Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ S-565, 24 oktober 2018, schorsing
Uitspraakdatum:24-10-2018

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

                       

 

Nummer          : S-565

Betreft : [verzoeker]    datum: 24 oktober 2018

 

 

De voorzitter van de beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen verzoekschrift van […], verder verzoeker te noemen, verblijvende in het detentiecentrum Rotterdam.

Verzoeker vraagt om schorsing, met toepassing van artikel 66, eerste lid, van de Pbw, van de (verdere) tenuitvoerlegging van de beslissing van de directeur van voormelde inrichting van

17 oktober 2018, inhoudende de oplegging van een disciplinaire straf van opsluiting in een andere verblijfsruimte dan een strafcel gedurende veertien dagen, ingaand op 16 oktober 2018 om 17.15 uur en eindigend op 30 oktober 2018 om 17.15 uur, wegens het weigeren medewerking te verlenen aan de plaatsing op een meerpersoonscel (MPC). 

De voorzitter heeft voorts kennisgenomen van de ontvangstbevestiging van het klaagschrift van 19 oktober 2018 alsmede van de schriftelijke inlichtingen van de directeur van 22 oktober 2018.

 

1.         De beoordeling

De voorzitter stelt voorop dat in het kader van het verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een beslissing van de directeur slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling en dat de zaak niet ten gronde kan worden onderzocht en beslist. Aan de orde is daarom slechts de vraag of de beslissing waartegen beklag is ingediend in strijd is met een wettelijk voorschrift dan wel zodanig onredelijk of onbillijk is dat er een spoedeisend belang is om thans over te gaan tot schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging van die beslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is dat het geval.

Uit de inlichtingen van de directeur, waaronder de bestreden beslissing, blijkt dat de bestreden disciplinaire straf met terugwerkende kracht is opgelegd. De beslissing is ondertekend op 17 oktober 2018, waarbij ook uitdrukkelijk melding wordt gemaakt van overleg met de gedragsdeskundige en de arts op deze datum, terwijl de straf al is ingegaan op 16 oktober 2018 om 17.15 uur.

Nu de Pbw de mogelijkheid van een beslissing tot oplegging van een disciplinaire straf met terugwerkende kracht niet toestaat, is de bestreden beslissing naar het voorlopig oordeel van de voorzitter genomen in strijd met de wet. Gelet op het voorgaande zijn er termen aanwezig voor toewijzing van het verzoek.

 

2.         De uitspraak

De voorzitter wijst het verzoek toe en schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing van de directeur met onmiddellijke ingang tot het moment dat de beklagcommissie op het onderliggende beklag zal hebben beslist.

 

 

Aldus gedaan door mr. M.J. Stolwerk, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Warntjes, secretaris, op 24 oktober 2018.

 

 

 

 

 

                       secretaris          voorzitter

 

Naar boven