Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 14/0275/GA (hersteluitspraak), 30 juli 2014, beroep
Uitspraakdatum:30-07-2014

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 14/275/GA (hersteluitspraak)

betreft: [klager] datum: 30 juli 2014

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mevrouw mr. H.M.S. Cremers, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 14 januari 2014 van de beklagcommissie bij de locatie Sittard,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 23 mei 2014, gehouden in de penitentiaire inrichtingen (p.i.) Vught, zijn gehoord klager en [...], plaatsvervangend vestigingsdirecteur van voornoemde locatie.
Klagers raadsvrouw heeft schriftelijk laten weten verhinderd te zijn ter zitting te verschijnen.
Van het verhandelde ter zitting is een verslag opgemaakt dat ter reactie is verzonden aan klagers raadsvrouw. Op verzoek van de raadsvrouw is de reactietermijn verlengd tot uiterlijk 17 juni 2014.

Op 20 juni 2014 heeft de beroepscommissie uitspraak gedaan in onderhavige zaak. Daarbij is zij ervan uitgegaan dat de raadsvrouw geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid te reageren op het verslag.
Bij brief van 26 juni 2014 heeft de raadsvrouw verzocht om herziening van de uitspraak, omdat zij op 17 juni 2014 een schriftelijke reactie op het verslag heeft gegeven, welke reactie per fax – een verzendbewijs is overgelegd – is verstuurd naar het
secretariaat van de Raad. Als gevolg van een administratieve misslag heeft de beroepscommissie deze tijdig ingekomen reactie van de raadsvrouw niet bij haar uitspraak betrokken. Daar komt nog bij dat de samenstelling van de beroepscommissie niet juist
is vermeld in de beslissing van 20 juni 2014. Die samenstelling was namelijk dezelfde als in deze herstelbeslissing is vermeld.
Gelet hierop heeft de beroepscommissie beslist haar uitspraak van 20 juni 2014 te herstellen, in die zin dat alsnog beslist zal worden met inachtneming van de schriftelijke reactie van de raadsvrouw van 17 juni 2014. De directeur is in de gelegenheid
gesteld schriftelijk te reageren op de reactie van de raadsvrouw. Namens de directeur is op 9 juli 2014 een reactie gegeven.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft de beëindiging van klagers deelname aan het programma ‘Binnen Beginnen’.

De beklagcommissie heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Klager heeft in beroep zijn tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht. Klager is in de p.i. Roermond begonnen met faseren, daarna is hij gedwongen overgeplaatst naar de locatie Sittard. Klager is in het begin van zijn
detentie, na zes weken, begonnen met het uitstippelen van zijn pad naar terugkeer in de samenleving en dit wordt nu stopgezet. Omdat de rechter klager geen verplichte behandeling heeft opgelegd, hoeft hij ook zijn medewerking niet te verlenen aan een
behandeltraject. Klager is van mening dat hij in zijn recht staat wanneer hij zijn medewerking aan een intake weigert. Daarnaast heeft een intake ook geen enkele zin volgens klager, aangezien hij onschuldig is aan het feit waarvoor hij is veroordeeld.

Bij brief van 17 juni 2014 heeft de raadsvrouw als volgt op het verslag gereageerd. De deskundigen hebben geoordeeld dat een behandeling van klager zinloos is en om die reden heeft de strafrechter afgezien van het opleggen van een tbs-maatregel. Een
behandeling in een FPK is dus gedoemd te mislukken en klager begrijpt dan ook niet waarom de directeur blijft inzetten op een dergelijke behandeling. Klager staat open voor alle soorten van begeleiding. Onlangs heeft hij de module ‘Kies voor
Verandering’ succesvol afgesloten. Klager acht het onbegrijpelijk dat hij, nu hij enkel weigert zich psychiatrisch te laten behandelen, verstoken blijft van alle andere vormen van begeleiding. Als klager geen verdere begeleiding in het kader van het
programma ‘Binnen Beginnen’ wordt aangeboden zal hij niet verder komen dan plaatsing in een basisprogramma, terwijl hij voldoet aan alle voorwaarden van het DBT. Zijn recht op resocialisatie wordt ernstig geschonden.

De directeur heeft in beroep zijn tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht. De directeur gunt klager een intakegesprek omdat dit klager verder kan helpen bij het pad dat hij reeds voor zichzelf heeft uitgestippeld.

Bij brief van 9 juli 2014 is namens de directeur als volgt op de reactie van de raadsvrouw gereageerd. De directeur heeft niet ingezet op een behandeling. Er was enkel sprake van een intake. Dat klager openstaat voor alle andere soorten van begeleiding
was op het moment dat de bestreden beslissing werd genomen niet bekend.

3. De beoordeling
Klagers raadsvrouw heeft schriftelijk verzocht om aanhouding van de behandeling van onderhavige zaak, nu zij niet ter zitting kan verschijnen op de geplande datum. De beroepscommissie wijst het verzoek, gehoord klager en de directeur, af. Klagers
raadsvrouw is evenwel in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het verslag van de zitting.

Hetgeen in beroep is aangevoerd kan naar het oordeel van de beroepscommissie niet tot een andere beslissing leiden dan die van de beklagcommissie. Klager wordt anders dan hij meent niet in strijd met het veroordelend vonnis van de strafrechter
verplicht
tot medewerking aan een behandeling. Een intake houdt slechts in dat de mogelijkheden en de noodzaak van een behandeling of begeleiding in het kader van de verdere tenuitvoerlegging van de straf worden onderzocht. Een dergelijk onderzoek is niet in
strijd met het veroordelend vonnis van de rechter. Immers, ook als een veroordelend vonnis geen behandelingsmodaliteit inhoudt, al dan niet in verband met de advisering van gedragsdeskundigen, laat de wet de mogelijkheid open dat de veroordeelde in het
kader van de tenuitvoerlegging een behandeling of begeleiding aangeboden krijgt. Omdat klager elke medewerking aan een intake weigert, is de beslissing van de directeur om klagers deelname aan het programma ‘Binnen Beginnen’ te beëindigen niet
onredelijk en onbillijk. De omstandigheid dat klager wel bereid is aan alle andere vormen van begeleiding mee te werken, kan naar het oordeel van de beroepscommissie aan bovenstaand oordeel niets afdoen. Het beroep zal derhalve ongegrond worden
verklaard.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie met aanvulling van de gronden.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. P.C. Vegter, voorzitter, dr. A.M. van Kalmthout en prof. Dr. W.J. Schudel, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Groeneveld, secretaris, op 30 juli 2014

secretaris voorzitter

Naar boven