Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 16/1294/TA, 21 september 2016, beroep
Uitspraakdatum:21-09-2016

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 16/1294/TA

betreft: [klager] datum: 21 september 2016

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 67 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. A.L. Louwerse, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 12 april 2016 van de beklagcommissie bij FPC De Kijvelanden te Poortugaal, verder te noemen de inrichting,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 28 juli 2016, gehouden in Justitieel Complex Zaanstad, zijn gehoord klagers raadsvrouw mr. A.L. Louwerse en namens het hoofd van de inrichting [...], juridisch medewerker.
Hoewel voor klagers vervoer naar de zitting was zorg gedragen, heeft hij geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te worden gehoord.

Ter zitting is door de beroepscommissie aan het hoofd van de inrichting verzocht om nadere informatie te verstrekken. Bij brief van 3 augustus 2016 is namens het hoofd van de inrichting een nadere reactie gestuurd. Klagers raadsvrouw heeft hier op 5
augustus 2016 op gereageerd.

Op grond van de stukken en haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft:
a. de traagheid van de screeningsprocedure ten aanzien van circa tien door klager opgegeven contacten, waardoor klager beperkt wordt in zijn mogelijkheid tot het onderhouden van contact met de buitenwereld (K-2015-000432) en
b. de beslissing tot intrekking van de bezoekregeling tussen klager een medeverpleegde van een andere afdeling (K-2015-000439).

De beklagcommissie heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en het hoofd van de inrichting
Namens klager is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt – zakelijk weergegeven – toegelicht.
Ten aanzien van a. is namens klager toegelicht dat klager bij binnenkomst in de inrichting vanuit FPC Veldzicht 24 te screenen personen had opgegeven. Na anderhalf jaar bleek dat tien personen daarvan nog steeds niet waren gescreend. Het ligt volgens
klager niet aan het slechte bereik van zijn netwerk. Toen klager één van zijn contacten belde, werd meteen opgenomen. Klager bood aan om de andere niet-gescreende contacten ook te bellen, maar dit mocht niet. Hij mocht niet met zijn oom en tante bellen
omdat deze niet gescreend waren en het te duur zou zijn. [...], [...], [...], [...] en klagers oom en tante uit de Dominicaanse Republiek zijn nog steeds niet gescreend. Volgens klager had de inrichting de netwerklijst van FPC Veldzicht over moet leggen, zodat
deze had kunnen worden vergeleken met die van de inrichting. Maatschappelijk werk had dan per niet-gescreend contact aan kunnen geven hoe en wanneer getracht is het contact te bereiken. Het is ook niet gek dat na anderhalf jaar telefoonnummers zijn
gewijzigd of mensen uit klagers netwerk, die lang niets van hem hebben gehoord, minder interesse hebben in contact. Klager verzoekt de beroepscommissie deze informatie alsnog op te vragen bij de inrichting.
Ten aanzien van b. wordt namens klager toegelicht dat de beklagcommissie hem terecht ontvankelijk heeft verklaard in zijn beklag nu sprake is van een verworven recht. De speciale bezoekregeling tussen klager en de medeverpleegde was opgenomen in
klagers
behandelplan. Inmiddels is de regeling teruggedraaid. Volgens klager hebben hij en de medeverpleegde elkaar niet buiten de bezoektijden opgezocht. Het is klager ook niet bekend wanneer dit dan gebeurd zou zijn. In klagers beleving heeft hij niets
verkeerd gedaan. Het klopt dat hij en de medepatiënt elkaar kunnen treffen in het DAC (dagactiviteitencentrum), maar daar zijn ook andere patiënten aanwezig en heeft klager veel minder privacy. Of klager de medepatiënt in het DAC kan treffen is
daarnaast ook afhankelijk van de blokken. Klager had toestemming om in de kamer van de medepatiënt op bezoek te komen. Hij kon alleen via het kantoor van het personeel op de afdeling van de medepatiënt komen.
Naar aanleiding van de nadere reactie van de inrichting is namens klager – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat in het kader van een warme overdracht de inrichting bij twijfel contact had kunnen opnemen met FPC Veldzicht om meer achtergrondinformatie
te verkrijgen. Maatschappelijk werk legt het initiatief bij klager. Klager betreurt het dat ten aanzien van zijn oom en tante niet vanaf het begin met behulp van een tolk of google translate is gewerkt. Voor wat betreft [...] merkt klager op dat uit de
reactie van de inrichting volgt dat op 8 december 2015 is gebeld naar een ongeldig nummer en pas zes maanden later een ander nummer is geprobeerd.

