Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ S-19/1199/SGA, 5 maart 2019. schorsing
Uitspraakdatum:05-03-2019

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          : S-19/1199/SGA

Betreft : [verzoeker]    datum: 5 maart 2019

 

De voorzitter van de beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen verzoekschrift van […], verder verzoeker te noemen, verblijvende in het Justitieel Complex Zaanstad. Verzoeker vraagt om schorsing, met toepassing van artikel 66, eerste lid, van de Pbw, van de (verdere) tenuitvoerlegging van de beslissing van de directeur van voormelde inrichting van 26 februari 2019, inhoudende de oplegging van een disciplinaire straf van veertien dagen opsluiting in een strafcel, ingaande op 26 februari 2019 om 17.15 uur en eindigend op 12 maart 2019 om 17.15 uur, wegens het aantreffen van contrabande (smartphone) in verzoekers cel en het weigeren van medewerking aan het uitlezen van de smartphone.

De voorzitter heeft voorts kennisgenomen van een schorsingsverzoek van mr. M.M. Koers van 4 maart 2019, een schorsingsverzoek van mr. N.R. Coffi van 4 maart 2019, van een klaagschrift van 27 februari 2019 alsmede van de schriftelijke inlichtingen van de directeur van 28 februari 2019 en van 4 maart 2019.

 

1.         De beoordeling

De voorzitter stelt voorop dat in het kader van het verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een beslissing van de directeur slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling en dat de zaak niet ten gronde kan worden onderzocht en beslist. Aan de orde is daarom slechts de vraag of de beslissing waartegen beklag is ingediend in strijd is met een wettelijk voorschrift dan wel zodanig onredelijk of onbillijk is dat er een spoedeisend belang is om thans over te gaan tot schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging van die beslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is dat het geval.

Uit de inlichtingen van de directeur, waaronder het schriftelijke verslag van 26 februari 2019, blijkt dat bij een inspectie van verzoekers meerpersoonscel een smartphone is aangetroffen. De smartphone zat verstopt in een sok, aan de zijkant van een kast. Verzoeker heeft toen hij naar aanleiding van het verslag werd gehoord door de directeur erkend dat de smartphone van hem is. Om te onderzoeken of verzoeker gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheden van de smartphone tot het maken van video’s, foto’s en geluidsopnames en de verspreiding daarvan buiten de inrichting, heeft de directeur verzoeker de toegangscode van de smartphone gevraagd. Verzoeker heeft, aldus de directeur, geweigerd deze code te geven, omdat hij – anders dan dat hij eerst heeft verklaard – ontkende dat de smartphone van hem is. De directeur heeft in deze weigering een reden gezien om ten nadele van verzoeker af te wijken van de landelijk geldende Sanctiekaart, omdat vanwege deze weigering niet kan worden uitgesloten dat verzoeker met gebruikmaking van de technologische mogelijkheden van de smartphone de veiligheid en privacy binnen de inrichting in het algemeen, en in het bijzonder voor personeel en medegedetineerden in gevaar heeft gebracht.

Verzoeker heeft in zijn schorsingsverzoek aangegeven dat hij bang was voor “iemand” en dat hij daarom heeft erkend dat de smartphone van hem is. Blijkens nader op verzoek van de voorzitter vanwege de directeur verstrekte inlichtingen is de celgenoot van verzoeker niet bestraft in verband met het aantreffen van de smartphone. Hij is wel overgeplaatst naar een andere afdeling.

Uit de nader vanwege de directeur verstrekte inlichtingen is voorts gebleken dat verzoeker in een gesprek met het afdelingshoofd, in afwijking van zijn eerdere verklaring ten overstaan van de directeur, heeft aangegeven dat de smartphone echt niet van hem was en dat hij (dus) de toegangscode niet kon geven. Naar aanleiding van dit gesprek is in overleg met de directeur besloten dat verzoeker vanaf 1 maart 2019 om 16.30 uur de hem opgelegde straf niet langer in een strafcel maar op eigen cel mag uitzitten.

Ingevolge vaste rechtspraak van de beroepscommissie kunnen in beginsel alle in een meerpersoonscel verblijvende gedetineerden verantwoordelijk worden gehouden voor de vondst van contrabande in die cel. Dat is slechts anders indien duidelijk is dat de betrokken gedetineerde geen weet heeft of kon hebben van de aanwezigheid van de aangetroffen contrabande. Dit laatste is door verzoeker niet gesteld en ook overigens in deze procedure niet aannemelijk geworden. Bij deze stand van zaken mocht de directeur een disciplinaire straf opleggen. De voorzitter heeft uit vervolgens nader telefonisch bij de inrichting ingewonnen informatie begrepen dat de directeur niet langer vasthoudt aan een bestraffing wegens weigering om de toegangscode te verstrekken. Daarmee is naar het voorlopig oordeel van de voorzitter de strafverzwarende grond van weigering om de toegangscode van de smartphone te verstrekken aan de opgelegde straf komen te ontvallen.

Voor het enkele in bezit hebben van een smartphone vermeldt de Landelijke Sanctiekaart een straf van maximaal tien dagen eigen cel. De straf die verzoeker is opgelegd overstijgt dit maximum. Nu de oorspronkelijke  –  en naar het oordeel van de voorzitter bij de toenmalige stand van zaken draagkrachtige motivering van de beslissing – door de directeur is weggevallen is deze beslissing naar het voorlopig oordeel van de voorzitter uiteindelijk zodanig onredelijk en onbillijk dat de tenuitvoerlegging daarvan voor schorsing in aanmerking komt voor zover zij langer duurt dan tien dagen eigen cel.

Het verzoek zal daarom worden toegewezen op de wijze als hierna te melden.

 

2.         De uitspraak

De voorzitter wijst het verzoek toe en schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing van de directeur met ingang van 8 maart 2019 tot het moment dat de beklagcommissie op het onderliggende beklag zal hebben beslist.

 

 

 

Aldus gedaan door mr. A. van Waarden, voorzitter, in tegenwoordigheid van bc L. Vis-van Alff, secretaris, op 5 maart 2019

             

                                                                         

 

secretaris         voorzitter

 

Naar boven