Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ S-19/2406/SGA, 17 oktober 2019, schorsing
Uitspraakdatum:17-10-2019

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

DBT  v

 

 

Nummer          : S-19/2406/SGA

Betreft : [verzoeker]          datum: 17 oktober 2019

 

De voorzitter van de beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen verzoekschrift van […], verder verzoeker te noemen, verblijvende in de penitentiaire inrichting (p.i.) Arnhem.

Verzoeker vraagt om schorsing, met toepassing van artikel 66, eerste lid, van de Pbw, van de (verdere) tenuitvoerlegging van de beslissing van de directeur van voormelde inrichting van 9 oktober 2019, inhoudende de terugplaatsing van verzoeker naar het plusprogramma vanuit het plusplusprogramma (degradatiebeslissing).

De voorzitter heeft voorts kennisgenomen van het bericht van de commissie van toezicht van 11 oktober 2019 met de mededeling dat het schorsingsverzoek zal worden aangemerkt als pro forma klacht alsmede van de schriftelijke inlichtingen van de directeur van 11 en 14 oktober 2019.

 

1.         De beoordeling

De voorzitter stelt voorop dat in het kader van het verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een beslissing van de directeur slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling en dat de zaak niet ten gronde kan worden onderzocht en beslist. Aan de orde is daarom slechts de vraag of de beslissing waartegen beklag is ingediend in strijd is met een wettelijk voorschrift dan wel zodanig onredelijk of onbillijk is dat er een spoedeisend belang is om thans over te gaan tot schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging van die beslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is dat niet het geval.

Door en namens verzoeker wordt gesteld dat hij niet wist dat hij niet met de media mocht praten. De degradatie is heel ingrijpend voor verzoeker, omdat het contact met zijn gezin nu wordt bemoeilijkt en het zijn verdere detentieverloop schaadt. Verzoeker geeft aan dat hij niet eerder een rapport heeft gehad.

Uit de inlichtingen van de directeur volgt dat verzoeker op eigen initiatief en zonder toestemming van de directeur contact heeft gehad met een vertegenwoordiger van de media. Hierdoor heeft de directeur geen voorwaarden aan het gesprek kunnen verbinden, toezicht kunnen houden of risico’s in kaart kunnen brengen. De directeur geeft aan dat het vertrouwen in verzoeker daarom ernstig is geschaad. Voorts geeft de directeur aan dat in het plusplusprogramma gedetineerden met onbesproken gedrag verblijven.

Op grond van artikel 40 van de Pbw en paragraaf 3.9.4. van de huisregels van de p.i. Arnhem kan de directeur toestemming geven voor het voeren van een gesprek tussen de gedetineerde en een vertegenwoordiger van de media, voor zover dit zich verdraagt met een van de in dat artikel genoemde belangen. Niet is gebleken dat de directeur toestemming heeft gegeven voor het voeren van een gesprek tussen verzoeker en een vertegenwoordiger van de media, dan wel dat verzoeker om toestemming heeft gevraagd. In RSJ 17 mei 2019, 17/2325/GA heeft de beroepscommissie geoordeeld dat de terugplaatsing van het plusplusprogramma naar het reguliere plusprogramma aan dezelfde eisen moet voldoen als de terugplaatsing van het plusprogramma naar het basisprogramma. In onderhavig geval overweegt de voorzitter dat, anders dan in die uitspraak, wel sprake is van een schriftelijke, gemotiveerde beslissing waarin een (voor verzoeker) kenbare belangenafweging is gemaakt. Uit de bestreden beslissing volgt dat verzoekers vertoonde gedrag (contact met de media) als ongewenst gedrag (‘rood’) is beoordeeld en dat het voorval als zodanig ernstig wordt gezien dat hij daarmee niet meer voldoet aan de normen die zijn vastgelegd voor een verblijf in het plusplusprogramma. Gelet op het voorgaande heeft de directeur – naar het voorlopig oordeel van de voorzitter – een voldoende kenbare belangenafweging gemaakt en is de beslissing om verzoeker te degraderen niet zodanig onredelijk of onbillijk dat er een spoedeisend belang is om tot schorsing van de beslissing over te gaan. Het verzoek zal worden afgewezen.

 

2.         De uitspraak

De voorzitter wijst het verzoek af.

 

 

Aldus gedaan door mr. M. Keppels, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Vogel, secretaris, op 17 oktober 2019.

 

 

 

 

 

 

 

secretaris         voorzitter

 

Naar boven