Namens het hoofd van de inrichting is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt – zakelijk weergegeven – toegelicht.
Ten aanzien van a: uitgangspunt van het screeningsbeleid is dat alle gescreende contacten geïnformeerd moeten zijn over het verblijf van de patiënt in een tbs-kliniek en over het indexdelict. Daarnaast vraagt maatschappelijk werk naar de opstelling van
het contact richting de patiënt en de mening van het contact over het indexdelict. Wanneer deze informatie niet uit de contactenlijst van de vorige inrichting blijkt, acht de inrichting het noodzakelijk de screening zelf uit te voeren. In het geval van
klager bevatte de contactlijst geen inhoudelijke informatie maar enkel namen en telefoonnummers. FPC Veldzicht gaf bij de overdracht aan dat klager verschillende sociale contacten heeft, regelmatig screening van contacten vraagt en het moeilijk is
zicht
te krijgen op het netwerk en de onderlinge verbanden. Het eerste contact is in juli 2014 gescreend. De bezoekregelingen van klagers moeder en zijn partner zijn overgenomen. Deze contacten waren binnen vier dagen akkoord bevonden. Maatschappelijk werk
geeft aan dat de rest van de contacten veelvuldig is gebeld en voicemails zijn ingesproken wanneer dat mogelijk was. De frequentie waarmee gebeld wordt, ligt niet vast. Binnen vier weken moeten de eerste belpogingen zijn ondernomen. Dit begint met twee
keer per week, op verschillende tijden. Na verloop van enkele weken wordt de frequentie beduidend minder en wordt enkele keren per maand gebeld. Maatschappelijk werk blijft proberen contact te leggen, zij het minder frequent. Klager stelt zich
assertief
op wanneer hij informatie wil en krijgt deze dan ook. Hij spreekt maatschappelijk werkers aan tijdens korte ontmoetingen in de inrichting. Daarnaast is er een spreekuur waarop hij een overzicht kan krijgen van de voortgang van de screening. Ook is het
altijd mogelijk dat klager samen met maatschappelijk werk begeleid belt naar de te screenen nummers, hetgeen in het verleden meermalen is gebeurd. Indien een (kloppend) adres bekend is of een e-mailadres, wordt hier ook weleens gebruik van gemaakt.
Ten aanzien van b. wordt namens het hoofd van de inrichting toegelicht dat met klager en de desbetreffende medepatiënt was afgesproken dat zij de mogelijkheid kregen elkaar op de afdeling te bezoeken. Dit was een gunst. Toen klager en de medepatiënt
elkaar bezochten op tijdstippen die afweken van de bezoekregeling, is besloten dat zij zich weer aan de algemeen geldende regel moeten houden dat zij elkaar kunnen treffen in het DAC. In het DAC is voldoende privacy. Klager en de medepatiënt kunnen
even
apart gaan zitten. Klager ging vaak langs op de andere afdeling als hij al van de afdeling af was om een andere reden. Bijvoorbeeld als hij terugkwam van een blok. De deur van de andere afdeling was in die tijd niet standaard gesloten. Hierdoor was er
vanuit de ontvangende afdeling en klagers eigen afdeling niet altijd zicht op wanneer klager de medepatiënt bezocht. Er is volgens het hoofd van de inrichting geen sprake van het weigeren van bezoek.

3. De beoordeling
a.
Op grond van artikel 56, eerste lid, onder c. Bvt kan een verpleegde bij de beklagcommissie beklag doen over de volgende door het hoofd van de inrichting genomen beslissing die een beperking inhoudt van het contact met de buitenwereld. Nu klager stelt
dat hij als gevolg van de trage uitvoering van de screeningsprocedure is beperkt in het recht op contact met de buitenwereld, is de beroepscommissie van oordeel dat klager terecht ontvankelijk is verklaard in zijn beklag.

In de huisregels van de inrichting is in artikel 11.10 “Telefoon” – voor zover hier van belang – bepaald dat patiënten het recht hebben tenminste eenmaal per week gedurende tien minuten één of meer telefoongesprekken te voeren met personen buiten de
inrichting. Patiënten worden zo spoedig mogelijk na hun opname in de gelegenheid gesteld om enkele voor hen belangrijke relaties onder toezicht telefonisch op de hoogte te stellen van hun opname. De patiënt meldt aan de staf met wie hij telefonisch
contact wil onderhouden. Deze persoon wordt gescreend als omschreven in paragraaf 11.4. Na screening beslist het hoofd behandeling en bedrijfsvoering of telefonisch contact is toegelaten.

In artikel 11.4 “Screening” van de huisregels is – voor zover hier van belang – bepaald dat de kandidaat bezoeker wordt gescreend, wat betekent dat de kandidaat bezoeker wordt uitgenodigd in de inrichting, bezocht wordt door het maatschappelijk werk of
dat er telefonisch contact plaatsvindt met het maatschappelijk werk. Bij uitzondering kan de screening worden gedaan door leden van de staf, na toestemming van het hoofd behandeling en bedrijfsvoering. De screening vindt plaats binnen een redelijke
termijn. Dit hangt ook af van medewerking van het te screenen contact. Het eerste contact met de te screenen persoon wordt binnen 4 weken gelegd. Het hoofd behandeling en bedrijfsvoering beslist binnen twee weken nadat de screening is afgerond over de
toelating van een bezoeker in de inrichting en over de daaraan verbonden voorwaarden.

