Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 02/1843/GA, 4 november 2002, beroep
Uitspraakdatum:04-11-2002

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 02/1843/GA

betreft: [klager] datum: 4 november 2002

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (PBW) heeft kennis genomen van een op 5 september 2002 bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak d.d. 26 augustus 2002 van de beklagcommissie bij de penitentiaire inrichtingen (p.i.) Vught Nieuw Vosseveld te Vught,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

De beroepscommissie heeft de directeur van de locatie Nieuw Vosseveld II in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft het op 15 februari 2002 minder sport(tijd) aangeboden krijgen dan volgens het dagprogramma is voorgeschreven.

De beklagcommissie heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Klager heeft het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt in beroep als volgt toegelicht.
Op 15 februari 2002 heeft klager tweemaal 30 minuten sport aangeboden gekregen in plaats van de voorgeschreven tweemaal 45 minuten. Klager stelt zich daarenboven op het standpunt dat de leden van de beklagcommissie nietonafhankelijk zijn en dat onderzoek naar belangenverstrengeling moet worden gedaan.

De directeur heeft zijn standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagcommissie, in beroep niet toegelicht.

3. De beoordeling
Nader onderzoek naar de onafhankelijkheid van de beklagcommissie is niet noodzakelijk nu het standpunt van klager hieromtrent algemeen geformuleerd is en de beroepscommissie het beklag alsnog in volle omvang beoordeelt.

Aannemelijk is geworden dat klager op 15 februari 2002 drie kwartier en wellicht hooguit enkele minuten minder heeft kunnen sporten. Van een relevante beperking van de duur van de sport is niet gebleken.
Hetgeen in beroep is aangevoerd - voorzover dat is komen vast te staan – kan daarom niet leiden tot een andere beslissing dan die van de beklagcommissie. Het beroep zal derhalve ongegrond worden verklaard.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie, met wijziging van de gronden.

Aldus gedaan door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. P.C. Vegter, voorzitter, mr. J.P. Balkema en dr. J.P.S. Fiselier, leden, in tegenwoordigheid van B.A. Bogaars, secretaris, op 4 november 2002

secretaris voorzitter

Naar boven