Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 02/0867/GA, 31 juli 2002, beroep
Uitspraakdatum:31-07-2002

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 02/867/GA

betreft: [klager] datum: 31 juli 2002

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennis genomen van een op 25 april 2002 bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak d.d. 10 april 2002 van de alleensprekende beklagrechter bij de locatie Ooyerhoek te Zutphen, welke op 17 april 2002 naar partijen is verstuurd,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 13 juni 2002, gehouden in de locatie Zwolle te Zwolle, is gehoord de heer[...], unit-directeur bij de locatie Ooyerhoek te Zutphen.
Klager, die inmiddels in vrijheid is gesteld, heeft telefonisch laten weten niet ter zitting te verschijnen.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagrechter
Het beklag betreft het niet mogen invoeren van een t.v. en een personal computer.

De beklagrechter heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Hoewel klager daartoe in de gelegenheid is gesteld, heeft hij zijn standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagrechter, in beroep niet toegelicht.

De unit-directeur heeft in beroep zijn tegenover de beklagrechter ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
Het is niet toegestaan om een eigen t.v. op cel te hebben. In de huisregels staat de mogelijkheid om een t.v. van de inrichting te huren. Indien het gedetineerden zou worden toegestaan om een eigen t.v. op cel te hebben, zou dehuurprijs voor de anderen omhoog moeten. Ik heb klager voor wat betreft zijn oogproblemen verwezen naar de medische dienst. Hij kan een bril laten aanmeten, maar dat wil hij niet.
Vóór 16 januari 2002 was het toegestaan om voor onderwijsdoeleinden een eigen personal computer in te voeren en op cel te hebben. Op 16 januari 2002 ontving ik echter van het Ministerie van Justitie een brief waarin hetgedetineerden werd verboden om Informatie- en Communicatie Technologie (I.C.T.) -middelen op cel te hebben. Een personal computer wordt tot deze middelen gerekend. Ik heb op 23 januari 2002 een brief laten uitgaan, gericht aan allegedetineerden, waarin stond dat het vanaf die datum niet meer is toegestaan om I.C.T.-middelen in te voeren. Bij gedetineerden die op dat moment een eigen computer op cel hadden, werd niet direct overgegaan tot verwijdering van diecomputer. Er is een overgangsperiode aangehouden waarin iedereen in de gelegenheid werd gesteld om een oplossing te zoeken. Per brief van 15 april 2002, wederom gericht aan alle gedetineerden, heb ik aangekondigd dat het met ingangvan 15 mei 2002 niet meer is toegestaan om I.C.T.-middelen op cel te houden. De I.C.T.-middelen werden eveneens per die datum in de Regeling voorwerpen op cel op de lijst verboden voorwerpen op cel opgenomen. Toen klager in deinrichting kwam, mocht hij zijn eigen computer niet invoeren op grond van de aankondiging van 23 januari 2002. Door de inrichting is een aantal computers ter beschikking gesteld voor gedetineerden die in het kader van onderwijs eencomputer nodig hebben. Klager kon hier ook gebruik van maken.

3. De beoordeling
De beroepscommissie stelt vast dat het op grond van de huisregels van de inrichting is toegestaan om een t.v. op cel te houden, mits deze is gehuurd via de inrichting. Klager beklaagt zich erover dat hij niet zijn eigen t.v. maginvoeren. De beroepscommissie is van oordeel dat klager klaagt tegen de uitvoering van een regeling die geldt voor alle zich in de inrichting bevindende gedetineerden. Vaste rechtspraak van de beroepscommissie is dat tegen eendergelijke beslissing in beginsel geen beklag mogelijk is

Per brief van 27 december 2001 van het Ministerie van Justitie, gericht aan de directeuren van de penitentiaire inrichtingen is, voorzover aan de orde in beroep, aangekondigd dat het niet is toegestaan dat gedetineerdenI.C.T.-middelen op cel hebben. De directeur heeft per brief van 23 januari 2002, gericht aan alle in de inrichting verblijvende gedetineerden, een verbod laten ingaan tot het invoeren van I.C.T.-middelen. Klager dient op 12 maart2002 zijn klaagschrift in. De beroepscommissie is ook hier van oordeel dat klager klaagt tegen de uitvoering van een regeling die geldt voor alle zich in de inrichting bevindende gedetineerden. Vaste rechtspraak van deberoepscommissie is dat tegen een dergelijke beslissing in beginsel geen beklag mogelijk is.
Het beroep van klager treft derhalve geen doel.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagrechter met verbetering van de gronden.

Aldus gedaan door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.R. Meijeringh, voorzitter, mr. J.P. Balkema en mr. A.G. Bosch, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Jousma, secretaris, op 31 juli 2002

secretaris voorzitter

Naar boven