Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 02/0913/TP, 4 september 2002, beroep
Uitspraakdatum:04-09-2002

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 02/913/TP

betreft: [klager] datum: 4 september 2002

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt), heeft kennis genomen van een op 3 mei 2002 bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr.P.R. Hogerbrugge, namens

[...], verder te noemen klager,

tegen een beslissing van de Minister van Justitie, verder te noemen de Minister,

alsmede van de overige stukken, waaronder de bestreden beslissing.

De beroepscommissie heeft de Minister in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager alsmede zijn raadsman mr. P.R. Hogerbrugge om het beroep schriftelijk toe te lichten.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De Minister heeft de termijn waarin klager wacht op plaatsing in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden (tbs-inrichting) met ingang van 17 mei 2002 verlengd tot en met 14 augustus 2002.

2. De feiten
Klager is bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak d.d. 12 december 2000 veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 jaar met aftrek én ter beschikking gesteld (tbs) met bevel dat hij van overheidswege zalworden verpleegd.
Bij brief van 17 januari 2002 heeft de Minister klager meegedeeld dat hij gedurende de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf met ingang van 22 mei 2001 in aanmerking komt voor vervroegde tenuitvoerlegging van de hem tevensopgelegde tbs en dat hij op laatstgenoemde datum in afwachting van plaatsing in een tbs-inrichting op een wachtlijst is geplaatst.
In deze brief heeft de Minister klager bericht dat hij nog niet geplaatst kon worden in een tbs-inrichting en dat de wachttermijn voor plaatsing met ingang van 17 mei 2002 met drie maanden is verlengd tot en met 14 augustus 2002.Klager is terzake niet gehoord.
De datum van invrijheidstelling van klager én aansluitende aanvang van zijn tbs is 13 november 2002.
Klager verblijft in de penitentiaire inrichtingen Achterhoek te Doetinchem. De Minister heeft beslist klager te plaatsen in de tbs-kliniek De Kijvelanden te Poortugaal. Deze plaatsing was ten tijde van het beroep nog nietgerealiseerd.

3. De standpunten
Namens klager is het beroep als volgt toegelicht. Sedert 22 mei 2001 komt klager in aanmerking voor vervroegde tenuitvoerlegging van de hem opgelegde tbs. Dit is klager meegedeeld bij brief van 17 januari 2002. Klager is van meningdat dit niet conform de informatieplicht is als bepaald in artikel 54 tweede lid van de Bvt. Voorts stelt hij evenmin gehoord te zijn over verlenging van de betreffende passantentermijn, hetgeen in strijd is met de procedurelevoorschriften. Daarnaast is klager van mening dat de bestreden beslissing als onredelijk en onbillijk is aan te merken nu dit tot gevolg heeft dat de passantentermijn een langere duur heeft dan twaalf maanden. Los daarvan isonduidelijk op welke plek hij staat op de wachtlijst van een tbs-inrichting en bij welke inrichting hij is geplaatst. Klager acht dit strijdig met voornoemde informatieplicht. Verzocht wordt om het beroep gegrond te verklaren ondertoekenning van een passende financiële vergoeding.

Namens de Minister is inzake het beroep het volgende standpunt naar voren gebracht.
Het beroep zal formeel gegrond zijn, nu klager niet is gehoord.
Het beroep zal materieel ongegrond zijn. Klager kon in verband met de huidige capaciteit binnen de tbs-sector nog niet in een tbs-inrichting worden geplaatst. Ten aanzien van klager zijn voorafgaand aan de bestreden beslissing geensignalen omtrent onhoudbaarheid en/of detentieongeschiktheid vanuit de p.i. ontvangen. Blijkens de overgelegde medische verklaring is het wel verantwoord dat klager langer in een p.i. verblijft in afwachting van een plaatsing in eentbs-inrichting.
Bestreden wordt dat - in geval het beroep gegrond wordt verklaard – er gronden voor tegemoetkoming zouden zijn, aangezien vrijheidsstraf ten grondslag ligt aan klagers verblijf in een p.i.

4. De beoordeling
Klager is bij brief d.d. 26 april 2002 geïnformeerd over de verlenging van de wachttermijn met ingang van 17 mei 2002. Klager is terzake van de verlenging niet gehoord. Aan de hoorplicht doet niet af dat klager nog op titel vanvrijheidsstraf in een p.i. verbleef.

Derhalve is niet voldaan aan de in artikel 27, vijfde lid, van de (op 1 oktober 2000 inwerkinggetreden) Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden neergelegde hoorplicht. Mitsdien is het beroep gegrond en dient debeslissing van de Minister tot verlenging van de wachttermijn op formele grond te worden vernietigd.

Klager dient, gelet op het vorenoverwogene, een tegemoetkoming te worden geboden. De beroepscommissie zal deze tegemoetkoming vaststellen op € 50,=.

Klager is als gevolg van het capaciteitstekort nog niet geplaatst in een tbs-inrichting. Ten tijde van de bestreden beslissing ligt de vrijheidsstraf aan het verblijf van klager in een p.i. ten grondslag en niet de hem tevensopgelegde tbs; deze is nog niet aangevangen.

Het capaciteitstekort kan naar het oordeel van de beroepscommissie een grond voor uitstel van de voorgenomen vervroegde plaatsing in een tbs-inrichting vormen, tenzij blijkt van bijzondere omstandigheden zoals een psychischeconditie van klager die zodanig is dat langer verblijf in een p.i. medisch niet verantwoord is. In dat geval is sprake van detentieongeschiktheid en dient om die reden met voorrang plaatsing gerealiseerd te worden.

Uit de medische verklaring d.d. 10 juni 2002 van de Forensisch Psychiatrische Dienst (FPD) te Zutphen blijkt dat de psychische conditie van klager op dat moment niet van dien aard was dat een verder verblijf in de p.i. alsonverantwoord moest worden beschouwd.
De beroepscommissie gaat er derhalve van uit dat er ten tijde van de bestreden beslissing geen aanleiding bestond om klager bij voorrang in een tbs-inrichting te plaatsen.

De beroepscommissie is van oordeel, gelet op het hiervoor overwogene, dat de bestreden beslissing materieel niet in strijd is met de wet en dat de wachttermijn voor plaatsing in een tbs-inrichting diende te worden verlengd van 17mei 2002 tot en met 14 augustus 2002.

Nu de bestreden beslissing op formele grond dient te worden vernietigd zal de beroepscommissie met toepassing van het bepaalde in artikel 76, derde lid, PBW in verbinding met artikel 66, derde lid onder b, en artikel 69, vijfde lid,Bvt bepalen dat haar uitspraak met betrekking tot de verlenging van de wachttermijn in de plaats treedt van de bestreden beslissing.

5. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond op formele grond en vernietigt de bestreden beslissing. Zij bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van deze beslissing en bepaalt derhalve dat de wachttermijn voor plaatsingin een tbs-inrichting wordt verlengd van 17 mei 2002 tot en met 14 augustus 2002.
Zij bepaalt de aan klager ten laste van de Minister toekomende tegemoetkoming op
€ 50,= .

Aldus gedaan door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. N. Jörg, voorzitter, mr. S.L. Donker en drs. G.A.M. Mensing, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.S. van Gemert, secretaris, op 4 september 2002.

secretaris voorzitter

Naar boven