De beroepscommissie is van oordeel dat in ieder geval ten aanzien van [...] en ten aanzien van klagers oom en tante uit de Dominicaanse Republiek is gebleken dat door de inrichting onvoldoende voortvarend is gehandeld als gevolg waarvan voornoemde
contacten niet binnen een redelijke termijn zijn gescreend. Hierbij is in aanmerking genomen dat op 8 december 2015 is getracht [...] te bereiken en vervolgens pas op 29 juli 2016 naar een ander nummer van [...] is gebeld. De beroepscommissie acht dit
onvoldoende. Klagers oom en tante uit de Dominicaanse Republiek zijn volgens de inrichting meerdere keren gebeld; slechts één keer is opgenomen, maar is – vermoedelijk door de taalbarrière – geen contact tot stand gekomen. Op 3 augustus 2016 zal
volgens
de inrichting worden geprobeerd met een tolk te bellen, waarbij rekening zal worden gehouden met het tijdsverschil. Naar het oordeel van de beroepscommissie valt niet in te zien waarom niet eerder met behulp van een tolk gebeld had kunnen worden.
Hierbij is in aanmerking genomen dat klager inmiddels meer dan twee jaar in de inrichting verblijft. Gelet op het voorgaande stelt de beroepscommissie dan ook vast dat de screeningsprocedure in ieder geval ten aanzien van [...] en klagers oom en tante –
in strijd met het bepaalde van artikel 11.4 van de huisregels – niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden. Voor wat betreft de overige contacten is het de beroepscommissie onvoldoende duidelijk geworden hoe vaak en wanneer zij zijn
benaderd. De beroepscommissie zal gelet hierop het beroep ten aanzien van a. dan ook gegrond verklaren en de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen. Het beklag zal alsnog gegrond worden verklaard. De beroepscommissie ziet aanleiding voor
toekenning van een tegemoetkoming aan klager van € 20,=

b.
Op grond van artikel 11.8.1. van de huisregels is bezoek van medepatiënten slechts toegestaan na toestemming van het hoofd behandeling en bedrijfsvoering. Op grond van artikel 11.8.2. kan dergelijk bezoek worden geweigerd indien dit noodzakelijk is met
het oog op a. de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de patiënt voor de veiligheid van anderen dan de patiënt of de algemene veiligheid van personen of voorwerpen; b. de handhaving van de orde en de veiligheid in de inrichting;
c. de afwending van ernstig gevaar voor de gezondheid van de patiënt; d. de bescherming van slachtoffers of anderszins betrokkenen bij door een patiënt begane misdrijven; e. de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.

Vast staat dat voor klager en een medepatiënt van een andere afdeling een regeling gold waardoor zij in staat werden gesteld elkaar op bepaalde tijden op de afdeling te bezoeken. Nu deze regeling is ingetrokken, heeft de beklagcommissie klager naar
het
oordeel van de beroepscommissie terecht ontvankelijk verklaard in zijn beklag op grond van artikel 56, eerste lid, onder e. Bvt.

Namens het hoofd van de inrichting is aangevoerd dat de regeling tussen klager en de medepatiënt is ingetrokken, omdat klager en de medepatiënt elkaar bezochten op tijdstippen die afweken van de afgesproken tijdstippen. Niet duidelijk is wat de
afgesproken tijdstippen waren en wanneer en hoe vaak klager en de medepatiënt hiervan zouden zijn afgeweken. Evenmin is door de inrichting duidelijk gemaakt op welke grond als vermeld in artikel 11.8.2. de beslissing tot intrekking van de
bezoekregeling
is gebaseerd. Gelet op het voorgaande is de beroepscommissie van oordeel dat de beslissing onvoldoende is gemotiveerd. Zij zal het beroep ten aanzien van b. dan ook gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en het beklag alsnog
gegrond verklaren. Zij zal voorts de beslissing van het hoofd van de inrichting vernietigen en het hoofd van de inrichting opdragen binnen een termijn van twee weken na ontvangst van deze uitspraak een nieuwe beslissing te nemen. Nu het hoofd van de
inrichting wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen en klager en de medepatiënt elkaar ook zonder bezoekregeling konden zien, ziet de beroepscommissie geen aanleiding voor toekenning van een tegemoetkoming.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep onder a. gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog gegrond. Zij kent klager een tegemoetkoming van € 20,= toe.
De beroepscommissie verklaart het beroep onder b. gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog gegrond. Zij vernietigt de beslissing van het hoofd van de inrichting en draagt het hoofd van de inrichting op om
binnen een termijn van twee weken na ontvangst van deze uitspraak een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Zij bepaalt dat klager ten aanzien van dit onderdeel geen tegemoetkoming toekomt.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. C.A.M. Schaap- Meulemeester, voorzitter, mr. drs. L.C. Mulder en mr. J.M.L. Niederer, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.L. Koster, secretaris, op 21 september 2016

secretaris voorzitter

Naar boven