Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 17/0421/GA, 17 maart 2017, beroep
Uitspraakdatum:17-03-2017

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

nummer: 17/0421/GA

betreft: [klager] datum: 17 maart 2017

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 17 januari 2017 van de beklagcommissie bij het Detentiecentrum Schiphol te Badhoevedorp, betreffende de behandeling van klager door een medewerker (DS2016/212),

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De beoordeling

nummer: 17/421/GA

betreft: [klager] datum: 17 maart 2017

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 17 januari 2017 van de beklagcommissie bij het Detentiecentrum Schiphol te Badhoevedorp, betreffende de behandeling van klager door een medewerker (DS2016/212),

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De beoordeling
De uitspraak waarvan beroep is op 17 januari 2017 aan klager en de directeur toegezonden. Op het beroepschrift staat als datum 20 januari 2017, maar het is op het secretariaat van de Raad ontvangen op 8 februari 2017.
Ingevolge artikel 69, eerste lid, Pbw moet het met redenen omklede beroepschrift uiterlijk op de zevende dag na die van de ontvangst van het afschrift van de uitspraak onderscheidenlijk na die van de mondelinge mededeling van de uitspraak worden
ingediend.
Klager heeft, gelet op het vorenstaande, niet tijdig beroep ingesteld. Zoals blijkt uit zijn beroepschrift is klager zich van deze termijnoverschrijding bewust. De beroepscommissie is van oordeel dat wat klager heeft aangevoerd – de lange procedures
bij
het verwerken van de post in het detentiecentrum – geen verschoonbare termijnoverschrijding oplevert, omdat zij niet aannemelijk geworden acht dat als al sprake is van trage postafhandeling dientengevolge een vertraging in de verzending en bezorging
van
19 dagen kan zijn ontstaan. De beroepscommissie zal klager niet-ontvankelijk verklaren in het beroep.

2. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. M.M. van der Nat, voorzitter, mr. C.M. van der Bas en mr. A. van Holten, leden, in tegenwoordigheid van
S.C. Vogel, secretaris, op 17 maart 2017

secretaris voorzitter

De uitspraak waarvan beroep is op 17 januari 2017 aan klager en de directeur toegezonden. Op het beroepschrift staat als datum 20 januari 2017, maar het is op het secretariaat van de Raad ontvangen op 8 februari 2017.
Ingevolge artikel 69, eerste lid, Pbw moet het met redenen omklede beroepschrift uiterlijk op de zevende dag na die van de ontvangst van het afschrift van de uitspraak onderscheidenlijk na die van de mondelinge mededeling van de uitspraak worden
ingediend.
Klager heeft, gelet op het vorenstaande, niet tijdig beroep ingesteld. Zoals blijkt uit zijn beroepschrift is klager zich van deze termijnoverschrijding bewust. De beroepscommissie is van oordeel dat wat klager heeft aangevoerd – de lange procedures
bij
het verwerken van de post in het detentiecentrum – geen verschoonbare termijnoverschrijding oplevert, omdat zij niet aannemelijk geworden acht dat als al sprake is van trage postafhandeling dientengevolge een vertraging in de verzending en bezorging
van
19 dagen kan zijn ontstaan. De beroepscommissie zal klager niet-ontvankelijk verklaren in het beroep.

2. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. M.M. van der Nat, voorzitter, mr. C.M. van der Bas en mr. A. van Holten, leden, in tegenwoordigheid van
S.C. Vogel, secretaris, op 17 maart 2017

secretaris voorzitter

Naar boven