Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 13/2169/GA, 9 september 2013, beroep
Uitspraakdatum:09-09-2013

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 13/2169/GA

betreft: [klager] datum: 9 september 2013

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 3 juli 2013 van de alleensprekende beklagrechter bij de penitentiaire inrichting (p.i.) Dordrecht,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

De beroepscommissie heeft de directeur van voornoemde inrichting in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft de plaatsing van klager in een meerpersoonscel.

De beklagcommissie heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Klager heeft het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt in beroep als volgt toegelicht. Er was aan klager door inrichtingsmedewerker Stephan toegezegd dat klager niet opnieuw op een meerpersoonscel zou worden geplaatst indien hij zijn tweede
plaatsing op een meerpersoonscel zou accepteren en hij een tweetal beklagzaken zou intrekken. Hoewel klager aan deze voorwaarden heeft voldaan is hij nu voor de derde keer op een meerpersoonscel geplaatst. Klager had mogen vertrouwen op de toezegging
van de inrichtingsmedewerker.

De directeur heeft zijn standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagcommissie, in beroep niet toegelicht.

3. De beoordeling
Op grond van artikel 16 van de Pbw is de directeur bevoegd een gedetineerde in een door hem te bepalen verblijfsruimte te plaatsen. Op grond van artikel 21 van de Pbw kan dat een meerpersoonscel zijn. Dat is slechts anders indien sprake is van (één of
meer) contra-indicaties voor de plaatsing in die meerpersoonscel, gelegen in de persoon van de gedetineerde. Een dergelijke beslissing van de directeur is een beslissing als bedoeld in artikel 60 van de Pbw waartegen beklag open staat. De uitspraak van
de beklagrechter kan daarom in zoverre niet in stand blijven. De beroepscommissie zal klager alsnog ontvankelijk verklaren in zijn beklag.

Hoewel onweersproken is gesteld dat inrichtingsmedewerker Stephan aan klager heeft toegezegd dat hij niet opnieuw in een meerpersoonscel zal worden geplaatst, kan dit niet leiden tot een gegrondverklaring van het beklag. De beslissing omtrent interne
plaatsingen is op grond van artikel 16 van de Pbw een beslissing die uitdrukkelijk is voorbehouden aan de directeur. Niet is aannemelijk geworden dat het door klager genoemde personeelslid bevoegd was om namens de directeur toezeggingen te doen met
betrekking tot het al dan niet plaatsen van klager in een meerpersoonscel. Het beroep op het gerechtvaardigd vertrouwen in de (gestelde) mededeling faalt daarom. De beroepscommissie zal daarom de klacht ongegrond verklaren.

4. De uitspraak
De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagrechter, verklaart klager alsnog ontvankelijk in zijn beklag, maar verklaart dit beklag ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.A.M. de Wit, voorzitter, mr. M.A.G. Rutten en mr. M.M. van der Nat, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. Nauta, secretaris, op 9 september 2013

secretaris voorzitter

Naar boven