Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 16/1800/GA, 26 oktober 2016, beroep
Uitspraakdatum:26-10-2016

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 16/1800/GA

betreft: [klager] datum: 26 september 2016

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

de directeur van de locatie Esserheem te Veenhuizen,

gericht tegen een uitspraak van 13 mei 2016 van de beklagcommissie bij voormelde locatie, gegeven op een klacht van [...], verder te noemen klager,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 6 september 2016, gehouden in de penitentiaire inrichtingen Lelystad, is gehoord [...], plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de locatie Esserheem.
Hoewel klager op behoorlijke wijze was opgeroepen is hij niet ter zitting verschenen.
Klagers raadsman mr. M. Smeets heeft schriftelijk laten weten verhinderd te zijn ter zitting te verschijnen en daarbij is verzocht om de behandeling van het beroep aan te houden tot een nader te bepalen datum.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft een disciplinaire straf van vijf dagen opsluiting in een andere verblijfsruimte dan een strafcel zonder televisie en de degradatiebeslissing van 23 maart 2016.

De beklagcommissie heeft het beklag gegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van de directeur en klager
De directeur heeft in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
Klager weet dat drugs ten strengste verboden zijn. Hij zat al langer in detentie. Ter zitting worden foto’s overgelegd waarop dit ook duidelijk staat aangegeven op grote blauwe borden. Deze blauwe borden worden gepasseerd voordat men de locatie
Esserheem bereikt. Het is niet aannemelijk dat klager geen hasj heeft willen invoeren. Klager is de inrichting binnengekomen en hij is piepvrij door de metaaldetector gelopen. Daarna vindt visitatie plaats. Het is een standaardprocedure en hier wordt
gevraagd of klager iets bij zich heeft dat hij moet aangeven. Dit wordt gevraagd voor de veiligheid van het personeel, omdat zij de kleding gaan doorzoeken. Op dat moment heeft klager aangegeven dat hij drugs bij zich had en hij haalde dat uit zijn
broekzak en niet uit zijn jaszak. De drugs waren toen al binnen in de inrichting. Drugs vormen een groot probleem in de detentiesituatie. De orde en veiligheid wordt hiermee geschaad. De hoeveelheid, meer dan 5 gram, wordt gezien als
handelshoeveelheid.
Hiervoor wordt verwezen naar de sanctiekaart 2016. Op basis hiervan is besloten klager een disciplinaire straf op te leggen en ook om hem te degraderen.

Klager heeft zijn standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagcommissie, in beroep niet toegelicht.

3. De beoordeling
Namens klager is verzocht om de behandeling van het beroep aan te houden tot een nader te bepalen datum. Klager heeft dit verzoek niet nader onderbouwd of herhaald. De beroepscommissie acht zich voldoende ingelicht om op het beroep te beslissen. Zij
wijst dit verzoek daarom af.
In het verslag van 20 mei 2016 staat het volgende: “[...] tijdens zijn visitatie is er vermoedelijk hasj bij hem aangetroffen. Gedetineerde gaf het echter vrijwillig af tijdens de visitatie. Tevens gaf gedetineerde ons (mijn collega D. en ik) aan dat het
van buiten door een vriend bij hem in de broekzak was gestopt”.
Uit het uitgebreider verslag van 30 mei 2016 dat ondertekend is door beide piw-ers van de beveiliging blijkt ook dat klager een rond bolletje uit zijn linker broekzak heeft gehaald en die vervolgens heeft afgegeven. De directeur heeft ter zitting
verklaard dat klager het bolletje drugs heeft afgegeven, nadat hij door de detectiepoort was gegaan. Dit staat eveneens in het laatstgenoemde verslag. Gezien de inhoud van de twee verslagen acht de beroepscommissie het dan ook niet aannemelijk
geworden
dat de drugs die klager bij zich had in de jaszak waren en dat klager hiervan geen weet had. De invoer van drugs is strafwaardig gedrag. De beroepscommissie oordeelt dan ook dat de directeur aan klager een disciplinaire straf kon opleggen.
Met betrekking tot de degradatiebeslissing van 23 maart 2016 overweegt de beroepscommissie dat volgens vaste jurisprudentie de directeur een kenbare belangenafweging dient te maken; dit, niet alleen vanwege de ingrijpende gevolgen van die beslissing
voor de gedetineerde, maar ook vanwege de toetsbaarheid van die beslissing achteraf door de beklag- en beroepscommissie. In het degradatiebesluit wordt enkel het negatieve gedrag van klager beschreven – waarvoor hij disciplinair is gestraft –, terwijl
het structurele gedrag, waaronder positief gedrag, van klager niet wordt vermeld. Gelet op het bovenstaande moet worden geoordeeld dat de degradatiebeslissing onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. De beroepscommissie oordeelt derhalve dat het
beroep, voor zover dat gericht is tegen de gegrondverklaring van de degradatiebeslissing, ongegrond is. De gevolgen van de degradatiebeslissing zijn niet meer ongedaan te maken hetgeen tot een tegemoetkoming moet leiden. De beroepscommissie zal de
tegemoetkoming evenwel matigen naar een bedrag van € 30,=, aangezien een disciplinaire straf is en kon worden opgelegd. Zij beslist als volgt.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond, vernietigt in zoverre de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag omtrent de disciplinaire straf alsnog ongegrond. Voor het overige is het beroep ongegrond. De
beroepscommissie bepaalt dat aan klager een tegemoetkoming toekomt van € 30,=.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. N. Jörg, voorzitter, drs. J. Plaisier en mr. R.S.T. Rossem-Broos, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.S. Dwarka, secretaris, op 26 september 2016.

secretaris voorzitter

Naar boven