Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 02/1872/GA, 18 december 2002, beroep
Uitspraakdatum:18-12-2002

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Schade  v

Uitspraak

nummer: 02/1872/GA

betreft: [klager] datum: 18 december 2002

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennis genomen van een op 10 september 2002 bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

de directeur van de penitentiaire inrichting (p.i.) Flevoland, locatie Almere te Almere,

gericht tegen een uitspraak d.d. 16 juli 2002 van de beklagcommissie bij voormelde p.i., gegeven op een klacht van [...], verder te noemen klager,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 11 november 2002, gehouden in de p.i. Amsterdam te Amsterdam, zijn gehoord klager, bijgestaan door zijn raadsman mr. T. van Uden, en de unit-directeur [...].

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft de beslissing van de directeur om geen aansprakelijkheid te aanvaarden voor de beschadiging van klagers tv tijdens een interne overplaatsing.

De beklagcommissie heeft het beklag gegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van de directeur en klager
De unit-directeur heeft in beroep zijn tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
Het personeelslid dat klagers tv heeft verplaatst, heeft zorgvuldig gehandeld. Elektra en antenne zijn ontkoppeld en de tv is overgebracht naar een andere cel en daar geplaatst. De tv is door het personeelslid niet aangesloten. Hetis discutabel of je, voordat je een tv verplaatst, moet nagaan of de tv functioneert. Als je de tv wel tevoren controleert en nadien blijkt dat hij het niet doet, heb je hetzelfde probleem. Dit soort ontruimingen worden uitgevoerddoor twee personeelsleden. Ik ga er vanuit dat er voorafgaande aan de verplaatsing al schade was aan de tv en acht het zeer onwaarschijnlijk dat er schade ten gevolge van de verplaatsing is ontstaan.

Klager en de raadsman hebben in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
Om misverstanden te voorkomen dient te tv van te voren gecontroleerd te worden. Als een tv daarna verplaatst wordt en vervolgens blijkt dat deze beschadigd is, is dat kennelijk tijdens het vervoer gebeurd. De tv is gerepareerd dooreen bedrijf in Almere. Het had voor de hand gelegen als er onderzoek zou zijn gedaan naar de aard van de schade en de vraag zou zijn beantwoord of dit soort schade door verplaatsing kan worden veroorzaakt. Door de directie is nietbehoorlijk onderbouwd dat de schade niet door het transport veroorzaakt kan zijn.
Klager was niet bij het verplaatsen van zijn tv aanwezig. Het personeelslid dat ter zitting van de beklagcommissie een verklaring heeft afgelegd, is een goede vriend van de unit-directeur. Klager weet niet wat voor reparatie er aanzijn tv is uitgevoerd. Hij heeft, zodra hij de schade constateerde, direct gemeld bij personeel dat zijn tv het niet meer deed.

3. De beoordeling
Artikel 49 van de Penitentiaire maatregel bevat een regeling voor de aansprakelijkheid van de directeur voor voorwerpen van een gedetineerde. In de Nota van Toelichting bij deze bepaling valt onder meer het volgende te lezen: „Bijonder andere verplaatsing van gedetineerden van de ene afdeling naar de andere of bij invoer van goederen in een inrichting kunnen voorwerpen die de gedetineerde toebehoren beschadigen dan wel zoek raken (....) Eveneens is vaakonduidelijk wie er voor de beschadiging c.q. het kwijtraken verantwoordelijk is, de gedetineerde zelf of de inrichting (....) Van de inrichting mag verwacht worden dat de nodige zorgvuldigheid in acht wordt genomen (....). Aan de anderekant mag van de gedetineerde worden verwacht dat hij de schade op deugdelijke wijze kan aantonen en deze ook terstond na de constatering aan de inrichting meldt.“
Vast staat dat klagers tv door personeel van de inrichting is verplaatst en voorts dat klager na die verplaatsing aan de inrichting schade aan zijn tv heeft gemeld. Buiten het geval van opzettelijke of roekeloze beschadiging door deinrichting, waarvan in dit geval niet is gebleken, geldt als uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor voorwerpen die de gedetineerde onder zich heeft, bij deze zelf ligt. Hij draagt het risico in geval van schade. Dit risicokomt echter voor rekening van de inrichting indien aannemelijk is dat van de kant van de inrichting onzorgvuldig met een voorwerp is omgegaan. Niet aannemelijk is geworden
- mede gelet op de verklaring van een personeelslid ter zitting van de beklagcommissie -
dat er sprake is van onzorgvuldig handelen bij de verplaatsing van de tv. Van de inrichting behoeft niet gevergd te worden dat voorafgaande aan de verplaatsing van een voorwerp telkens gecontroleerd wordt of er schade aan datvoorwerp is. De beroepscommissie zal het beroep gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en het beklag alsnog ongegrond verklaren.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog ongegrond.

Aldus gedaan door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. P.C. Vegter, voorzitter, dr. M. Kooyman en mr. J.M.M. van Woensel, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.S. van Gemert, secretaris, op 18 december 2002

secretaris voorzitter

Naar boven