Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 17/1675/TA, 6 oktober 2017, beroep
Uitspraakdatum:06-10-2017

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

nummer:          17/1675/TA

betreft: [Klager]           datum: 6 oktober 2017

 

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 67 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

het hoofd van FPC Pompestichting te Nijmegen, verder te noemen de inrichting,

gericht tegen een uitspraak van 9 mei 2017 van de beklagcommissie bij bovengenoemde inrichting, voor zover daartegen beroep is ingesteld, gegeven op een klacht van

[…], verder te noemen klager,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 18 augustus 2017, gehouden in de penitentiaire inrichting Vught, is namens het hoofd van de inrichting gehoord […], juridisch medewerker. Klager is niet ter zitting verschenen. Na de behandeling van het beroep ter zitting bleek dat klager wel in de penitentiaire inrichting Vught aanwezig was, maar per abuis niet naar de zittingszaal van de beroepscommissie is gebracht. Klager is vervolgens alsnog gehoord. Van hetgeen klager naar voren heeft gebracht, is een verslag opgemaakt. Het hoofd van de inrichting is in de gelegenheid gesteld op het verslag te reageren. Op 8 september 2017 heeft het hoofd van de inrichting schriftelijk bericht dat het verslag hem geen aanleiding gaf tot het geven van een inhoudelijke reactie. 

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

 

1.         De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie

Het beklag betreft de inbeslagneming van klagers computer en het laten voortduren daarvan van 2 maart 2017 tot en met 27 maart 2017 (PN-2017-78).

De beklagcommissie heeft het beklag gegrond verklaard voor zover de inbeslagneming langer heeft geduurd dan twee weken, heeft klager terzake een tegemoetkoming toegekend van € 22,50 en het beklag voor het overige ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

 

2.         De standpunten van het hoofd van de inrichting en klager

Namens het hoofd van de inrichting is het standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagcommissie, in beroep als volgt - samengevat en zakelijk weergegeven - toegelicht.

Op klagers computer zijn 6.000 pornografische films en afbeeldingen, waaronder een gefotoshopte afbeelding van een kinderlichaam met het hoofd van een vrouw, aangetroffen. Dat is meer dan de toegestane hoeveelheid (maximaal 5 pornografische dvd’s). Klager heeft in de vorige inrichting vrouwelijk personeel beschreven in pornografische verhalen. De computer is door de politie onderzocht en na teruggave daarvan aan de inrichting is door het interne controleteam onderzoek gedaan – naar de aard van de pornografie, de gefotoshopte afbeelding en naar de eventuele aanwezigheid van pornografische verhalen over personeel – tegen de achtergrond van klagers behandeling en de orde en veiligheid in de inrichting. Het behandelteam heeft voorwaarden gesteld aan de teruggave van de computer aan klager. Klager moest onder andere in gesprek gaan met zijn behandelcoördinator en/of mentor over het op de computer aangetroffen materiaal, hij diende mee te werken aan het sluiten van een gebruiksovereenkomst en moest binnen een half jaar toewerken naar het bezit van maximaal 5 pornografische dvd’s. Klager wilde aanvankelijk niet meewerken aan de gestelde voorwaarden. Toen klager uiteindelijk te kennen gaf wel te zullen meewerken, is de computer aan hem teruggegeven. De inrichting heeft zorgvuldig en voortvarend gehandeld; een en ander had niet sneller gekund. Het klopt dat medeverpleegden hun computer sneller hebben teruggekregen, maar die medeverpleegden hadden zich - in tegenstelling tot klager - wel aan het mediamiddelenbeleid gehouden. 

Klager heeft zijn standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagcommissie, in beroep als volgt - samengevat en zakelijk weergegeven - toegelicht. Een medeverpleegde heeft de gefotoshopte afbeelding gemaakt. Klager was er niet van op de hoogte dat deze afbeelding op zijn computer stond. Nadat klagers computer van de politie terugkwam, heeft de inrichting de computer nog 3,5 week onder zich gehouden, zonder dat er iets met de computer is gedaan. Klager heeft altijd meegewerkt. Hij heeft samen met zijn mentor pornografie van zijn computer verwijderd. Hij heeft één verhaaltje van zijn computer moeten verwijderen.

 

3.         De beoordeling

Vaststaat dat klagers computer op 30 januari 2017 in beslag is genomen door de inrichting en dat deze vervolgens is overgedragen aan de politie. Voorts staat vast dat de politie de computer op 2 maart 2017 weer heeft overgedragen aan de inrichting en dat klager deze op 27 maart 2017 heeft teruggekregen. In dit beroep is (slechts) aan de orde de vraag of het voortduren van de inbeslagneming van de computer van 16 maart 2017 tot 27 maart 2017 (het gegrond verklaarde gedeelte van de klacht) redelijk en billijk is.

Uit het beroepschrift en het verhandelde ter zitting komt naar voren dat de redenen van het voortduren van de inbeslagneming van klagers computer zijn gelegen in het verrichten van onderzoek naar de (grote hoeveelheid) aangetroffen pornografie in het licht van klagers behandeling en de orde en de veiligheid in de inrichting, alsmede in het niet meewerken van klager aan de gestelde voorwaarden voor teruggave van de computer. Nadat klager (uiteindelijk) te kennen had gegeven aan de voorwaarden te zullen meewerken, is de computer aan hem teruggegeven.

Gelet op het vorenstaande acht de beroepscommissie voldoende aannemelijk geworden dat de inbeslagneming van klagers computer niet langer heeft voortgeduurd dan noodzakelijk was. Zij zal het beroep van de directeur daarom gegrond verklaren.

 

4.         De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie, voor zover daartegen beroep is ingesteld, en verklaart het beklag in zoverre alsnog ongegrond.

 

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. A.M. van Woensel, voorzitter, drs. M.R. Daniel MPM en prof. dr. H.J.C. van Marle, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. Boerhof, secretaris, op 6 oktober 2017

                                                             

            secretaris         voorzitter

Naar boven