Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 17/0964/GA, 30 juli 2017, beroep
Uitspraakdatum:30-07-2017

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

nummer:            17/964/GA

 

betreft:               [klager]                datum: 30 juli 2017

 

 

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. C. Crince Le Roy, namens

[…], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 16 maart 2017 van de beklagcommissie bij de penitentiaire inrichting (p.i.) Grave,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 23 juni 2017, gehouden in de p.i. Vught, is geen van partijen verschenen.

Op 22 juni 2017 is namens mr. M.M.J. Nuijten doorgegeven dat hij verhinderd is om naar de zitting te komen en is verzocht om een nieuwe datum voor de zitting te plannen.

Op 22 juni 2017 is vanuit de p.i. Grave doorgegeven dat de directie verhinderd is om naar de zitting te komen. Verzocht is om de directeur op een ander tijdstip of eventueel telefonisch te horen.

Hoewel voor klagers vervoer naar de zitting was zorg gedragen, heeft hij daarvan geen gebruik gemaakt.

 

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

               

1.            De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie

Het beklag betreft een disciplinaire straf van vijf dagen opsluiting in een andere verblijfsruimte dan een strafcel zonder televisie, ingaande 5 december 2016, omdat klager na een urinecontrole een te laag kreatininegehalte had.

De beklagcommissie heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

 

2.            De standpunten van klager en de directeur

Namens klager is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt schriftelijk toegelicht.

Bij de behandeling van de beklagzaak door de beklagcommissie is namens klager naar voren gebracht dat allerminst kan worden uitgesloten dat het lage kreatininegehalte kan worden verklaard door het vele water dat klager drinkt. De beklagcommissie stelde hierop dat het drinken van water reeds in de (lage) waarde is verdisconteerd. Namens klager is verweer gevoerd op dit punt en is bepleit dat het drinken van water in de hoeveelheid zoals klager die tot zich neemt niet in de waarde is verdisconteerd. Dit verweer is zonder enige motivering verworpen, wat in strijd is met artikel 67, tweede lid, van de Pbw.

 

De directeur heeft het standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagcommissie, in beroep niet toegelicht.

 

3.            De beoordeling

De beroepscommissie wijst het namens mr. Nuijten gedane verzoek om aanhouding, dat onvoldoende is onderbouwd, af. De beroepscommissie acht zich overigens voldoende ingelicht om op het beroep te beslissen.

Op grond van artikel 8, eerste lid, van de Regeling urinecontrole penitentiaire inrichtingen, kan aan de gedetineerde een disciplinaire straf worden opgelegd indien gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen is vastgesteld, de gedetineerde weigert aan de urinecontrole mee te werken dan wel is gebleken dat de gedetineerde met het urinemonster heeft gefraudeerd. Volgens vaste jurisprudentie van de beroepscommissie mag bij een kreatininegehalte van minder dan 2,0 mmol/l worden uitgegaan van fraude. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen een uitzondering op deze regel rechtvaardigen.

In de huisregels van de p.i. Grave (versie 1.0 mei 2016) staat onder 6.3 Urinecontrole onder meer dat een kreatininewaarde onder de 2,0 mmol/l duidt op fraude en daarmee sprake is van een strafwaardig feit. Het drinken van veel water kan de kreatininewaarde verlagen.

Op 1 december 2016 is bij klager een urinecontrole uitgevoerd. Klager scoorde daarbij een kreatininewaarde die lager was dan 2 mmol/l en hem is hiervoor een disciplinaire straf opgelegd. Op 30 november 2016 was ook een urinecontrole uitgevoerd. Ook toen was de kreatininewaarde lager dan 2 mmol/l. Klager heeft naar aanleiding van deze uitslag een waarschuwing gekregen.

Namens klager is aangevoerd dat het lage kreatininegehalte (telkens) verklaard kan worden door het vele water dat klager drinkt. Nu een dringende noodzaak hiervoor niet is gegeven, klager na een urinecontrole eerder is gewaarschuwd in verband met een te laag kreatininegehalte en voor te veel drinken van water wordt gewaarschuwd in de huisregels, kan de opgelegde disciplinaire straf bij afweging van alle in aanmerking komende belangen niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. Het beroep zal derhalve ongegrond worden verklaard.

 

4.            De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. M. Soffers, voorzitter, mr. J.W. Rijkers en mr. M. A.G. Rutten, leden, in tegenwoordigheid van

mr. S. Jousma, secretaris, op 30 juli 2017

Naar boven