Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 17/3226/GV, 13 maart 2018, beroep
Uitspraakdatum:13-03-2018

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

nummer:          17/3226/GV

betreft: [klager]            datum: 13 maart 2018

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. W.B.O. van Soest, namens

[…], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 20 september 2017 genomen beslissing van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (de Staatssecretaris), alsmede van de onderliggende stukken.

De beroepscommissie heeft de Staatssecretaris in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager en zijn raadsvrouw mr. A-L.H. Wilkens om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

 

1.         De inhoud van de bestreden beslissing

De Staatssecretaris heeft klagers verzoek tot het tijdelijk verlaten van de inrichting in het kader van algemeen verlof afgewezen.

 

2.         De standpunten

Door en namens klager is het beroep als volgt – samengevat – toegelicht. Klagers verlofaanvraag is afgewezen op grond van het enkele feit dat klager tijdens zijn voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) een delict heeft gepleegd. Klager heeft tijdens zijn huidige detentie overal aan meegewerkt en laat door middel van zijn goede gedrag in de inrichting zien dat hij verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden en zijn leven wil beteren. Indien de verlofaanvraag wordt toegewezen, kan worden gekeken of klager met detentiefasering kan starten. Klager is bereid eventuele bijzondere voorwaarden te accepteren. Ook met een halvering van de duur van het verlof zal klager instemmen. Door middel van een verlof kan klager zijn zaken buiten de inrichting regelen. De afwijzing van de verlofaanvraag in strijd met het resocialisatiebeginsel zoals vermeld in artikel 2, tweede lid, van de Pbw.

Namens de Staatssecretaris is de bestreden beslissing als volgt – samengevat – toegelicht. Uit het advies van het Openbaar Ministerie (OM) volgt dat klager tijdens zijn v.i. een nieuw strafbaar feit heeft gepleegd. Klager kan dan ook niet betrouwbaar worden geacht met betrekking tot het nakomen van afspraken. Ook is het gevaar voor herhaling van het plegen van strafbare feiten in deze fase van de detentie niet uit te sluiten. Klager verblijft sinds 29 december 2016 in detentie. De selectiefunctionaris laat, ondanks de positieve adviezen en het feit dat klager verantwoordelijkheid voor het gepleegde delict neemt, het algemeen belang op dit moment zwaarder wegen dan het belang van klager.

Op klagers verlofaanvraag zijn de volgende adviezen uitgebracht.

Het multidisciplinair overleg en de vrijhedencommissie hebben positief geadviseerd ten aanzien van de verlofaanvraag met als voorwaarde dat elektronisch toezicht wordt toegepast. Klagers gedrag in de inrichting is positief. Klager heeft te kennen gegeven met de reclassering te willen meewerken.

Het OM adviseert negatief ten aanzien van de verlofaanvraag. Klagers v.i. is gedeeltelijk herroepen, nu klager tijdens zijn v.i. een nieuw strafbaar feit heeft gepleegd. Het gevaar voor het opnieuw plegen van strafbare feiten en de gebleken onbetrouwbaarheid met betrekking tot het nakomen van afspraken staan aan fasering in de weg.

De politie heeft het verlofadres geverifieerd en in orde bevonden.

 

3.         Beoordeling

Klager ondergaat een gevangenisstraf van vier maanden, wegens verboden wapenbezit, tijdens een eerdere v.i. gepleegd. Voorts is klagers v.i. voor de duur van 360 dagen herroepen. De einddatum van klagers detentie is bepaald op 20 april 2018.

Het beroep richt zich tegen de afwijzing van klagers tweede verlofaanvraag. Hij kan in totaal vier verlofaanvragen indienen.

Vooropgesteld dient te worden dat bij verzoeken tot algemeen verlof een belangenafweging dient te worden gemaakt tussen enerzijds het individuele belang van de gedetineerde om zich tijdig en goed te kunnen voorbereiden op zijn terugkeer in de maatschappij en anderzijds het algemeen belang van – onder meer – de orde, rust en veiligheid in de samenleving en een ongestoorde tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf.

Uit de stukken komt naar voren dat klager bij uitspraak van 7 april 2017 is veroordeeld wegens een strafbaar feit dat hij tijdens zijn v.i. heeft gepleegd. Als gevolg daarvan is zijn v.i. voor de duur van 360 dagen herroepen. Deze omstandigheid is in beginsel een contra-indicatie voor verlofverlening. Het belang van een gedetineerde bij een verlof, al dan niet onder voorwaarden, in verband met de voorbereiding op een terugkeer in de maatschappij weegt echter steeds zwaarder naarmate de einddatum van zijn detentie nadert. De einddatum van klagers detentie is bepaald op 20 april 2018. Tegen deze achtergrond dient – gelet op het (zeer) beperkte strafrestant – klagers belang in dit stadium van zijn detentie te prevaleren. Hierbij is mede in aanmerking genomen dat klager meedraait in een plusprogramma en positief gedrag in de inrichting vertoont. Ook heeft zowel het multidisciplinair overleg als de vrijhedencommissie positief geadviseerd ten aanzien van de verlofaanvraag met als voorwaarde dat elektronische controle wordt toegepast.

Het beroep zal daarom gegrond worden verklaard. De bestreden beslissing zal worden vernietigd en de Minister voor Rechtsbescherming (de Minister) zal worden opgedragen met inachtneming van de uitspraak van de beroepscommissie binnen een week na ontvangst van deze uitspraak een nieuwe beslissing te nemen.

 

4.         De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing. Zij draagt de Minister op met inachtneming van de uitspraak van de beroepscommissie binnen een week na ontvangst van deze uitspraak een nieuwe beslissing te nemen.

 

 

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. W.F. Korthals Altes, voorzitter, J.G.A. van den Brand en J. Schagen MA, leden, in tegenwoordigheid van M.G. Bikker, secretaris, op 13 maart 2018

 

 

 

 

 

            secretaris         voorzitter

Naar boven