag en opstelling verstrekte gegevens in redelijkheid kunnen aanmerken als een voldoende indicatie tot plaatsing in een individueel regime. Derhalve is de beslissing klagervooralsnog – horizontaal – over te plaatsen naar een andere inrichting met een individueel regime en een uitgebreid beveiligingsniveau paviljoen niet in strijd met de wet en evenmin als onredelijk of onbillijk aan te merken. Hetgeendoor en namens klager is aangevoerd, is onvoldoende zwaarwegend om tot een ander oordeel te kunnen komen. In zoverre zal klagers beroep ongegrond worden verklaard.

4.3. Ten aanzien van onderdeel b. overweegt de beroepscommissie als volgt.
Nu klager op 8 december 2003 is teruggeplaatst naar de landelijke afdeling voor beheersproblematische gedetineerden Nieuw Vosseveld, is het belang aan klagers beroep, dat immers is gericht tegen zijn overplaatsing naar paviljoenIV-A Demersluis, komen te ontvallen. In zoverre zal klager niet-ontvankelijk worden verklaard in zijjn beroep.

5. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart
a. het beroep, voorzover dat betrekking heeft op klagers handhaving in een inrichting met een individueel regime en een uitgebreid beveiligingsniveau, ongegrond en
b. klager niet-ontvankelijk in zijn beroep, voorzover dat ziet op zijn overplaatsing naar paviljoen IV-A Demersluis.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.R. Meijeringh, voorzitter, mr. A.G. Bosch en dr. G.J. Fleers, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.N.E. Plooij, secretaris, op 5 januari 2004

secretaris voorzitter

Naar boven